Slotstand Gibaud-Lazard. Parijs 1924. Wit geeft op.
RONDEVERSLAG | Met een forse klap donderde het stapeltje boeken alsnog op de grond. Ik had geprobeerd ze tijdelijk op een kennelijk te smal gedeelte van een plank in de boekenkast te leggen, waar eigenlijk door al aanwezige stapeltjes net te weinig ruimte was. Verkeerd en te optimistisch ingeschat. Verloren van de zwaartekracht door te vertrouwen op een, naar achteraf bleek, te wankel evenwicht, een labiel equilibrium.
Zoals de met pindakaas of jam gesmeerde boterhammetjes doorgaans met de besmeerde zijde naar beneden op de vloer plegen te vallen, lagen de boeken allemaal met de voorkant naar beneden gekeerd. Op eentje na dan. De titel van de schaakpocket die wel te lezen was luidde: 'Prisma Schaakboek 11. 100 miniatuurpartijen. H. Bouwmeester. Ik kende het boekje nog wel, maar had het al jaren lang niet meer gezien. Al die tijd stond het te dommelen tussen de deeltjes één tot en met twaalf.
Op de eerste pagina staat een partij van 12 zetten. Een koningsgambiet tussen Renold en Agassisz - Lausanne 1903. Op de gedeeltelijk lege pagina naast die partij staan met potlood twee partijen genoteerd, uitgaand van dezelfde tien à elf beginzetten, die ik speelde tegen de schaakcomputer 'Chess Challenger 9'. In die tijd, zo rond 1973, kon je nog wel van de elektronica winnen zie ik nu.
Een miniatuurpartij heeft naar mijn mening wel iets boeiends, omdat hij meestal door een onverwachte wending, een verrassende finesse, tot een vroegtijdig einde komt. En dat detail, die list zo u wilt, werd natuurlijk door maar een van beide spelers opgemerkt dan wel bedacht. In het boekje lees ik in de inleiding dat er aan een 'kurzpartie' twee belangrijke aspecten te onderscheiden zijn. Ten eerste vergt die niet zo veel ruimte en ten tweede kost het naspelen niet zo veel tijd.
In de loop van een paar eeuwen schaken in toernooiverband zijn er aardig wat korte partijen opgeschreven, ook al komen ze in de partijen tussen meesters en grootmeesters natuurlijk maar weinig voor. Het beroemdste voorbeeld is wel Gibaud-Lazard, Parijs 1924. 1.d4 Pf6 2.Pd2 e5 3.dxe5 Pg4 4.h3? Pe3 en wit gaf op wegens mat of dameverlies!
Het nare van het verliezen van een korte partij is voor een grootmeester natuurlijk de wrede kant die eraan verbonden is. Ooit won de Nederlandse meester Hans Ree een marathongevecht verdeeld over drie zittingen (dat kon toen nog) van grootmeester Victor Kortsnoi. Kort daarna verloor hij in acht zetten van grootmeester Tigran Petrosjan en juist die laatste partij werd in de internationale schaakpers breed uitgemeten! "Het winnen van een korte partij", zo betoogt Bouwmeester, "is een bijzonder prettige ervaring. En het verliezen ervan heeft tijdens een toernooi in elk geval het voordeel dat men praktisch een extra vrije dag heeft."
Op ons niveau kun je natuurlijk, als je dat wilt tenminste, de clubavond vroeg verlaten om, al of niet mokkend, tierend of scheldend de thuisreis te aanvaarden. Het zal geen verbazing wekken dat er in derde ronde van de voorjaarscompetitie 2026 ook een aantal van die korte rampen voorkwamen:
Na 1.d4 d6 2.Pf3 Lg4 stond de zogenaamde Wade-verdediging van het Neo-Oud-Indisch op het bord in de partij tussen John van Waardenberg en Pearl Uyttenhove die met zwart speelde. Er volgde een strategische strijd, waarin de spanning langzaam werd opgevoerd. John speelde als eerste wat minder behoedzaam en zette met 12.h3 en 13.g4 de pionnen voor zijn eigen koning op aanvallender posities. Intussen was de d-lijn open gekomen en daar werd een stel torens geruild. Nadat de resterende torens en de dames er af dreigden te gaan werd er in de vrij korte partij na 24 zetten tot remise besloten. Pearl: "John moet in remise berusten". (John van Waardenberg - Pearl Uyttenhove ½−½)
Een kortere partij, namelijk 21 zetten, was die tussen Jisk Liemburg (wit) en Fons Claessen. 1.e4 c5 2.Pf3 a6 leidt tot de O'Kellyvariant van het Siciliaans. Fons behandelde de opening enigszins slordig en de computer gaf Jisk na een zet of zeven reeds een +3. Maar gelukkig voor Fons zette Jisk daarna ook niet steeds optimaal voort. Nadat de zwarte dame een aantal keren was opgejaagd en de winst voor wit aanstaande leek vervlakte door dameruil de stelling plotseling en werd even later tot remise besloten, wat volgens Fons wel een terechte uitslag was. (Jisk Liemburg - Fons Claessen ½−½)
Een echte 'Kurzpartie', brachten Cor Paans en Wim Platje op het bord. Eigenlijk moet ik zeggen dat het Wim Platje was die de korte partij met de zwarte gelederen op het bord zette. Het was een Koningsindische partij, waarin wit de zet 4.Lg5 had ingelast. Wim dacht dat hij met 12...Pe8 zijn toren op f8 zou insluiten en verwierp die zet dus. Na enig denkwerk bleek hij dat vergeten, speelde alsnog het foutieve Pe8 en zag Cor reageren met 13.Le7. Toren ingesloten, dus kwaliteitsverlies voor Wim. Die zal niet gedacht hebben deze prestatie op korte termijn te kunnen verbeteren, maar hij deed het wel. Met het vervolg 13...a6??, een veel betere blunder dan de vorige, sloot hij een zet later ook nog zijn eigen dame in. Met 14.a5 voltrok Cor, misschien zelfs wel met enige tegenzin, het vonnis. Zijn er eigenlijk ergens in dit land ook rusthuizen voor getraumatiseerde amateurschakers? (Cor Paans - Wim Platje 1−0)
Ook de partij tussen Rob Truijens en de verzamelde strijdkrachten onder de vlag van Connie Komen was een korte. Rob had 23 zetten nodig om met wit de omgekeerde simultaan te winnen. Na de Vierpaarden-opening ging het na een aanvankelijk gelijkopgaande partij bij zwart mis. Het loperoffer 20.Lh3 was beslist foutief, maar des te verrassender was het dat Rob het stuk niet nam. Even later maakte Rob gebruik van een foutieve zet met dezelfde loper. Hij sloeg die loper met 23.Txg6, de pion op f7 was gepend door de loper op d5 en kon dus niet terugslaan, en een onafwendbaar mat in twee leverde hem de volle winst op. Rob: "Mijn loper op d5 (zet 1 6) en mijn toren op g3 (zet 22) zagen er veelbelovend uit. Dat werd snel gehonoreerd door 'Connie', die haar loper op g6 zette, waarna ik snel won." (Rob Truijens - Connie Komen 1−0)
Een verrassende uitslag was de winst die Erik Brok boekte tegen de huidige kampioen Pieter Hofstee. Naar verluidt stokte een gevaarlijke aanval van Pieter en lag daar plotseling de weg naar winst open voor Erik. (Pieter Hofstee - Erik Brok 0−1)
De overige uitslagen: Piet Schuller - Dick Korteland 0−1 en Ton van der Breggen - Koos van Dalen 0−1)
De nieuwe ranglijst en een overzicht van de uitslagen vind je via "Intern" ⇒ "Ranglijst".
Alle foto's van deze ronde kun je zien bij "Intern" ⇒ "Foto's".
Reacties zijn altijd welkom. Plaats ze helemaal onderaan bij "Een reactie plaatsen". Je e-mailadres wordt niet zichtbaar bij de publicatie.







