RONDEVERSLAG | Ik heb de laatste tijd in mijn partijen ineens wat pionnen weggeblunderd. Het is erger geweest, ik heb vroeger zo af en toe een mat in twee over het hoofd gezien of mijn dame weggegeven, maar die kleine misgreepjes lijken tegenwoordig wel frequenter voor te komen dan vroeger.
Een schaakblunder komt nooit alleen. Nee, hij sluipt binnen als een dief in de nacht, gaat pontificaal op het bord zitten en zwaait vrolijk naar je tegenstander terwijl jij pas een zet zet later ontdekt dat je dame verdwenen is. Maar waardoor ontstaan zulke legendarische miskleunen eigenlijk? Ik heb geprobeerd de oorzaken eens bijeen te drijven. Hier zijn ze:
1. Tijdnood: de natuurlijke vijand van gezond verstand.
Niets verandert een bedachtzame schaker sneller in een panikerende goudvis dan een klok die nog twaalf seconden bedenktijd aangeeft. Plotseling voelt iedere zet als het ontmantelen van een bom. Je hand begint te zweten. Je hartslag stijgt. Je denkt: "Rustig blijven", en dan zet je zomaar vanwege een ingeving uit het niets je toren vrijwillig in. Tja, In tijdnood verandert zelfs een grootmeester in iemand die enthousiast stukken weggeeft alsof het kortingsbonnen zijn.
2. Vermoeidheid: wanneer het brein met vakantie gaat.
Na drie uur schaken raakt het brein langzaam gaargekookt. Op dat moment gebeuren de wonderlijkste dingen: paarden blijken ineens achteruit aan te vallen, pionnen veranderen in denkbeeldige verdedigers en en mat in één wordt volledig gemist. Je kijkt langdurig naar het bord, knikt zelfverzekerd en speelt vervolgens exact de enige zet die onmiddellijk verliest. Dat is geen gebrek aan intelligentie. Nee, dat is puur mentale frituur.
3. Overmoed: "Ik sta compleet gewonnen!"
De gevaarlijkste zin in het schaken is niet: "Ik offer mijn dame." Nee, het is: "Dit kan onmogelijk nog misgaan." Op dat moment beginnen de plaaggodinnen in het universum meestal al zachtjes te lachen. Je leunt tevreden achterover, denkt alvast aan de overwinning en ziet daarbij toevallig even niet dat je eigen koning binnen twee zetten mat zal komen te staan. Schaken straft arrogantie sneller af dan een gladde stoep in de winter.
4. Emoties: de interne sabotage-afdeling.
Na een fout verander je inwendig soms in een emotionele vulkaan. Sommigen worden boos, anderen moedeloos en weer anderen beginnen zetten te spelen met de energie van iemand die een IKEA-kast zonder handleiding probeert te bouwen. Het resultaat: impulsieve offers, zelfmoordaanvallen en totaal onverantwoorde "geniale ideeën". Vaak eindigt dit met een stilte aan het bord die klinkt als: "O, nee..., mijn dame."
5. Het fatale automatisme
Sommige blunders ontstaan doordat een zet er zó logisch uitziet dat je hem als vanzelf niet nog even controleert. Je denkt: "Natuurlijk zet ik mijn loper daar." Pas na het uitvoeren van de zet ontdek je dat precies die loper inmiddels gedekt staat door exact helemaal niemand en wel wordt aangevallen door ongeveer het volledige vijandelijke leger. Het brein houdt van routine. Het schaakbord houdt van vernedering.
Tenslotte: waarom blunders eigenlijk onvermijdelijk zijn.
Schaken is uiteindelijk een spel waarin twee mensen urenlang proberen ingewikkelde problemen op te lossen terwijl ze moe, gespannen, ijdel en onder tijdsdruk kunnen zijn. Dat er überhaupt goede zetten worden gespeeld, is eigenlijk al indrukwekkend. En daarom zijn blunders zo menselijk. Ze herinneren ons eraan dat zelfs briljante geesten soms een toren weggeven alsof het oud papier is.
Het bovenstaande zou me allemaal gerust moeten stellen. "Zie je wel, het overkomt iedereen". Maar waarom fluistert dat kleine knagerig stemmetje van ergens in het diepst van mijn gedachten toch steeds dat blunderen ook aan een schrijnend gebrek aan talent kan liggen....?
Gaan we door met de wedstrijdverslagen van alweer de twaalfde ronde van het kampioenschap tevens de eerste ronde van de play-offs:
Na vier zetten waren de d-pionnen en de dames van het bord verdwenen in de partij tussen Dick Korteland (wit) en klassementsleider Pearl Uyttenhove. Je zou kunnen zeggen dat het middenspel toen reeds een aanvang nam. Beide kanten ontwikkelden hun stukken naar de min of meer beste posities en er onstond een potje dreigen op afstand waarbij niet geruild werd en schijnaanvallen inderdaad slechts schijn bleken te zijn. Na de twintigste zet begon Dick steeds meer last te krijgen van een inmiddels flinke achterstand in bedenktijd en Pearl kwam mede daardoor in de betere stelling terecht. Op het moment dat door een wat mindere zet van zwart de stand weer ongeveer gelijk werd viel Dicks vlag en daarmee het doek. (Dick Korteland - Pearl Uyttenhove 0−1)
In een Engelse partij kreeg de met zwart spelende John van Waardenberg wat meer initiatief dan tegenstander Cor Paans, maar beslissend voordeel bleef uit, ondanks een gemiste kans. In plaats van het gespeelde 13...Tc8 zag 13...e5 er wel veelbelovend uit. Toch kwam John niet veel later tot een beslissende aanval. De zwarte dame kwam met schaak via h4 binnen, Cor speelde de koning weg, maar daardoor ging er een pion verloren. Even later kostte een penning hem nog een pion. Nadat John er na het ruilen van de torens in slaagde ook de dames van het bord te gaan krijgen gaf Cor op. Aan een pionneneindspel met twee pionnen minder begon hij liever niet meer. (Cor Paans - John van Waardenberg 0−1)
Fons Claessen begon met 1.d4 tegen Wim Platje en zette na 1...Pf6 voort met het vrij ongebruikelijke 2.f4, de Canard-opening. Nu had hij dat al eens eerder gespeeld tegen Wim, dus die keek er niet echt van op. Wim flankeerde zijn lopers en wachtte op de onderste drie rijen rustig af wat er komen zou. Na een pionnenruil op c5 kreeg Wim een prima stelling, maar hij ruilde eigenlijk te vroeg wat stukken af, waardoor van een eventueel offensief geen sprake meer kon zijn. Nadat ook de dames van het bord verdwenen bood Fons op uitnodiging van Wim ("Je mag gerust remise aanbieden hoor...") aan om het punt te delen. Aldus geschiedde. (Fons Claessen - Wim Platje ½−½)
In het Open Siciliaans, dat in de partij tussen Jisk Liemburg en Piet Schuller op het bord kwam, kreeg de met wit spelende Jisk wat beter spel in de opening. Dat initiatief vlakte echter wat af, maar juist op dat moment overzag Piet dat aan het einde van een stukkenruil Jisk na een schaak met de dame meteen ook een paard aanviel, dat daardoor gedoemd was tot krijgsgevangenschap. Nadat de Jisk de dames van het bord dwong wachtte Piet het onvermijdelijke niet verder af en gaf op. (Jisk Liemburg - Piet Schuller 1−0).
Een kalm Vierpaardenspel kregen de toeschouwers te zien op het bord van Rob Truijens, met wit spelend, en Pieter Hofstee. De opening verliep rustig en beide partijen vonden goede posities voor hun stukken. Pieter rokeerde voorlopig maar even niet. Rob kreeg na het minder goede 16...Pg4 en 17...Dc7 van Pieter wel even het beste spel. Sterker nog, de schaaksoftware geeft wit in die stand een plus van 2,8: "White is winning". Maar win maar eens een gewonnen stelling... Het lukte Rob, zoals velen die hem voorgingen, dan ook niet. Drie zetten later was alles weer in evenwicht. Na het verlies van een tweetal pionnen en de ruil van de dames zag het er opeens een stuk somberder uit voor Rob, die er na 30.Kf1? door 30...Tc1 mat, naar wij aannemen bepaald niet vrolijker op werd. (Rob Truijens - Pieter Hofstee 0−1)
Ton van der Breggen raakte met zwart na een zet of zes een pionnetje kwijt in een Tweepaardenspel tegen Koos van Dalen, die overigens een paar zetten later wel paardwinst miste. Ton trok vervolgens onvervaard ten aanval, dreigde zelfs mat in één, maar in plaats van mat verloor hij een paard. Hij bleef stug volhouden, won door een fout van Koos nog een wel een paard terug, maar kwam kort daarna in een matnet terecht. (Koos van Dalen - Ton van der Breggen 1−0)
De nieuwe ranglijst en een overzicht van de uitslagen vind je via "Intern" ⇒ "Ranglijst".
Reacties zijn altijd welkom. Plaats ze helemaal onderaan bij "Een reactie plaatsen". Je e-mailadres wordt niet zichtbaar bij de publicatie.






