RONDEVERSLAG | Elf ronden zijn er op het moment van dit schrijven achter de rug en vanaf nu kunnen in de laatste vier ronden van de voorjaarscompetitie 2026 de spelers elkaar weer voor de tweede maal achter het bord ontmoeten De playoffs zullen tenslotte beslissen wie de voorjaarskampioen 2026 zal zijn.
Tot zover de mededelingen. Tijd voor iets prozaïsch. Misschien herinneren de lezers zich dat ik wel eens wat schreef over twee leden van het kroeglopersgilde: Tinus en Bertus, die iedere avond bij elkaar komen bij de grote houten bank die tegenwoordig bij het bronzen standbeeld van Johan en Cornelis staat...
Doorgaans blijven ze er dan een tijdje rondkijken, maar daarna gaan ze weer gauw op weg, want het trekt aan ze. Onweerstaanbaar als altijd. Langzaam lopen ze van de Voorstraat de Vriesestraat in op weg naar de tapperij, die vroeger, toen de vorige eigenaar er nog was, gewoon café heette. En dan lopen ze, op weg naar de kroeg, langs het speelhuis van de schakers op nummer 20...
Ik had al een tijdje niets meer vernomen van de heren, maar kort geleden hoorde ik via een goede kennis, dat ze tegenwoordig op de zaterdag in de bibliotheek te vinden zijn. En niet eens om er een of ander voetbalblad, een krant of een roddeltijdschrift te lezen, maar, ik geloofde ook mijn oren niet toen ik het hoorde, om er een partijtje schaak te spelen!
Die kennis van me voegde me toe: "Je zou er eens bij moeten zijn. Het zijn nog maar beginners, maar als je hoort wat die twee elkaar naar het hoofd slingeren... Aangezien ik vrijwel nooit op de zaterdag kan, kwam hij op een lumineus idee. Hij zou ongemerkt, stiekem, heimelijk, tersluiks, op slinkse wijze een opname maken van wat er gezegd werd en ik zou dan proberen of ik er een schrijfseltje voor de website van zou kunnen maken.
Dat gebeurde dus en hier is het resultaat. Van het schaken zelf krijgen we weinig mee natuurlijk, het is een tenslotte maar een opgenomen gesprek, maar wat er allemaal werd gezegd...
Bertus: Hatsekiedee. En dat is een pionnechie naar e4. Zo, me gaan eris met de volle 50% tegenaan.
Tinus: Pak je borst maar vast, Bertus. Ik heb met jou nog een varkentje te schillen sinds die partij van vorige week.
Bertus: Moet je zeggen wie het hoort. Jij imiteert me mateloos Tinus, met die stedeer-openingen van je uit het buitenland. De Oesbekistaanse-opening zeker weer...
Tinus: Ik spreek vloeibaar Nederlands Bertje, dus ook vloeiend schaak. Kèèk, daar komp de kat al uit de zak.
Bertus: Nou, je moet geen wakkere honden slapend maken Tinus. Straks sta je weer schaakmat en dan ben je op slag half dood.
Tinus: Poeh, poeh.. Ik zou egnie naast jouw schoenen willen lopen als ik mijn was.
Bertus: Wat zet je nou schijtert? Je denkt toch zeker niet dat je bang voor me bent?
Tinus: Verdomd nog is an toe... Nu gaat er hier ook een lampje bij me rinkelen… je bluft!
Bertus: Lache die Tinus. Ik erger me kostelijk aan je praatjies ventjie. Ik zal die koe is effe bij de uiers vatten: je staat gewoon slechter.
Tinus: Had je gedroomp! Dat zet geen doden aan de zeik Bertus. Kijk is effe naar deze zet!
Bertus: (schrikt hoorbaar) Soooooh, dat is wat je noemp iemand dòòd maken met een blije mus.
Tinus: Je maakt me errug blij met een dooie mug vanwege die Dordtse verdediging van je. Ging vorige week toch ook helemaal gallemiezig?
Bertus: Je mot geen ouwe vissen uit de sloot halen, Tinus. Die truc ken ik allang. Dat is er met de paplepel ingeslagen.
Tinus: (zucht) Ik wor hier zo moederloos van....
Bertus: Laten we met een schone luier beginnen en gewoon eerlijk spelen.
Tinus: Eerlijk? Jij hebt net nog een leuke jas op de kip getokt met die zet van je.
Bertus: Er mot kaas op de plank komen, dus ik speel op winst.
Tinus: De aandeelhouder wint, zeggen ze dan.
Bertus: (denkt diep na en spreekt dan weer) Stil… Krimmeneel wat een stilte. Je ken een speld in een hooiberg horen vallen.
Tinus: Ik moet niet te veel rijden, want ik moet nog drinken zegge ze dan. Maar dit wordt wel een lange partij, nog een biertie Bertjo?
Bertus: Mooi paardoffer, Tinus. Toch denk ik dat het maar wel aanneem, want je moet een gegeven paard niet in de bek zeiken, of wel dan? Neem toch gewoon remise aan Tinus.
Tinus: Geen denken aan. Dit is mèèn moment.
Bertus: (zet stuk) Mot je ut zelluf maar wete! Hatsekiedee... Schaak en nog mat ook!
Tinus: …
Bertus: Je zee toch... Dat zet geen doden an de zeik, hè?
Tinus: Nee. Maar goed… iemand blij maken met een dooie mug is ook een kunst. Pak je nog wel is Bertus... Klerelijer...
Commentaar van Pearl Uyttenhove zijn partij tegen Rob Truijens: Rob komt met de witte stukken beter uit de opening - meer ruimte om te manoeuvreren en zwakke punten in het zwarte kamp. Maar rigoureuze stukkenruil op zijn initiatief doet Robs voordeel vervluchtigen.
Er komt een complex eindspel met aan beide zijden twee torens en een paard. Helaas voor Rob staan zijn stukken slechter opgesteld dan hun zwarte concurrenten. Zwart heeft een vrijpion op d5. De zwarte d-pion, ondersteund door de zwarte stukken blijkt een onstuitbaar monster. Na ruil van een torenpaar biedt Rob zijn paard ter ruil aan. Dat blijkt een fatale fout... Met een boosaardige grijns ruilt zwart zijn toren voor het witte paard.
De d-lijn is nu onderverdedigd en de promotie van de d-pion kost Rob zijn laatste toren. Een eindspel met een paard minder is een enorme intellectuele uitdaging voor de verdediger. Rob ziet daar geen heil in en reikt zijn bloeddorstige tegenstander de hand. (Pearl Uyttenhove - Rob Truijens 1−0)
Pieter Hofstee zette een fors wit pionnencentrum op tijdens de Pirc-opening in zijn partij tegen John van Waardenberg. Na een zet of acht waren die pionnen in het centrum echter wel geheel vastgelegd. Pieter bracht zijn stukken in de beste posities voor een koningsaanval en kreeg een veelbelovende stelling. John trachtte zoveel mogelijk de angel uit het witte spel te halen door af te ruilen.
Na dameruil leek het pleit echter in het voordeel van wit te worden beslecht, maar een uitval met een paard op de damevleugel gevolgd door een volkomen verkeerde paardzet op de koningsvleugel leidde tot het verlies van het paard op de damevleugel doordat het ingesloten werd. Dat was na 21 zetten het situatie, waarna Pieter nog lang taai verzet bood tot John op de 45ste zet het punt uiteindelijk toch kon binnenhengelen. (Pieter Hofstee - John van Waardenberg 0−1)
Wim Platje gaf er de voorkeur aan om met de witte stukken tegen de overige aanwezige DWD'ers, dus tegen Connie Komen, te spelen. Hij zette gewoontegetrouw het Spaans op het bord en kreeg mede door de gebrekkige ontwikkeling van de zwarte stukken, die een soort van heen-en-weer-dans uitvoerden, het betere van het spel. Na twintig zetten ontstond er een curieuze situatie. Wim speelde b2-b4 en die b-pion kwam naast de zwarte pion op c4 te staan. Er was op dat moment nog geen tegenstander aan het bord. De speler die vervolgens verscheen wist natuurlijk niet wat de laatste zet van Wim was geweest, anders had hij misschien wel gebruik gemaakt hebben van zijn recht om en-passant de pion van b4 te slaan.
Wim maakte de tegenstander daarop ook niet attent, heel gemeen natuurlijk, tenzij hij het pas in de gaten kreeg toen de opponent niet alleen een heel andere zet deed, maar ook nog eens niet had gezien dat de witte b-pion op b4 nu een paard op c5 kon slaan. Dat deed die b-pion natuurlijk, hoewel Wim werkelijk van niets wist. Zes zetten later kreeg de verzamelde elite ook nog eens een mat in een paar zetten voorgeschoteld, iets waar Wim ook al niets van scheen te weten. (Wim Platje - Connie Komen 1−0)
De partij tussen Jisk Liemburg, wit, en Dick Korteland bestond uit een eerste deel met zo'n elf zetten theorie van het Spaans, de Bogoljubov-variant, en een tweede veel interessanter deel, waarin zwart steeds nadrukkelijker de aanval zocht. Enkele malen zou Dick met wat sterkere keuzes dan die hij deed op voordeel hebben kunnen komen, maar zoals het liep verdedigde Jisk zich bekwaam genoeg om zich zwart van het lijf te houden. De remise kwam plotseling. (Jisk Liemburg - Dick Korteland ½−½)
Piet Schuller en Han van Gorkom speelden een lange partij. Piet koos voor de zetvolgorde 1.d4, 2.Lf4 en 3.e3, een London-opening en Han stelde zich als gebruikelijk heel solide op. Aan het einde van de opening kwam Piet als eerste met een de middenlijn overschrijdende zet, 12.e5, en verdreef daarmee een paard van f6. Wit stond op dat moment heel behoorlijk, maar wit stond daarna wat stukkenruil toe, waarna een eventuele aanval al in de kiem werd gesmoord. Met 23.Lg3 greep Piet mis, waarna Han beter kwam te staan. Kennelijk was Piet hierdoor even van slag, want na 24.Te3 raakte hij een toren kwijt. Ondanks enig wit verzet liet Han zich de winst niet meer ontgaan. (Piet Schuller - Han van Gorkom 0−1)
▲ Dick Korteland en Jisk Liemburg (r)
Koos van Dalen en Cor Paans, die tegen 1.e4 voor de Caro-Kann koos, maakten er, althans volgens de notatie, een verbazingwekkend partijtje van. Vooral Koos blonk uit in originele ideeën. Een paardoffer op e6 leverde hem voor het paard twee pionnen op, maar niet echt groot voordeel, ook al verkeerde de zwarte koning even in een vrij beroerde positie in het midden van het bord. En toen daar even later een torenoffer op volgde was ook daarvan niet direct vast te stellen dat er snel partijwinst op zou gaan volgen. Dat gebeurde helaas voor Koos dan ook niet. De partij was eigenlijk toen al beslist en nog voor de dertigste zet kon Cor een punt laten bijschrijven. (Koos van Dalen - Cor Paans 0−1)
Ton van der Breggen kwam met de witte stukken uit tegen Fons Claessen en koos als opening voor het Driepaardenspel. Fons schrijft over de partij: "Ton miste een vork met schaak op c7 op de zesde zet. Dat had hem een kwaliteit opgeleverd. Daarna won wit een pion en vanaf dat moment sneuvelden er meer stukken. Tot het punt dat er nog te weinig stukken waren om verder te strijden tegen vele vrijpionnen en wat stukken van zwart. Op de 32ste zet gaf wit op." (Ton van der Breggen - Fons Claessen 0−1)
De nieuwe ranglijst en een overzicht van de uitslagen vind je via "Intern" ⇒ "Ranglijst".
Reacties zijn altijd welkom. Plaats ze helemaal onderaan bij "Een reactie plaatsen". Je e-mailadres wordt niet zichtbaar bij de publicatie.






