Ronde 13: “Illusies en Uitputting”


Het viel me destijds op hoe uitgeput de spelers er dan uitzagen...
Harm Wiersma 1995

RONDEVERSLAG | Van 12 tot en met 28 januari wordt het 86ste TaTa Steel Schaaktoernooi gehouden. Al een aantal jaren ben ik niet meer in Wijk aan Zee geweest, maar vroeger was ik er regelmatig. Ik herinner me met name het toernooi van 1975, toen het toernooi Hoogovens-toernooi heette, nog heel goed. Ik heb er veel later een verhaal over geschreven dat ik de uitspraak van Peter Sirius: "Illusies zijn de enige ziekten waarvan men tot zijn spijt wordt genezen" als motto meegaf.

Ik herinnerde me na afloop van mijn vermoeiende partij in de dertiende ronde dat in het verhaal wordt beschreven hoe me destijds opviel hoe uitgeput sommige spelers er na hun partij uitzagen. Die herinnering brengt me er toe het verhaal hier nogmaals te publiceren:

Om de trein te halen ben ik heel vroeg vertrokken. Het is mistig. Een wazig halfduister geeft de wereld van deze schuwe morgen het aanzien waar ik zo van geniet, maar waar ik -gelukkig- geen woorden voor heb. Er is nog niet gestrooid. De Gravensingel is ongerept wit. Een kwartet autobanden heeft het gewaagd nu al hun voren te trekken in het kleine laagje sneeuw dat vannacht gevallen is. De glinstering van de voorbije nachtvorst is er doorheen te zien. De stoep voor me zegt dat ik vandaag de eerste ben. Achter me zie ik met kinderlijk genoegen dat ik gevolgd word door de afdrukken van mijn knerpende schoenen. De bus is te laat.

‘Koud, maar gelukkig niet doordringend waterkoud. Droogkoud. Voelt toch niet prettig. Wist wel dat het onaangenaam zou worden. Wollen sokken een kwartiertje op de hete radiator. Schoenen er ondersteboven naast. Veters strak gestrikt. Warmte binnen houden.’

Welk perron? Nerveus de blauwe letters en cijfers op geel lezend luidt het vonnis ook nu natuurlijk weer: Overkant. De straf is: Trappen afspringen, tunneltje doorrennen en met drie treden tegelijk weer omhoog. Net op tijd, na een sprintje als in de film, plof ik, net voor de deuren zich definitief sluiten, hijgend op een bank. Een lichte schok en dan volgt beweging het fluitsignaal op. Ik gaap, breng snel mijn hand voor mijn mond en zie het perron de overkapping verlaten op weg naar de eerste brug. De cadans van het treinstel op de rails geeft rust en ik geef me over aan het ritme. Mijn tekort aan slaap wordt al snel aangevuld.

‘Ik hoef even niets, heerlijk niets. De tijd verdicht zich en bestaat niet meer. Moment is moment is moment. Ik hoor het traject. Rinkelende bel begint zijn toonladder. Laag, hoger, hoog, lager. Brug, station, brug… station’

Het geluid van geleidelijk afremmen wekt me. Lang geleden, als kleine jongen, deed ik het met mijn eigen treintjes na en ik werd daar een grootmeestertje in. Haarlem is overstappen op de stoptrein naar Driehuis, Santpoort met eindpunt Beverwijk. Daar vind ik dankzij de vriendelijke man met de blauwe NS-pet de juiste bus naar Wijk aan Zee. Hier is alle sneeuw al tot natte, bruine pulp gereden. Overal plassen smeltwater. De bus drijft kleine boeggolfjes op en komt sissend de bocht om. Als we vertrekken zie ik plotseling de borden met de beeltenissen van mijn helden. Het schiet op, ik moet wel dichtbij zijn. Ik ga ze zien!

De bus meert aan. Verspreide groepen mannen trekken op in dezelfde richting en ik voeg in. Met het hoofd diep weggedoken loop ik stoeptegels tellend met ze mee. Nu is het kil, maar de gevels geven hun warmte af. Ik kijk opzij en zie tot mijn verbazing dat ik naast een drietal meisjes loop. ”Gaat u daar ook heen?”, vraag ik vooruit wijzend, Waarna ik me afvraag of ik niet gewoon “jullie” had moeten zeggen. Ik krijg geen antwoord, slechts drie verlegen knikjes.

Vlakbij de duinen, die het dorp half omringen ligt het hotel. We stappen quasi nonchalant naar de ingang in afwachting van de grootse dingen die ongetwijfeld gaan komen. Er wordt niet gedrongen, zo zijn wij niet. Kalm beteugelen we onze opwinding en gaan de deuren door. De warmte slaat toe en ik zie even niets. Garderobe. Jassen uit. En dan, in afwachting van de wonderen, slenter ik langs de kraampjes met boeken, borden, klokken. Toch wat nieuwsgierig kijk ik rond om te zien waar die drie gebleven zijn…

Tijd! De combattanten zijn ontwaakt, de strijdperken en de legers klaargezet. De meesters zijn begonnen aan hun dans des doods. Het duurt voor ons volgelingen echter nog minstens een uur voor we meester Lex Jongsma als een lichtvleugelige vlinder van bord naar bord over het podium zien fladderen om ons uit te leggen dat dit kunst is en hoewel in zich zelf helaas nutteloos, toch zingevend, omdat het ons vervult met een gevoel van schoonheid.

In de tussentijd slof ik mee met slecht geschoren kerels in bleke spijkerbroeken met hun van onbewuste reclames voorziene katoenen tasjes langs de arena’s waar elk tweetal zwoegt.

Het is onder die omstandigheden dat ik hem tegen kwam. Of we nu bij dezelfde boekenstal stonden of het commentaar van vlinderende Lex volgden, dat weet ik niet meer. We raakten als kerels onder elkaar in gesprek. Ik was drieëntwintig en hij zal een jaartje of twee jonger zijn geweest. Eerst hebben we elkaar een pilsje aangeboden. Daarna vonden we gezamenlijke interessen waarover we van gedachten wisselden. Dat was niet zo moeilijk. Wij waren immers hier. En dus spraken we over het toernooi, de deelnemers, het spel, de genialiteit.

Het eerste dat ik opmerkte was zijn bijna serene rust. Een kalmte waarvan ik slechts kon gissen wat de bron was. Zelf kom ik meestal heel rustig over, maar binnenin gloei ik soms als vuur en wil ik als wild water stromen. Ik bemerkte ook, dat hij met een lichte tongval sprak. Daar bedoel ik niets denigrerends mee. Integendeel. Ik schep er simpelweg behagen in om mensen, die in een bepaalde streek opgegroeid zijn, zo exact mogelijk te kunnen plaatsen aan de hand van hun accent of dialect. Friesland, geen twijfel mogelijk.

Hij was aangenaam gezelschap. We wisselden van speelzaal in stilte naar rumoerige demonstratiezaal, naar restaurant en terug. We boden elkaar iets te drinken aan en wisselden bescheiden informatie uit over de dames in ons leven. Begaven ons dan weer naar de speelzaal om de grootmeesterpartijen in alle rust of hevigheid te zien vorderen. Vervolgens keken we of Lex nog fladderde. Gaven elkaar een biertje…. Ik was drieëntwintig en hij zal een jaartje of twee, wellicht drie, jonger zijn geweest.

´Aan de kust smelt intussen een kersen zon. Een fijne dag voor twee gelijkgestemde geesten loopt ten einde. Ook de strijd is gestreden. Overwinning, capitulatie, wapenstilstand. Hij noemt me nu Willem en ik mag hem Harm noemen’.

Genna Sosonko loopt langzaam de trap af van de spelersruimte naar de parterre. Hij ziet er dodelijk vermoeid uit. Uitgeputte ogen merken toch Harm op: “Dag Harm”. Harm groet terug en op dat moment besef ik, dat ik met één der grootste dammers van deze tijd een dag heb opgetrokken. Harm Wiersma. Heel sterk en kandidaat wereldkampioen. Ik stond even op slot, kreeg warme wangen en een koude nek.

Hans Böhm en Jan Timman nodigden vlak daarop Harm uit voor de snertmaaltijd in de immense Hoogovenskantine. Een traditie op de laatste toernooidag, waar alle deelnemers het toernooi met snert en broodjes kunnen afsluiten. Een Fries heeft weinig woorden nodig en na zijn lichte hoofdknik in mijn richting mocht ik als vanzelfsprekend ook mee.

De spelersbus waarin ik plaatsnam vervoerde de meesters en de grootmeesters naar de gezamenlijke maaltijd. Ik, dilettant, was een ieder in de bus natuurlijk onbekend, maar beide groepen gingen er kennelijk van uit dat het wel goed zat.

We stapten uit bij de eetzaal en tientallen, die bij de ingang op hun idolen hadden gewacht om ze nog eens van nabij te kunnen zien, applaudisseerden toen we de bus uitstapten en vroegen zich misschien heel even af wie die lange, donkerblonde schaker was. De illusie kreeg vorm. In afwachting van mijn genezing was ik eindelijk grootmeester!

In de bus zaten onder anderen: Lajos en Ferenc Portisch, Furman, Hübner, Jan en Ton Timman, Hort, Browne, Sosonko, Gligoric, Langeweg, Povov, Ree, Donner, Kavalek, Smejkal, Ligterink, Böhm, Kuijpers, Wiersma, Platje en bovenal de grote Geller. Harm Wiersma werd een jaar later voor het eerst werelddamkampioen. Hij is één jaar en acht maanden jonger dan ik.

Wim Platje © 2007

Wim Jongeneel 10-10-2023

 

Koplopersconfrontatie

 
Gaan we verder met de verslagen van de acht partijen die in de dertiende ronde van het najaarskampioenschap 2023 werden gespeeld:

De opening van de partij tussen de nummers een en twee van de ranglijst, Pearl Uyttenhove en Wim Jongeneel, wordt na 1.b4 d5 2.Lb2 Pf6 de Golombekvariant van het Pools genoemd. Het woord 'Pools' mag hier desgewenst worden vervangen door Orang-Oetan of Sokolsky. Zijn we daar ook weer van op de hoogte. Nog voor de opening voorbij was probeerde Pearl, met wit, wat ruimte op de damevleugel te creëren, maar veel om het lijf had het niet. Aan het begin van het middenspel was het Wim, die heel geduldig een prima uitgangsstelling voor een confrontatie in het centrum had opgebouwd, maar 19...e4 was eigenlijk niet de beste manier. De reactie van Pearl, 20.d4 in plaats van 20.dxe4, was echter ook niet de sterkste. Lang bleef de partij in evenwicht, maar Pearl kwam langzamerhand wel in tijdnood. Door een zwakkere zet van wit kon een zwart paard binnendringen en volgde er een grootscheepse afruil, waardoor de stelling erg onoverzichtelijk werd. Een fout van Pearl onder grote tijdsdruk kostte hem tenslotte de partij. Met nog twee ronden te gaan neemt Wim de leiding in de competitie over. (Pearl Uyttenhove - Wim Jongeneel 0−1)

Pearl Uyttenhove 6-5-2023

 

Heftig water

 
Pieter Hofstee kreeg na 1.e4 van John van Waardenberg via 1...d5 het Scandinavisch voorgezet. Pieter koos voor het minder gangbare 3.Pf3 in plaats van 3.Pc3. John verzuimde even na een mindere zet van Pieter in het voordeel te komen. De partij kwam in heftiger vaarwater na de centrumopstoot 13.d5. Na afruilen van wat pionnen en een paard lag het centrum open. Pieter won een pion en kreeg een uitstekende stelling. Het eindspel waarin Pieter het met een toren en twee pionnen tegen een paard en twee pionnen van John opnam werd door wit in zijn voordeel beslist. (Pieter Hofstee - John van Waardenberg 1−0)

Pieter Hofstee 12-10-2021

 

Koppijn en hoofdbrekens

 
"Ik ben kapot", aldus Han van Gorkom direct na zijn gewonnen partij tegen Wim Platje. Ook Wim keek na afloop van de partij niet meer geheel helder uit zijn ogen. De partij had kennelijk het uiterste van de spelers gevergd. Nog wel werd de Tsjigorinvariant van het gesloten Spaans vlot door de heren op het bord gezet, daarna was het diep peinzen geblazen. Han zette met 11.d3 wat behoudend voort, zodat er van voordeel voor een van beiden in de opening weinig sprake was. Een veel te vroeg 13...f5 van Wim bleek echter veel te optimistisch, temeer omdat zijn dame na een paardruil op a5 was beland, waar ze een beetje buitenspel stond. Met het uitstekende 15.d4, door Wim verkeerd behandeld, blies wit het zwarte centrum op en veroverde een pion, niet lang daarna gevolgd door een tweede. Daarna vond Wim lange tijd op vrijwel iedere ogenschijnlijk beslissende dreiging van Han het juiste antwoord, wat Han de nodige hoofdbrekens en Wim de nodige koppijn bezorgde. Uiteindelijk lukte het wit toch om de taaie tegenstand van zwart te breken. (Han van Gorkom - Wim Platje 1−0)

Cor Paans speelde met wit tegen Jan Siebelink en zegt over de partij: "In een Engelse partij, die lang gelijk op ging, begon het halverwege de partij een beetje mijn kant op te vallen. In zet 26 koos Jan ervoor om na het schaak van mijn paard de koning naar voren te schuiven. Dat bleek uiteindelijk de verkeerde richting, want na een schaak met mijn tweede paard in zet 27 leverde dat een ongedekte loper op voor wit." (Cor Paans - Jan Siebelink 1−0)

Han van Gorkom 7-1-2020

 

Plotsverlies

 
Jisk Liemburg beantwoordde de Caro-Kannverdediging van Dick Korteland met de doorschuifvariant. Dick koos een heel ongebruikelijke voortzetting, maar het bleek speelbaar. Jisk had gedurende de opening behoorlijk het initiatief, maar blunderde bij de overgang naar het middenspel met 15.Tc5 een pion en de kwaliteit weg en gaf op. Een plotseling einde. (Jisk Liemburg - Dick Korteland 0−1)

Wat kleine kansjes op voordeel waren er voor Erik Brok in het begin van de opening, het Londonsysteem van de damepionopening. Bij een langdurige actie op de damevleugel werd door beide spelers niet steeds optimaal gespeeld, maar Fons kwam er het beste uit. Eerst won hij een pion, daarna een paard en toen Erik een paardvork op dame en toren kreeg voorgeschoteld vond Erik het wel genoeg. (Erik Brok - Fons Claessen 0−1)

Dick Korteland 1-6-2021

 

Tweepaardenmat

 
Piet Schuller profiteerde in het begin van het damepionspel tegen Koos van Dalen van een fout van zwart. Dat leverde hem een paard op en dat voordeel gaf hij ook niet meer uit handen. Na een afruilactie op de koningsvleugel leverde Koos nog een toren en een paard in om vervolgens door Piet met twee paarden te worden mat gezet. (Piet Schuller - Koos van Dalen 1−0)

In een Driepaardenspel waren er in de partij tussen Rob Truijens en Michel Verheij wisselende kansen. Rob maakte ergens een pionnetje buit en bij het ingaan van het eindspel met torens en dame nog een tweede. Na een kleine combinatie won Rob een toren en dat betekende het einde. Michel: "Ik heb kansen laten liggen. En met twee pionnen minder en in tijdnood verloor ik uiteindelijk een langdurende partij." (Rob Truijens - Michel Verheij 1−0)

Rob Truijens 6-10-2020


De nieuwe ranglijst en een overzicht van de uitslagen vind je via "Intern" ⇒ "Ranglijst".

Reacties zijn altijd welkom. Plaats ze helemaal onderaan bij "Een reactie plaatsen". Je e-mailadres wordt niet zichtbaar bij de publicatie.

© Wim Platje 08-01-2024 17:01

Sponsor van deze ronde:

NN - Speler van De Willige Dame die onbekend wenst te blijven


Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *