De boeken over het Kandidatentoernooi 1953

 

meer schaak- en ander nieuws op www.tomsschaakboeken.nl

 

 

  

In Schaakboeken 1 heb ik al het e.e.a. over dit fenomenale toernooi en zijn boeken gezegd. Ongetwijfeld zijn er nog meer boeken over geschreven maar de twee die hier in de kast staan zijn al meer dan de moeite waard. Eigenlijk moet ik zeggen drie, want Bronsteins gelauwerde behandeling van de partijen is aanwezig in de bekende Dover vertaling en in de originele Russische uitgave.

 

Zoals zo vaak met dit grootmeesterlijk werk acht mij niet bevoegd commentaar te leveren op de kwaliteit van de analyses. Maar als schaakliefhebber was en ben ik enthousiast.

 

Euwe

Het toernooi heb ik heel bewust in de kranten gevolgd.

Euwe deed mee en dat verbaasde me eigenlijk. Wat had hij daar te zoeken? Na de smadelijke score in de WK-vijfkamp in 1948 en de toch ook niet indrukwekkende score in het toernooi van Amsterdam in 1950 konden de verwachtingen niet al te hoog zijn.

Maar ik had Euwe onderschat. Verfrissend, origineel en indrukwekkend was zijn optreden in de eerste helft van het toernooi. Hij startte met 2 uit 2 en dat had 3 uit 3 moeten worden. In de eerste ronde verpletterde hij de trotse winnaar van het interzonale toernooi in Stockholm in 1952, Kotov. Daarmee was gelijk de rekening uit Groningen 1946 vereffend en had Euwe zijn visitekaartje afgegeven.

In de 2de ronde speelde hij de beroemde zet …. Th8!! tegen Geller. En als, ja als Euwe Dd6 gespeeld had tegen Smyslow in de 3de ronde … Maar dat deed hij niet en verloor. Met schitterende overwinningen op Taimanov en Stahlberg bleef hij in de top van het klassement. En tegen Najdorf …. , dat staaltje schaakgenieten, een van de bekendste partijen die Euwe ooit speelde, staat in elke bloemlezing van mooiste partijen ooit gespeeld.

Wat Euwe betreft had het toernooi na de eerste helft klaar mogen zijn. In de tweede turnus sprokkelde hij nog wat remises bij elkaar maar eindigde toch als voorlaatste. Maar wat hebben we van hem genoten.

Het was duidelijk dat ik mijn zinnen had gezet op het fraaie, maar dure, toernooiboek dat hij verzorgde. Schitterend.

 

Dameoffer

In elke ronde werden een of meer opvallend fraaie partijen gespeeld. In doe menig speler te kort, maar een paar wil ik er uit halen:

Averbach – Kotov, met het indrukwekkende dameoffer op h2,

Bronstein – Szabo, met de mooie lopermanoeuvres,

Kotov – Szabo, Keres-Petrosyan, Taimanov-Petrosyan enz enz.

Maar er was ook de treurige Szabo die tegen Reshevsky mat in 2 over het hoofd zag. Wel een troost voor mindere schaakgoden.

 

        
Het toernooiboek van Bronstein.

Links de originele Russische uitgave

 

Bronstein

Dit begenadigde schaakgenie speelde ook een prachtig toernooi, maar we hadden stiekem op meer gehoopt. Nu eindigde hij met twee punten achterstand op winnaar Smyslow op de met Keres en Reshevsky gedeelde 2de tot 4de plaats.

Zijn meesterwerk schreef hij later:

 

Международный турнир гроссмейстеров uitgegeven door Физкултура и Спорт, Moskou, 1960,

in 1979 door Dover uitgegeven als

Zurich International Chess Tournament 1953.

 

Bronstein gebruikt evenals de grote Lasker geen uitroep- of vraagtekens bij de zetten en geen lange variantenbomen (Euwe ook niet!) maar geeft een oordeel over de stelling en doet suggesties hoe het anders zou kunnen.

Een willekeurig voorbeeld uit de partij Boleslawsky – Geller in de 19de ronde (alleen bij de zetten 14 en 24 heb ik in dit verband commentaar opgenomen):

 

Isaak Boleslawsky – Efim Geller     B76
Kandidatentoernooi Zurich
19de ronde, 1953

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 d6 6.g3 Lg4 7.f3 Ld7 8.Le3 g6 9.Dd2 Lg7 10.0-0-0 0-0 11.g4 Tc8 12.Kb1 Pe5 13.h4
Bij deze zet geeft Bronstein een uitgebreide verklaring van de Draak.

 b5 14.Lh6 Diagram 1

14...Lxh6

Bronstein schrijft hier:

“Soms is ... Lh8 in zulke stellingen mogelijk: voor het moment is de toren van minder waarde van de loper. De grote diagonaal staat nu wel vol met allerlei stukken maar zou snel geruimd kunnen worden, bv.

14...Lh8 15.Lxf8 Txc3 16.bxc3 Pxf3 17.Pxf3 Pxe4

 - absoluut geen geforceerde variant, en duidelijk verloren voor zwart, maar ze wordt alleen maar getoond als illustratie van de ideeën die in de loop van de strijd kunnen opkomen.”

De variant rammelt aan alle kanten maar dat is voor Bronstein niet interessant. Het gaat hem om de idee.


De partij ging verder met

 

15.Dxh6 Txc3 16.bxc3 Da5

De stelling is volgens Bronstein gelijk maar zwart won na een vreemde fout van Boleslawski, volgens Bronstein de eerste van hem in vijftien jaar toernooischaak.

We willen u dat fragment niet onthouden. Zie diagram 2

 

17.De3 Da3 18.h5 b4 19.Dc1 Dxc3 20.Db2 Tc8 21.hxg6 Dxb2+ 22.Kxb2 hxg6 23.a3 bxa3+ 24.Kxa3 Diagram 2

 

 

24...Pxf3 25.Pxf3 Tc3+

Natuurlijk had Boleslawski deze zetten voorzien maar hij had in de vooruitberekening een goede verdediging klaargelegd: 26. Td1-d3 ?!?

 

26.Kb2 Txf3 27.e5 Pxg4 28.Le2 Tf2 29.Lxg4 Lxg4 30.Tdf1 Txf1 31.Txf1 dxe5 32.c4 Kf8 33.Ta1 Lf3 34.c5 g5 35.Txa7 g4 36.Ta3 Ke8 37.Kc1 f5 38.Kd2 f4 39.Ta6

0-1

 

Met dank aan Ineke Steinhardt, die in de jaren ’50 in de boekhandel van de CJMV aan de Prinsengracht in Amsterdam werkte, door wier bemiddeling ik Euwe’s boek met korting kon aanschaffen.

 

www.tomsschaakboeken.nl