Verslag ronde 12 met kerstverhaal


Je kunt de zinderende kaarsen-vlammetjes horen fluisteren...

RONDEVERSLAG | December 1957. Eindelijk: Kerstmis! Het lange wachten is voorbij. Mijn vader schudt de kolenkit leeg op het vuur dat hij met aanmaakhoutjes en kranten in de haard ontstoken heeft. Blauwe vlammetjes met gele kopjes beginnen achter mica ruitjes begerig aan het anthraciet te likken..

Gefascineerd kijk ik toe en voel de warmte op mijn huid. Plechtig doet hij het electrisch licht uit. Winterdonker neemt bezit van de woonkamer. Dan strijkt hij een lucifer aan en raakt er de kaarsjes in de kerstboom mee aan. Ze antwoorden met licht. Flonkerend weerkaatsen druipende kaarsjes hun licht in de zilveren bolletjes, die mijn moeder en ik devoot in een naar bos geurend sparretje hebben gehangen. Als je goed luistert, dan kun je de zinderende kaarsenvlammetjes horen fluisteren. Als je goed kijkt zie je miljoenen vonkjes hun vrolijk licht in het rond spetteren en als je dan je vingers in je oren duwt, je ogen stevig dicht knijpt en goed ruikt, dan waan je je in een dennenbos.

Ik kan me niet bedwingen. Ik moet het zilveren belletje aantikken. De kristallen klank klinkt in mijn verbeelding als een kerkklok. Het kerstvogeltje met het kleine rode snaveltje dat ik dit jaar heb mogen uitkiezen zet ik wat steviger op zijn tak. Mijn moeder pakt haar gitaar en begint te zingen: ”Stille nacht, heilige nacht” en ik zing mee. Ik ben al zes en ken natuurlijk de woorden: “Stillige nacht, heilige nacht …”. Mijn broertje is pas twee en slaapt als het kerstkind. Maar wat gaat het snel voorbij… Het had zoveel langer mogen duren. Bedtijd. Als ik mijn pyjama aan heb kus ik mijn vader welterusten. Hij heeft weer eens dat mysteriespel op het bord gezet en kijkt naar voor mij onbegrijpelijke letters en cijfers in de krant. Hij verzet een houten paardje.

December 1973. Kerstfeest! In mijn klas heb ik een mooi sparretje samen met mijn leerlingen opgetuigd. Opgetogen hebben ze van thuis elk een kleine kerstversiering meegenomen. Als beginnend onderwijzer ga ik mijn eerste kerstviering tegemoet. Niemand heeft me ooit verteld hoe je zoiets met die kleintjes van klas drie moet doen. Gelukkig zit er een klein zilveren vogeltje op een tak en er hangt ook een klein zilveren klokje. Ik verduister het lokaal en ontsteek voor elk van mijn leerlingen het kaarsje dat ze bij zich hebben. Ze slepen me er enthousiast doorheen. Samen hebben ze buiten mijn medeweten een prachtig programma samengesteld: “Het meisje met de zwavelstokjes” wordt afgewisseld met een vertelling uit de Bijbel over de gebeurtenissen in Betlehem. Drie kleine mannetjes, verkleed als de drie Wijzen uit het Oosten, volgen de ster en trekken op naar de stal. De rest van mijn leerlingen liggen als herdertjes en schaapjes bij nacht in het veld. Ze laten de Ster stralen! Het kerstverhaal dat ik improviseer – mijn hele leven lijkt wel één en al improvisatie – is slechts een deel van het feest, maar ik zie al die onschuldige snoetjes genieten van mijn vertelling. Als ik uit gefantaseerd ben zingen ze met glinsterende oogjes vol overgave “Stille nacht, heilige nacht” en “Gloria in Excelcis Deo”. Ik begeleid ze met de klanken van mijn gitaar en zie miljoenen sprankelende lichtjes de boom verlaten. Elk van mijn kinderen wordt verlicht. Zij zijn het licht, de hoop, kerstkinderen.

Na de warme chocolademelk en de kerstkransjes gaan ze in vrede hun welverdiende vakantie tegemoet. Stil blijf ik even zitten, omdat ik dit gelukkig moment nog even vast wil houden. Het had zoveel langer mogen duren. Zal ik? Ik aarzel. Eigenlijk wil ik het niet. Wat geweest is is immers voorbij? Toch tik ik nog even het zilveren belletje aan en mijn oren maken me een jongetje van zes. Dan doof ik het licht. Ik schud het verleden van me af en haal het vogeltje als eerste uit de boom. “Tot volgend jaar”, denk ik…

De boom moet naar het schoolplein. Ik plaats nog een verdwaald stoeltje op een tafel. Het demonstratiebord voor de schaaklessen zet ik op het aanrecht met het fonteintje. De schoonmakers kunnen hun gang gaan.

December 1978. Kerst. Het is voor het eerst dat er cadeautjes onder de kerstboom liggen. Sint-Nicolaas ruimde om de één of andere reden dit jaar het veld. Dit jaar dus geen surprises en gedichten, maar slechts het uitpakken van pakjes. Vorig jaar was ik er door een misverstand bij het lootjes trekken met slechts één sinterklaascadeautje nogal bekaaid vanaf gekomen. Geeft niet: “Het is beter te geven dan te ontvangen”. Mijn ouders, mijn broer en zijn vrouw, mijn vrouw en ik zitten voor een boom, die in bijna niets van echt te onderscheiden is. Ik bedenk ineens, dat ik die geur van vroeger mis. Ook de elektrische lichtjes fonkelen niet miljoenvoudig. Ze geven eigenlijk alleen maar licht. Ik hoor het zachte ruisen van brandende kaarsen alleen nog in mijn herinnering. Het klokje hangt er echter nog steeds en ook het vogeltje zit weer als vanouds parmantig op één van de bovenste takken.

Ik pak mijn eerste cadeautje uit. Aan de vorm te zien is het een pocketboekje. Ik dank de gulle kerstman voor het bezorgen van dit presentje en scheur het kleurige, met sparrenboompjes bedrukte papier er van af: “Schaakboek 5 -Topprestaties van 50 grote meesters” door H. Bouwmeester. De kerstman kent kennelijk mijn passie voor schaken. “Dank je wel Kerstman!” Ik kies het volgende presentje... Mijn vader krijgt een audiocassette met muziek van Jim Reeves en hij pakt een pakje voor mijn moeder…

Dan krijg ik na drie paar sokken zo te zien weer een boekje. Vol gespeelde verwachting pak ik het uit. Het met kerstboompjes bedrukte papier achteloos op de grote hoop gooiend lees ik voor: “Schaakboek 11 – 100 miniaturen” door H. Bouwmeester. “Dank je wel Kerstman!” Intens tevreden stel ik vast, dat niemand nog iets in de gaten heeft…De rondedans van uitdelen en uitpakken gaat voort…

Even later ben ik weer aan de beurt. Een groter cadeau. Minstens drie pockets hoog deze keer. Als een volleerd acteur dank ik Rudolf het Roodneuzig Rendier en scheur het met dennenboompjes bedrukte papier quasi benieuwd van mijn cadeautje. Mijn ogen laat ik oplichten als ik triomfantelijk achtereenvolgens “Schaakboek 10 – Openingen”, “Schaakboek 6 – Uit de toernooipraktijk” en “Schaakboek 7 – Eindspel”, alle drie van de hand van H. Bouwmeester, trots aan de familie toon.

Dan klatert de aanstekelijke lach van mijn schoonzusje door de kamer. “Hetzelfde pakpapier!” schatert ze. “Kerstboompjes!” De anderen kijken haar even onbegrijpend aan. Ik houd mijn gezicht als een volmaakt onwetende in de plooi, maar ik weet, dat ik betrapt ben. “Stom! Ik had verschillend papier moeten kopen.” Dan begint het bij de anderen ook te dagen en ze wenden hun blik naar de nog wachtende kerstcadeautjes. Ik hoef zelfs elk pakje gewikkeld in met kerstboompjes bedrukt papier niet meer uit te pakken. Nieuwsgierig ritsen ze zelf het papier los. Al gauw liggen de deeltjes één tot en met vier en ook acht en negen, alle geschreven door ene H. Bouwmeester op mijn schoot.

Succes! Ieder schiet in de lach, mijn vader en mijn broer geven me een ram op mijn schouders en op dit toneel buig ik voor het applaus, ontvang de bloemen en sluit de gordijnen. Mijn glansrol zit er op. “Schouderklopjes mag je jezelf ook wel eens uitdelen”, denk ik.

We gaan aan het avondmaal. Iemand breekt het brood en schenkt de wijn. Onze vader voorziet ons van vis. De kat geeft het klokje een speelse tik. De vogel vlucht een takje hoger... Het had zoveel langer mogen duren… Volgend jaar weer Kerstmis.

Betlehem. בית לחם, Beit Lechem, betekent “Huis van het brood” in het Hebreeuws. بيت لحم, het Arabische Biet Lachem, betekent: ”Huis van het vlees”. In Betlehem zullen ongetwijfeld bakkers en slagers hun beroep uitgeoefend hebben. Brood, vlees, wat groente, iets te drinken en onderdak. Meer heeft een mens niet echt nodig. Herbergiers zullen wellicht ook niet onbemiddeld zijn geweest in die tijd. Toch restte er volgens het evangelie slechts een stal voor Zijn geboorte. Waarom komt me dit toch zo bekend voor?

© Willem Platje 2008. (Kerstbijdrage Rotterdamse Schaakbond)


 

Granietbijters

 
De twaalfde ronde werd, vanwege een bijeenkomst van een of andere vrouwenvereniging in de centrale ruimte, in de Trinitatiskapel gespeeld. Het was even slepen met wat wankele tafeltjes en wat minder wankele stoelen, maar zeven speelplekken creëren ging prima zonder al te veel verhuizingen van het meubilair. Best wel weer eens leuk om kapelschaak te spelen...

Beide lopers van John van Waardenberg werden in het Pools (1.b4) gefianchetteerd, maar Pearl Uyttenhove zorgde er wel voor dat ze op gepaste afstand op zijn granietzwarte pionnen stonden te bijten. Beide partijen stelden ieder op zijn eigen helft van het bord de troepen op in afwachting van de komende knokpartij in het centrum. Pearl was de aanstichter van de ruzie met 12...d5. Er volgde een grootscheepse afruil in het midden van het bord, waarbij aan beide kanten een pion, een paard en een loper sneuvelden. Dat ruimde lekker op. Er ontstond ruimte, maar voor er sprake was van echte strijd werd er tot remise besloten. (John van Waardenberg - Pearl Uyttenhove ½−½)

John van Waardenberg (l) en Pearl Uyttenhove 17 april 2018

 

Paardenveld

 
Jan Siebelink speelde een ongelukkige wedstrijd met wit tegen Pieter Hofstee. In de Grünfeld-verdediging was de zet 7.h3 niet nodig op het moment dat hij werd gespeeld, waardoor wit het initiatief enigszins kwijt raakte. Beide zwarte paarden begonnen zich te roeren en Jans keuze voor het verkeerde veld c2 om de aangevallen dame te plaatsen zorgde ervoor dat een zwart paard zijn dame nogmaals aanviel en tegelijkertijd met het andere zwarte paard ook de witte loper op d3. Die was derhalve niet meer te redden en Jan besloot om op te geven. (Jan Siebelink - Pieter Hofstee 0−1)

Jan Siebelink 28 februari 2023

 

Vèrspringpaard

 
Kort nadat de partij tussen Wim Platje, die met wit speelde, en Cor Paans begonnen was bemoeide Murphy zich ermee. Die van 'de wet van ...' Als er iets fout kán gaan dan zál het ook een keer fout gaan. En dat was ook hier het geval, zij het op een andere manier dan u nu verwacht. Wim was kort na het begin even van het bord gegaan voor koffie en was zijn klok vergeten in te drukken. Ook competitieleider Cor had het nog druk om wat dingen te regelen. Ook hij was even van het bord weggelopen en had tevens een paar zetten nog even niet genoteerd. Toen Wim aan het bord terugkeerde zag hij dat zijn loper die op d3 had gestaan geslagen was door het zwarte paard dat in zijn herinnering op a6 stond toen hij wegging. Nu kunnen paarden soms behoorlijk springen, maar zover was nu ook weer wat overdreven. Denkend dat er een geintje met hem werd uitgehaald zette Wim het zwarte paard weer terug op a6 en zijn loper op d3. Dat kwam hem op een nogal verbouwereerde blik van Cor te staan. "Wat maak je me nou", hoorde je hem denken. Ook de buren aan het Poolse bord hadden niets vreemds gezien. Cor had gewoon de loper op e3 geslagen met zijn paard van b4. Niets onreglementairs aan. Wim dacht even dat hij gek geworden was, dat denkt hij overigens wel vaker, maar gelukkig werd de toedracht langzamerhand duidelijk. Door alle afleiding en heen en weer geloop dacht Cor na zijn zet 6...Pa6-b4 even later weer aan de beurt te zijn en had dus de loper op e3 geslagen. Naspelen van de notatie van Wim bracht aan het licht, dat Cor weliswaar te goeder trouw was en geen kwaad in de zin had gehad, maar dat Wim toch echt na 6...Pa6-b4 eerst nog een zet mocht doen. De loper werd uit de vuurlinie gehaald en het spel ging verder. Wit had enig initiatief, maar veel was het niet. De partij eindigde in een snelle remise. (Wim Platje - Cor Paans ½−½)

Cor Paans en Wim Platje (r) 17 april 2018

 

Hollands op zijn Kortelands

 
Fons speelde tegen Dick Korteland en gaf achteraf als commentaar: "Na 1.d4 speelde Dick 1...f5 en zo kwam het Hollands op het bord. Wit kwam wat gedrongen te staan maar kon via de damevleugel met zijn zwarte loper mikken op een dubbelpion en het feit dat dame en toren op één lijn stonden op zwart. Wit kwam een pion voor, maar bood remise aan na toren e3 om te voorkomen dat de torens van zwart zouden verdubbelen en via f3 binnendringen. Zwart nam het aanbod aan. (Fons Claessen - Dick Korteland ½−½)

Na 1.d4 d5 2.Pf3 Pf6 3.Lf4 ontstaat een variant van het damepionspel die Londonsysteem of kortweg de London wordt genoemd. Erik Brok zette het met wit op het bord tegen Rob Truijens. Nog in de opening verrekende Rob zich en dat kostte hem de pion van d5. Even later gaf hij, eigenlijk geheel onnodig, nog een pion weg. Een lange periode van kleine wederzijdse aanvalletjes die goed te verdedigen waren volgde. Erik kreeg echter de open a-lijn in bezit en dreigingen aldaar leverde hem ook nog een kwaliteit op. Na dameruil was het pleit beslecht. (Erik Brok - Rob Truijens 1−0)

 

Erik Brok en Rob Truijens (r) 24 april 2018

 

Connie kon 't nie

 
Het ging geruime tijd gelijk op in de partij tussen Piet Schuller, met wit, en Connie Komen c.s. totdat een van de Connies vergat een stuk terug te slaan. Piet kreeg vervolgens een overwicht op de koningsvleugel waar zwart na nog een fout een tweede stuk verloor. (Piet Schuller - Connie Komen 1−0)

Ook in de partij tussen Koos van Dalen en Michel Verheij was er lang sprake van evenwicht. Michel: "Het ging behoorlijk gelijk op. Op een gegeven moment stond ik een vork toe van Koos zijn paard op twee pionnen van mij. Daarbij verloor ik een pion. Echter kwamen we remise overeen. Het was een leuke sfeer zo in de kerk spelend op deze avond." (Koos van Dalen - Michel Verheij ½−½)

Michel Verheij en Koos van Dalen (r) 16 mei 2023


De nieuwe ranglijst en een overzicht van de uitslagen vind je via "Intern" ⇒ "Ranglijst".

Reacties zijn altijd welkom. Plaats ze helemaal onderaan bij "Een reactie plaatsen". Je e-mailadres wordt niet zichtbaar bij de publicatie.

© Wim Platje 24-12-2023 13:01

Sponsor van deze ronde:

NN - Speler van De Willige Dame die onbekend wenst te blijven


Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *