Ronde 3: “Plaagschaak met pepermunt”


“Spelen tegen een op pepermuntjes knarsende tegenstander...”

RONDEVERSLAG | Schaken wordt doorgaans gezien als een keurige denksport. Twee spelers nemen tegenover elkaar plaats, zetten hun stukken zorgvuldig neer en proberen met logisch inzicht, strategisch vernuft, tactische manoeuvres en een gezonde dosis geduld de koning van de tegenstander mat te zetten.

Maar iedereen die ooit serieus heeft geschaakt, weet dat er achter deze op het eerste gezicht eerbare vertoning een tweede, geheel andere, strijd gaande is. Achter die ogenschijnlijk beschaafde façade vindt nogal eens een niets ontziende psychologische oorlogsvoering plaats. Een strijd om wie de ander het meest op de zenuwen werkt. Het gaat om de kunst van irritant te zijn. Soms is de beste zet niet die van het paard naar f5, niet de loper spelen naar b7 en zelfs niet een dubbelaanval met de dame. Soms is de beste zet simpelweg het heel langdurig langzaam op de tafel tikken met je vinger. Natuurlijk is dit lang niet altijd aan de orde. Velen van ons schakers zitten urenlang stil, kijken slechts naar het bord, denken diep na en doen vervolgens één weloverwogen zet.

Maar er zijn ook schakers die tijdens hun partij een soort amateurpsycholoog worden. Ze weten: als de tegenstander rustig is, is hij op zijn gevaarlijkst. Een rustige tegenstander denkt beter na. Een rustige tegenstander ziet tactische motieven. Een rustige tegenstander merkt zelfs dat zijn dame aangevallen staat. Dus moet er iets gebeuren. Niet iets groots. Nee, juist iets kleins. Een zacht tikje met een pen. Een voet die onder de tafel voortdurend beweegt. Een stoel die bij iedere lichaamsbeweging een geluid maakt alsof een scheepsmast of iemands houten poot op breken staat. Of het klassieke na elke zet overdreven achteroverleunen en diep zuchten alsof je zojuist de meest dramatische beslissing van je leven hebt genomen: "Pfffff..." Je tegenstander kijkt op. "Wat?" "Nee, sorry, er is niks hoor..."

Wellicht het meest onderschatte wapen in het arsenaal van de psychologisch actieve schaker is echter de pen. Een tegenstander die z'n pen rustig naast het bord legt, is ongevaarlijk, maar een tegenstander die hem oppakt, ronddraait, neerlegt, weer oppakt, met de dop klikt en vervolgens vijf minuten lang met zijn wijsvinger op de tafel tikt, heeft duidelijk een plan. En dat plan is niet van schaaktechnische aard. Het mooie is dat de pengebruiker altijd een plausibele ontkenning achter de hand heeft. "Je stoort me." "Oh, sorry, dat deed ik helemaal niet bewust. Neem me niet kwalijk..." En drie seconden later begint het geklik opnieuw: Klik... Klik... Klik... De tegenstander raakt nu echt geïrriteerd. Klik... Klik... Klik... Het gezicht van de tegenstander begint langzaam van kleur te veranderen. Klik... Klik... Klik... De tegenstander overweegt nu serieus om de pen af te pakken en op te eten.

Een andere beproefde techniek is de strategische kuch. Niet de gewone kuch. Die is menselijk en heeft geen schaakwaarde. De strategische kuch is vooral te horen wanneer de tegenstander diep nadenkt. "Hoest!" De tegenstander blijft nadenken. "Hoest, hoest!" De tegenstander kijkt enigszins verstoord op. "Gaat het?" "Jawel." "Zeker?" "Ja hoor, Hoest!" Het is allemaal buitengewoon subtiel. De gevorderde beoefenaars van de kuch weten zelfs precies wanneer ze moeten kuchen: niet tijdens een volkomen evenwichtige stelling, maar wel op het moment dat hun tegenstander na twaalf minuten diep en geconcentreerd nadenken eindelijk een ingewikkelde combinatie begint te doorgronden. Dan is het namelijk geen hoest meer. Dan is het ontwrichtende druk.

Wat we zeker niet als wapen dienen te vergeten: de blik. Een man als voormalig wereldkampioen Michael zat soms zijn tegenstander te fixeren, te biologeren, zoals de slang met een muisje doet… Ik stelde me lang geleden voor tegen hem te spelen en af en toe, van het bord opkijkend, in die gloeiende koolzwarte ogen op te zien, om vervolgens mijn geteisterde zenuwen niet de baas te kunnen en op het bord de weg in een labyrint van varianten kwijt te raken. Ik rilde bij de gedachte en voelde een diep medelijden met zijn tegenstanders...

Inderdaad beschikken ook sommige wat minder begaafde schakers over een indrukwekkend vermogen om naar hun tegenstander te kijken alsof ze zojuist iets zeer interessants hebben ontdekt... De tegenstander merkt het. "Kijk je naar mij?" "Nee hoor." "Volgens mij kijk je wel degelijk naar mij." "Ja, kom zeg, ik kijk gewoon." "Waarom?" "Gewoon, geen speciale reden hoor." En vanaf dat moment begint er een interne monoloog bij de tegenstander: Weet hij iets? Ziet hij een tactische weg naar winst? Heb ik iets gemist? Waarom kijkt hij zo? Staat mijn dame eigenlijk wel veilig? En daar zit de winst. Niet op het bord, maar in het hoofd.

En dan is er het demonstratieve zuchten. Heel effectief: diep zuchten na een zet. Je speelt bijvoorbeeld een volkomen normale pionzet. Je tegenstander kijkt ernaar. Dan kijk jij plotseling met een licht vertrokken gezicht als door een wesp gestoken naar het bord. Je haalt diep adem. Je schudt langzaam in afgrijzen je hoofd. Je leunt achterover en kijkt vertwijfeld naar het plafond. Je kijkt nog eens en dan: "Zucht..." Opponent denkt: "Wat heeft-ie dan gedaan?" Hij controleert de stelling, de pionnen, de stukken, de klok, de tafel, de stoel, zijn levensloop tot dan toe... En dat is precies waar je hem wil hebben. "Is er iets niet in orde?", vraagt hij uiteindelijk. Jij haalt je schouders op. "Ach", zucht je dan met een overduidelijk geacteerde glimlach, "Dat zien we straks wel..."

Ook ritmisch bewegende voeten en trillende benen kunnen een irriterende werking hebben tijdens de partij. Zelf heb ik wel eens moeite met het geluid van malende tanden en kiezen op pepermuntjes. Vooral met de explosies die worden veroorzaakt als van die keiharde "Wilhelmina-pepermunt" zijn verzet tegen de aanvallen van het gebit opgeeft en de laatste adem onder luid protest uitblaast...

Tenslotte: Hoe graag schakers ook willen geloven dat ze hun tegenstander mentaal hebben gebroken, uiteindelijk is er altijd nog dat genadeloze bord met de 64 velden, en daarop al dat fraaie hout. Er is die kleine complicatie voor de psychologische meesterbreinen onder ons: je moet namelijk wel kunnen schaken.

Je kunt twintig minuten met je pen klikken, drie keer zuchten, vijf keer naar je tegenstander kijken en een indrukwekkend repertoire aan stoelgeluiden produceren, maar als je vervolgens je dame weggeeft blijkt dat de psychologische oorlog misschien iets te succesvol bij jouzelf is geweest. Afleiding is pas nuttig als je er zelf niet door wordt afgeleid.

En hier helemaal aan het eind nog het antwoord op de vraag of je tegenstander dit gedrag met opzet laat zien of niet. Hanteer net als ik de volgende vuistregel: Als je de partij hebt verloren dan deed je tegenstander het expres, anders niet.

▲ De kunst irritant te zijn...

 

Uitslagen van de derde ronde

 
Cor Paans schreef over zijn partij met zwart tegen Maarten van Stee het volgende: "Maarten opende met e4 en ik dacht laat ik weer eens c6 spelen. Nou was dat alweer een flink poosje geleden en dat bleek al snel. Ik voerde zeker niet de beste zetten uit en zo kwam Maarten echt beter te staan. Op zet acht zit ik na te denken over een paardzet, maar die laat ik na. En dat was wel een beetje jammer, want dat maakte het ook wel weer wat minder. In plaats daarvan haal ik mijn loper een veldje terug en ja, dan wordt het natuurlijk dringen. Maarten kwam steeds beter te staan en ook de pion op de h-lijn stond in het middenspel op h5 geposteerd. En aan die kant stond natuurlijk ook mijn koning na mijn rokade op de tiende  zet. Helaas kan ik door mijn matige notatie de partij niet geheel goed terughalen. Hoe dan ook, in de laatste 15 zetten kan ik de knoeiboel toch nog aardig oplossen Na een dameruil wordt het voor zwart toch wat makkelijker om te keepen. En na 30 zetten wordt tot remise besloten. (Maarten van Stee - Cor Paans ½-½)

Wim Platje trof met wit Pieter Hofstee. Het werd de Grand-Prix-variant van het Siciliaans. Het initiatief lag in de opening bij wit, maar er ontstond een gelijke stelling, waarin wit dacht via zetherhaling naar een remise te kunnen gaan. Pieter ontweek na een paar herhaling echter de reglementaire remise en kwam door een zwakke voortzetting op de damevleugel in moeilijkheden. Stukverlies betekende zijn einde. Of de ergernis over de op wilhelminapepermuntjes knarsende tegenstander een rol heeft gespeeld weigert Wim tot nu toe steeds te zeggen, maar weelicht is hier de boven beschreven vuistregel toe te passen. (Wim Platje - Pieter Hofstee 0-1)

Overige uitslagen van ronde drie:

Piet Schuller - Pearl Uyttenhove 0−1
Koos van Dalen - John van Waardenberg 0−1
Jisk Liemburg - Dick Korteland ½−½
Fons Claessen - Han van Gorkom ½−½
Rob Truijens Ton van der Breggen 1−0

▲ Wim Platje (l) en Cor Paans 11-02-2020

 
De nieuwe ranglijst en een overzicht van de uitslagen vind je via "Intern" ⇒ "Ranglijst".
Reacties zijn altijd welkom. Plaats ze helemaal onderaan bij "Een reactie plaatsen". Je e-mailadres wordt niet zichtbaar bij de publicatie.

© Wim Platje 03-10-2026 13:41

Een reactie plaatsen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *