Nieuwe aanwinsten 9

 

 

06.05.12 Olympiad United! Dresden 2008 + partij

27.04.12 Noordwijk 1965 Noteboom Gedenktoernooi + partij Botwinnik-Larsen

15.04.12 The Fifth American Chess Congress New York 1880 + partij

07.04.12 Colle’s Chess Master Pieces door Fred Reinfeld + 2 partijen Colle

29.03.12 Vienna 1922 Toernooiboek door Larry Evans + 2 stellingen

 

meer (schaak)nieuws op www.tomsschaakboeken.nl

 

 

29.03.12

Het is lang geleden dat ik aandacht besteedde aan nieuwe aan-winsten. De laatste keer moet nog in 2010 geweest zijn. Het jaar 2011 heeft minder opgebracht dan gebruikelijk maar de kwaliteit bleef prima.

In Nieuwe Aanwinsten 9 breng ik vijf bijzondere exemplaren voor het voetlicht.

 

 

1. Vienna 1922

Door Larry Evans; om het toernooi, maar niet minder om de schrijver.

Partijfragmenten Aljechin-Tartakower en Rubinstein-Aljechin

 

 

 

2. Colle’s Chess Master Pieces

Over België’s – jong gestorven - eerste grote schaker.

Twee Colle partijen:

Edgar Colle – Sir G.A. Thomas, Karlsbad 1929

Edgar Colle – Ernst Grünfeld, Berlijn 1926

 

 

 

3. The Fifth American Chess Congress New York 1880

 

Uit de prachtige Olms herdrukken dit 537 pagina’s tellende eresaluut aan een schitterend toernooi dat gewonnen werd door Capt. G.H. Mackenzie na barrage met J. Grundy.

Partij:

George H. Mackenzie – James G. Grundy  

 

4. 25e Daniel Noteboom Toernooi 1965 Noordwijk

Een kleinood zowel naar inhoud als naar vorm. De winnaar was Botwinnik.

Partij: Michael Botwinnik – Bent Larsen

 

 

5. Olympiad United! Dresden 2008

Wanneer het vorige een kleinood was, dan is dit is een ‘grootood.’ Een spectaculair boek zowel wat omvang betreft als naar de inhoud. Zeer ver-rassend en afwijkend van alles wat tot dan aan boeken over een olympiade is verschenen.

Met een intermezzo over tijdcontrole.

Partij:

Natalia Zhukova – Ewita Rajlich 

 

 


 

1.                                 Vienna 1922

Toernooiboek door Larry Evans

 

         

 

Voor- en achterzijde. De aanhef op de achterzijde luidt:

The first - and sadly the last – book of Larry Evans.

 

Larry Evans overleed in 2010 op 78-jarige leeftijd. Een fenomeen in het Amerikaanse schaak. Hij was 14 jaar toen hij de 4e en 5e plaats deelde in het kampioenschap van de Manhatten Chess Club. Met de Marshall Chess Club was dat in de USA dé place to be voor schaaktoppers.

 

De schrijver

Zelf heb ik hem aan het werk gezien in het Interzonaal toernooi in Amsterdam in 1964. Hij verloor die dag van Darga. Maar erg op hem gelet heb ik niet. Er waren meer toppers zoals Spassky, Tal, Bronstein, Larsen enz. waar mijn belangstelling op dat moment meer naar uitging.

Evans won vijf keer al dan niet gedeeld het Amerikaanse Kampioenschap en ook een paar keer het Open Kampioenschap van de USA.

Wie op internet googled vindt veel details over zijn bijzondere schaak-activiteiten. Zo was hij stut en steun voor Fischer bij het schrijven van diens “My Sixty Memorable Games”; hij schreef o.a. alle inleidingen bij de partijen.

 

Maar nu het toernooi en het boek daarover. Ook al zo’n bijzondere geschiedenis. Larry Evans schreef de tekst al in 1948 toen hij 16 jaar oud was. Hij gaf het gestencild uit in een oplage van 300. In 2010 vroeg uitgever Russell Enterprises hem het opnieuw, maar nu als boek te mogen uitgeven. Evans ging akkoord, maakte er diagrammen bij en herschreef de zetten in de thans gebruikelijke, algebraïsche, notatie. De drukker ging aan het werk. Evans heeft de publicatie niet meer kunnen meemaken; nog voor het naar de drukker ging overleed hij.

Maar het boek is uitgekomen en is een feest voor de schaakliefhebber.

 

Het toernooi

Wenen 1922. In de schaakrevival na 1918 werden veel toernooien georganiseerd. In 1922 waren er toernooien in Pistyan, Londen, Hastings, Wenen en niet te vergeten Teplitz-Schönau.

De deelnemerslijst telde grote namen die in de eindstand in deze volgorde stonden: Rubinstein, Tartakower, Wolf, Tarrasch, Maróczy, Aljechin, Grünfeld, Réti, Bogoljubow en nog zes anderen.

 

Natuurlijk zijn hier mooie partijen gespeeld en enkele zijn beroemd geworden. Aljechin heeft in “Mijn beste partijen” o.a. de duels met Réti en Tartakower uitvoerig besproken.

 

Evans gaat n.a.v. de partij Bogoljubow – Imre König uitvoerig in op het eindspel D + paardpion tegen Dame. In dat toernooi kwamen twee partijen voor die in dat eindspel uitmondden en beide eindigden met remise. Eerst in de partij Botwinnik – Minev, Amsterdam 1954, wist de witspeler zijn voordeel naar winst te voeren. Zelf ben ik er ooit in geslaagd om zo’n eindspel te winnen: in drie zittingen en na 96 zetten lukte het me tegen de vroegere penningmeester van Sc Dordrecht de heer Herbschleb.

Volgens Evans hangt de kans op succes maar net af van de plaats van de koning zonder pion.

 

Een ander eindspel is eveneens tot de theorieboeken doorgedrongen: Aljechin – Tartakower. Al zo’n veertig jaar geleden heb ik die stelling ook onderzocht en ik vond het toen knap lastig om tot conclusies te komen.

Zie diagram 1

 

In het tweede diagram is een fragment te zien uit de partij Rubinstein – Aljechin.

 

 

Diagram 1

Zwart: Tartakower

 

 

Wit: Aljechin

Stelling na 35. ... f4-f3!

 

Wat deed Aljechin en hoe loopt dit af?

 

36. Td5!! e4?

Sterker was 36. ... f2 37. Td1 e4 38. Kc2! e3 39. Kd3+- Lf4 40. Ke2

 

37. Tf5   Lg3  38. g5   Kd7 39. g6    Ke6  40. g7   Kxf5 41. g8D   Lf4  42. Df7+ Kg4 43. Dg6+  Lg5  44. Dxe4+ Kg3 45. Dg6   Kg4  46. Dxb6

1-0

 

Dit was de enige nederlaag van Savielly Tartakower (1887-1956) die fraai 2de werd.

 

Eindstand (totaal 15 deelnemers):

1. Rubinstein      11½/14

2. Tartakower      10

3. Wolf   !!       

4. Tarrasch         9

5. Maróczy          9

6. Aljechin         9

Enz.

 

 

 

Diagram 2

Zwart: Aljechin

 

 

Wit: Rubinstein

Stelling na 15. ... Lb7-d5?

 

Toernooiwinnaar Akiba Rubinstein (1882-1961) geeft Alexander Aljechin (1892-1946) een lesje zoals deze zelden heeft gekregen.  Niet spectaculair maar zo hel-der als glas:

 

Beter was 15...Lxf3

16. Dc2! e6    17. Tc1  Lf8

18. Pe5! Lxc5  19. Pxf7 Kxf7 20. Lxc5 Dg5   21. g3   Dg4? 22. f3   Lxf3  23. Tf1  e5 24. e4   Kg7   25. Df2  Lxe4 26. Lf8+ 1-0

 

Larry Evans voegt er aan toe dat dit Rubinsteins laatste overwinning op Aljechin was; uit de resterende vijf ontmoetingen haalde hij slechts een half punt.

 

 

VIENNA 1922

Larry Evans

Russell Enterprises, Inc. Milford , CT USA, 2011

 

2.

Colle’s Chess Master Pieces

 

       

 

Colle, van het Colle-systeem. Ja daar hebben we wel van gehoord. Maar wie was hij? Bij het grote schaakpubliek onbekend, slechts enkele ouderen zullen hem nog kennen. En dat is ook niet zo gek want hij is maar heel kort in de schaakscene actief geweest; hij is slechts 34 jaar geworden (18 mei 1897 - 19 april 1932).

 

In het eerder door mij besproken “Van korte naar lange Rochade   (van 19 0-0 naar 2 0-0-0)  Kroniek van een Gentse Schaakclub, is hoofdstuk 4 geheel gewijd aan Gentenaar Schaakmeester Edgar Colle.

Heel zijn korte leven had hij te kampen met een maagkwaal waaraan hij enkele malen is geopereerd maar waaraan hij niettemin jong is overleden.

 

Hij was een pittig aanvalsspeler die in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw een serieuze rol speelde in de internationale toernooien. In zijn eerste optredens was hij op dreef in de toernooien in Hastings en Scheveningen. Hij won o.a. het toernooi in Merano  (1926) voor o.a. Spielmann, Grünfeld en Tartakower. In het grote toernooi in Karlsbad (22 deelnemers) in 1929 deelde hij de 12de plaats met o.a. Maroczy en Tartakower. Hij won ook in Scarborough 1930 voor Maroczy en Rubinstein.

 

Colle’s naam is verbonden aan “zijn” openingssysteem gekenmerkt door de zetten 1.d4 2.e3 3.Nf3 4.Bd3 5.0-0 6.Re1 7.c3 8.Nbd2 9.e4.

 

Het boekje is een herdruk (1964) van het origineel uit 1936 en uitgebracht in de zeer uitgebreide en dankbaar stemmende schaakserie van DOVER, New York. De winkel waar ik dit kocht had het niet in de winkel liggen, wel enkele andere. Ik informeerde of hij nog meer schaakboeken in huis had. Die had hij inderdaad maar dan moest ik wel mee naar zijn magazijn. Daar trof ik, na een gedegen speurtocht, dit bescheiden boekje aan; bescheiden en enigszins beduimeld, maar met een fraaie collectie schaakpartijen waarin menig wereldtopper uit zijn tijd het slachtoffer wordt van Colle’s combinatietalent.

 

Hieronder een partij van Colle tegen Sir G.A. Thomas. Deze spelers hebben volgens de Chessbase tien keer in verschillende toernooien tegen elkaar gespeeld. Merkwaardig is dat Colle hierbij maar liefst acht keer wit had. De onderlinge score is, wellicht mede een beetje door deze kleurverdeling, 8-2 in het voordeel van Colle geworden. In het boekje van Reinfeld zijn vijf van die partijen opgenomen. Ik koos voor die uit het toernooi te Karlsbad, 1929. De analyses zijn van Fred Reinfeld in Chess Masterpieces en van Brinckmann in het Toernooiboek.

Als toegift zijn, zoals men zegt, ‘beste partij’, tegen Grünfeld in het toernooi te Berlijn in 1926.

 

Twee Colle partijen:

Edgar Colle – Sir G.A. Thomas, Karlsbad 1929

Edgar Colle – Ernst Grünfeld, Berlijn 1926

 

COLLE’S CHESS MASTERPIECES

Fred Reinfeld

DOVER Publications, New York, 1984

Reprint van origineel uit 1936

 

 

3.

The Fifth American Chess Congress

 New York 1880

 

The Fifth dus, dat impliceert dat er ook een 1ste, 2de, 3de en 4de   is geweest. Het aardige van dit toernooiboek is dat het begint met een korte geschiedenis van die voorgaande toernooien.

 

Het Eerste Congress is met het 6de wel het bekendste uit de reeks. New York 1857 is het eerste en enige toernooi waarin Paul Morphy heeft meegespeeld. Van dit eerste toernooi is ook een schitterend boek uitgegeven dat een herdruk beleefde bij Olms. Daarover wellicht later. Een andere herdruk van Olms bevat de verslagen van het 2de , 3e en 4de Congress .

Het 6de Congress in New York 1889 was een rijk en schitterend toernooi waaraan veel wereldtoppers hebben meegedaan. De strijd liep daar uit op een barrage van 4 partijen tussen Tschigorin en Isidor Weiss. Alle vier partijen eindigden in remise en de 1ste en 2de prijzen werden gedeeld.

 

Maar nu het boek over het 5de Congress.

 

Om een indruk te geven van wat zo’n boek vertelt volgt hier eerst in het kort een opgave van de inhoud.

 

Pag.    1  De geschiedenis van de eerste vier “Congressen” met biografieën van de deelnemers aan het 1ste.

Pag. 110  Beschrijvingen van de voorbereidingen, de reglementen enz., en niet te vergeten, het Congress Dinner. Schaken met een lege maag was er in die tijden niet bij.

Pag. 195  De partijen met analyses uit het Hoofdtoernooi.

Pag. 389  Een selectie van partijen uit de “Minor Tournaments.”

Pag. 406  Het probleem toernooi met 128 inzendingen. Verderop in het boek de oplossingen.

Pag. 491  De namen van de intekenaren en het financieel verslag.

 

Erg officieel allemaal, maar wel boeiend om zo een kijkje te krijgen in de mores van de toernooien uit die tijd. Centraal staan en dat is in latere toernooiboeken niet anders, de gespeelde partijen.

 

Deelnemers en uitslag

Het hoofdtoernooi telde tien deelnemers die elkaar ieder twee keer ontmoetten.

De bekendste deelnemers waren Capt. G.H. Mackenzie, die ook aan Europese toernooien heeft meegedaan – zie bijv. de Dreihundert Schachpartien -, Mr. A.G. Sellman, Max Judd, E. Delmar enz.

 

De winnaar, na barrage met Grundy, was Georg Henry Mackenzie (1837 - 1891). Hij werd slechts 54 jaar maar had een bepaald niet rustig leven. Hij werd geboren in Aberdeen en trok naar Frankrijk en Duitsland om zaken te doen. Onderwijl verdiepte hij zich in het schaakspel. Hij ging het leger in, was gestationeerd in Ierland en korte tijd in India. In 1863 trok hij naar de USA, ging daar ook het leger in, vocht in verschillende veldslagen en werd gearresteerd wegens desertie en nog wat. Na het uitzitten van zijn straf in 1865, vestigde hij zich in New York.

De rest van zijn leven wijdde hij aan schaken. Na veel toernooi- en match-overwinningen werd hij de beste schaker van de USA. Hij ging een paar keer naar Europa om daar, niet zonder succes, aan toptoernooien mee te doen: Parijs 1878 (gedeeld 4-5), Wenen 1882 (eveneens gedeeld 4-5), het monstertoernooi Londen 1883 (gedeeld 5-7), Hamburg 1885, Manchester 1890 (zijn laatste toernooi, 3-4, na Tarrasch en Blackburne) enz. *)

Zijn grootste succes was het winnen van het 5de Kongress van de Duitse Schaakbond in Frankfurt 1887. Hij won het toernooi met 1½ punt voorsprong op Blackburne en Weiss. Andere deelnemers waren daar von Bardeleben, Berger, Tarrasch, Englisch, Louis Paulsen en nog een hele rij bekende spelers zoals Zukertort en Gunsberg.

 

Partij en probleem

Zoals gebruikelijk volgt hier een partij, van de winnaars, en deze keer een probleem uit The Problem Tourney dat ter gelegenheid van het Congress werd uitgeschreven.

 

 

 

 

Herman von Gottschall

Mat in 2 zetten.

 

1ste prijs in het Probleemtoernooi.

De componist zond conform de voorschriften een set van vier problemen in met motto Sub hoc signo vinces.**)

 

Oplossing: zie onderaan deze pagina

 

 

De boeiende onderlinge partij van de beide winnaars Mackenzie en Grundy met de eerstgenoemde als wit, is hier na te spelen.

 

*) M.d.a. The Oxford Companion to Chess, David Hooper en Kenneth Whyld

**) Zie Wikipedia voor betekenis en historische achtergrond van deze spreuk.

 

THE FIFTH AMERICAN CHESS CONGRESS NEW YORK 1880

Charles A. Gilberg

Edition Olms, 1986, reprint van origineel uit 1881

 

4.

25e Daniel Noteboom Toernooi 1965 Noordwijk   

 

27.04.12

Badplaatsen zijn, of in elk geval waren, broedplaatsen voor schaaktoernooien. Monte Carlo, Oostende, San Sebastian, Hastings, Nice, Scheveningen en Zandvoort, zijn een paar sprekende voorbeelden. De niet aan zee gelegen “bad”-plaatsen deden dapper mee: Baden-Baden, Karlsbad en ongetwijfeld nog meer. De  betrokken gemeenten hebben er met promotie bedoelingen geld voor uit getrokken om een schaaktoernooi binnen de stadsmuren te krijgen. Bekend is dat, om het voorbeeld te geven van Monte Carlo, particuliere fondsen wel zo belangrijk waren.

 

Behalve dus in Scheveningen (1913) en Zandvoort (1936) – Wijk aan Zee heeft meer met hoogovens te maken – is er in Nederland ook geschaakt in Noordwijk.

 

Het toernooi in 1938 is wellicht het bekendste. Daar kwamen zulke grootheden als Keres, Landau, Sir G.A. Thomas, Eliskases, P. Schmidt, Euwe, Spielmann, Pirc, Bogoljubow en Tartakower voor een 10-kamp bij elkaar. Eliskases won voor Keres en Pirc. Het Rembrandthotel bood onderdak aan de schakers, behalve aan Euwe want die moest overdag gewoon in Amsterdam lesgeven, en aan het toernooi.

 

Van het toernooi is een boek verschenen in de bekende serie die eind jaren door Sijthoff werd uitgegeven.

 

Schaken en Noordwijk, dan denken we natuurlijk ook aan Daniel Noteboom, de jonggestorven meester (Noordwijk, 26 febr. 1910 – Londen, 12 jan. 1932). De zeer talentvolle speler uit Noordwijk heeft in zijn korte leven een paar heel goede partijen gespeeld en goede resultaten geboekt. Jaarlijks wordt door zijn schaakclub het Leidsch Schaak Genootschp (LSG) een herdenkingstoernooi georganiseerd dat een vaste plaats heeft op de schaakkalender.

 

Bij het vijfde lustrum in 1965, werd groot uitgepakt: Een internationaal toernooi met heel grote namen: Botwinnik, Flohr, Larsen, Donner, Trifunovic en Bobotsov en Carel van den Berg. De achtste deelnemer kwam uit het LSG zelf: J.C. Kort.

Botwinnik won (natuurlijk), voor Trifunovic en Flohr.

 

Ik zou het toernooiboekje wellicht onbesproken hebben gelaten wanneer het er niet zo charmant, verzorgd en met mooi papier, uitzag. Een klein vierkant werkje, met aandacht geschreven en waarin alle partijen met aantekeningen zijn opgenomen. Ook zijn er een aantal van Notebooms beste partijen, ontleend aan het Noteboom-gedenkboek, in opgenomen, o.a. een fraaie winst op de toen eveneens zeer jeugdige Flohr.

 

Ter illustratie is hier de partij uit de eerste ronde tussen Botwinnik en Larsen opgenomen.

 

25E DANIËL NOTEBOOM TOERNOOI 1965 NOORDWIJK

Het Nederlandse Schaakcentrum N.V., Venlo i.s.m. het Leidsch Schaakgenootschap

Auteur en analyses ??

 

 

5.

Olympiad United! Dresden 2008

 

Het ontbreekt me aan de geschikte superlatieven om dit onvergelijkelijke boek te beschrijven. Zo’n schaakboek heb ik nog nooit gezien!

 

Düsseldorf, Kerstmarkt, 2012. Somber weer, koud en regenachtig. Maar gezellige warmte uit de kramen, heerlijke geuren van allerlei baksels en chocolade. En druk!

Ons eerste bezoek geldt het Kunstmuseum met een aantrekkelijke verzameling moderne kunst. Geen stadsbezoek zonder museum- en/of kathedraal! Daarna in het gewoel van de Kerstmarkt. Je moet ervan houden maar het heeft z’n leuke kanten. Tientallen kramen bezocht, hier en daar wat genuttigd, ook een enkele winkel bekeken.

 

Maar wat is een bezoek aan een stad zonder naar schaakboeken te hebben gezocht. Een snelle voorbereiding leerde dat Buchhaus Stern Verlag, de Düsseldorfse “Selexyz”, te vinden is in de Friedrichstrasse. Dat is een stukje lopen, maar de Kö heeft aardige winkels, o.a. porselein, kleding enz., dus onderweg genoeg te zien.

Buchhaus Stern Verlag doet nog groter aan dan Donner en hun schaak-afdeling blijkt best de moeite waard. Daar vond ik Olympad United!

 

Het is een ongewoon verslag van de Olympiade in Dresden uit 2008. Ongewoon door zijn uiterlijk – 29,5 x 20 cm – maar nog veel meer door zijn inhoud. Gigantisch.

Ruim 300 bladzijden met elk drie kolommen met zeker 300 prachtige zwart-wit foto’s, meer dan honderd uitvoerig geanalyseerde partijen (50/50 m/v schat ik) en boeiende teksten van allerlei bekende en iets minder bekende internationale meesters en grootmeesters (m/v). Dat “v”-tje staat er niet voor niets want de vrouwelijke inbreng in het geheel is enorm. Een verademing is te zien dat niet alleen de (top)grootmeesters van belang zijn maar ook de mindere goden in het zonnetje worden gezet.

Neem van me aan dat er geen doorkomen aan is, heerlijk!! Zeer, zeer aanbevolen voor de schaakliefhebber.

 

Eindspelen komen aan bod in een uitstekend artikel van GM Jacob Aagaard “Missed endgame opportunities.” De leerzame partij van voormalig Carlsen trainer en Noors voetbalinternational Simon Agdestein tegen Jacob Aagaard is het naspelen meer dan waard.

 

Tijdcontrole

 

Aagaard verdient verder lof voor zijn standpunt m.b.t. de bedenktijd. Op blz. 156 uit hij kritiek op het fenomeen van de toegevoegde of extra bedenktijd per zet. Dit leidt z.i. tot verarming van de kwaliteit van het spel omdat de speler in voortdurende tijdnood is. Hij toont dit aan door te laten zien dat in Dresden in het eindspel veel fouten worden gemaakt. ‘De spelers zijn geen machines en hebben recht op voldoende bedenktijd.’

 

Ik heb Mark van Hulst – scheidsrechter – naar zijn visie gevraagd:

 

“Het bijtellen van tijd per zet heeft voor en nadelen: als je snel speelt kan je soms veel tijd winnen, echter zoals in het artikel staat: je kunt niet meer doseren. De tegenstander krijgt er tijd bij en kan ineens van een achterstand in tijd op een voorsprong komen. Een vaste tijd (kwartier, half uur) om de partij te beëindigen vind ik eigenlijk nog het beste. Maar uiteindelijk zal iedere organisator zijn eigen systeem hanteren. Al dan niet geïnspireerd door de spelers, want k kan me zo voorstellen dat iedere speler zijn voorkeur voor een bepaalde vorm van uitspelen heeft.

Zo moet je eens naar het speeltempo van het toernooi in Fourmies kijken: 40 zetten in 1h 30 + 30 seconde per zet, aansluitend 9 min en 3 seconden per zet uitspelen. Ik zou hier persoonlijk slecht mee om kunnen gaan, maar geen speler is gelukkig het zelfde.”

 

Hierbij past een citaat van Gert Ligterink uit zijn rubriek – een voorbeschouwing op de komende match om het WK - in de Volkskrant van 5 mei 2012:

 

“De meeste waardering krijgt Gelfand voor zijn rol als bewaker van de klassieke traditie van het spel. Weinig schakers zijn zo strijdvaardig als daaraan wordt gemorreld.

Gepassioneerd pleegt Gelfand van leer te trekken als hem gevraagd werd of het traditionele trage spel zijn langste tijd had gehad. ‘U wilt hoogstaande partijen zien? Geef ons dan de tijd. Belangrijke beslissingen in een schaakpartij kunnen niet in enkele seconden worden genomen.’

Collega’s als Grisjoek en Tkachiev, die aan het rapid- en blitzspel de voorkeur geven boven het klassieke schaak worden streng door hem terechtgewezen.

 

 

In mijn (tvb) actieve periode werd er nog afgebroken en ik heb dat nooit vervelend gevonden. Integendeel, het analyseren van de afgebroken partij heb ik altijd hoog gewaardeerd. Of ik nu een betere of een slechtere stelling had maakte niet uit, je probeerde te vinden wat er in de stelling zat. Dat deed je tegenstander natuurlijk ook maar dat zorgde wel voor enige kwaliteit. Wat heb ik niet genoten van het bestuderen van de afgebroken partijen tijdens de WK-tweekampen. Alles “met de hand” want computers waren er toen niet.

Maar de tijden veranderen en blijkbaar vinden de meeste betrokkenen het niet erg om zelfs een tweekamp om de wereldtitel te laten ontaarden in een loterij met vluggertjes.

Zie hiervoor het reglement van de op 10/11 mei a.s. te beginnen tweekamp om de wereldtitel tussen Anand en Gelfand.

 

 

Als eerbetoon aan dit boek heb ik de partij Natalia Zhukova en Ewita Rajlich met eigen commentaar hier opgenomen. In het boek heeft Rajlich dit duel van uitvoerige aantekeningen voorzien; in een enkel geval heb ik mijn opmerkingen op haar bevindingen gebaseerd.

 

 

 

OLYMPIAD UNITED! Over 60 top commentators

Harald Fietz, Josip Asik en Anna Burtasova

Schach Wissen Berlin 2009

 

Let wel, dit is niet het officiële toernooiboek, want dat bestaat ook nog:

 

Dagobert Kohlmeyer: Offizielles Buch zur Schacholympiade Dresden 2008

 

 

Oplossing: 1. Dh2 Een prachtige sleutelzet.

 

 

www.tomsschaakboeken.nl