In een vorig verslag schreef ik reeds dat soms, eigenlijk wel iets te vaak, het muntje net met de voor de tegenstander goede zijde naar boven valt en in deze wedstrijd was het al niet anders, maar als er ooit een kans was om in ieder geval één matchpunt binnen te halen dan was dat tijdens deze ontmoeting.
Ik mag het mezelf ten volle aanrekenen, want ik had na een uitstekende start geruime tijd een zo goed als gewonnen stelling op het bord staan, maar toen begon ik spoken te zien waar ze niet waren en slaagde ik er zowaar in het vrijwel onmogelijke te presteren en alsnog te verliezen. Het electronisch schaakbrein gaf thuis achteraf mijn stelling na tien zetten een waardering van +3 en dan moet je inderdaad van goeden huize komen om zo'n stand nog te verprutsen. Nu kom ik, al zeg ik het zelf, wel van redelijk goeden huize, maar dit kan niet de bedoeling zijn. De partijen:
Paul Blok - Fons Claessen. In een Geweigerd Damegambiet bereikte Fons op het tweede bord na de opening een stelling die in evenwicht was. Zeker toen Paul de dames ruilde en daarmee zijn eigen aanval in de kiem smoorde leek er geen vuiltje aan de lucht voor Fons. Helaas ging er ergens in de partij een pion teveel verloren en dat brak Fons uiteindelijk op.

Hans Quack - Erik Brok. Erik Brok kwam eveneens goed uit de opening en ook hier kwam er een Geweigerd Damegambiet op het (derde) bord. Lange tijd bleef de stand gelijk. De stelling leek potdicht te zitten in een toreneindspel waarin Erik een pion minder bezat. Toch slaagde Hans er tenslotte in om het eindspel in zijn voordeel om te buigen.

Wim Platje - Jean-Paul Schriks. Alle synoniemen voor het woord "ramp" (beproeving, bezoeking, calamiteit, catastrofe, drama, fataliteit, gesel, klap, kommer, noodsituatie, ongeluk, onheil, plaag, rampspoed, slag, tegenspoed, tragedie, vloek) zijn zonder uitzondering als karakterisering op deze partij van toepassing. Althans, van wit uit gezien. Na een voorspoedig verlopen Steinitz-variant van de Spaanse opening stond wit op bord 1 na tien zetten een pion voor en had Jean-Paul ook nog vrijwillig een dubbelpion op de damevleugel aanvaard. Daarna ging het door een heleboel verkeerde keuzes langzaam bergafwaarts. Eerst stond wit zwart toe om het loperpaar te behouden, vervolgens beoordeelde wit een vrij ongevaarlijke opmars van de zwarte g-pion verkeerd en begon hij gekunsteld te verdedigen. Daarna stelde hij door het zelf openen van de g-lijn zijn koning bloot aan de gecombineerde kracht van het loperpaar en een toren. Zelfs eindigde de partij daarna nog in mat. Op de thuisreis heeft de witspeler in de auto zijn partij van een uiterst kort en kernachtig commentaar voorzien. Voor de hartgrondig geslaakte vloek heeft hij, naar ik vandaag vernam, inmiddels zijn excuses aangeboden.

Piet Schuller - Jan Parre. In wat op bord vier als een Caro-Kann leek te beginnen maar door het spelen van d6 een Pirc-verdediging werd slaagde Piet er in het middenspel in een zwarte aanval op zijn koningsstelling op hardhandige wijze te pareren. Om mat in de tegenaanval te voorkomen moest Jan de kwaliteit geven en in de fase die daarop volgde speelde Piet zich uitstekend naar een straal gewonnen stelling. Toch moeten we hier wel vermelden dat Jan een kans op eeuwig schaak liet liggen, maar deze keer viel het muntje op de voor ons goede kant. Het resulterende eindspel met drie pionnen meer was verder een formaliteit.

Klik hier voor de volledige uitslagen van deze wedstrijd.
De ranglijst en een overzicht van alle uitslagen vind je nadat de competitieleider van de RSB deze heeft bijgewerkt via "Extern" ⇒ "DWD-viertal Klasse 2A".
