Om nu maar eens voorgoed af te rekenen met het zich telkens onverwachts manifesterende stemmetje in mijn hoofd dat me erop wijst dat er nu eindelijk eens werk van moet worden gemaakt van dat verhaal, heb ik diep adem gehaald, de rug gekromd en de vingers aan de toetsen geslagen.
De bekendste anekdote over de grote schaker Akiba Rubinstein, die in 1882 in het toen Russische en nu Poolse Stawiski geboren werd en in 1961 in België stierf, gaat over zijn partij in de laatste ronde van het prestigieuze toernooi van Karlsbad 1907 tegen Heinrich Wolf.
Een mooi verhaal, alleen is de speelse zelfverzekerdheid die er uit spreekt moeilijk te rijmen met het algemene beeld van Rubinstein dat in de schaakliteratuur is overgeleverd. Mensenschuw zou hij zijn geweest, zenuwachtig en soms dicht bij een geestelijke ineenstorting.
