Ronde 10: “Waar blijven ze toch?”


Het ontbrak er nog maar aan dat hij een mondkapjesplicht eiste.

Bobby Fischer in 1960 tijdens de Schaakolympiade in Leipzig (CC BY-SA 3.0 de - Karpouzi - wiki)

"Spreek geen kwaad over hen die afwezig zijn." (Sextus Propertius)

RONDEVERSLAG | Omdat na informeren bij schaakvereniging Shah Mata bleek dat deze tegenstander van het viertal niet zou komen opdagen, moest de net begonnen tiende ronde ijlings worden afgebroken, opdat de spelers van het viertal ook nog zouden kunnen worden ingedeeld.

Er was tevoren lang gewacht op de komst van de spelers van Shah Mata en toen eindelijk duidelijk werd dat de Charloisianen uit Rotterdam-Zuid niet aan de borden zouden gaan verschijnen was het al kwart voor negen alvorens de tiende ronde volgens de nieuwe indeling van start kon gaan.

Als we het toch over schakers hebben die absent zijn terwijl het bord, de stukken en de klok al klaar staan, dan kunnen we natuurlijk niet om de tweede matchpartij in de match om het wereldkampioenschap tussen de Robert Fischer en de Boris Spassky heen. Dit zeer beladen duel werd in 1972 in Reykjavik gespeeld en kende een opmerkelijk begin.

De recalcitrante en overal complotten vermoedende Fischer, een wappie avant la lettre dus eigenlijk, was na veel vijven en zessen uiteindelijk toch op tijd in IJsland gearriveerd, maar hij kwam niet opdagen bij de openingsceremonie en de loting. De eerste partij werd door Fischer verloren en dat was toch wel onverwacht. Wellicht had alle commotie rond de match zijn tol geëist van het concentratievermogen van de Amerikaan, want hij verloor die partij door een blunder in remisestelling.

Fischer stelde vervolgens voor de aanvang van de tweede partij allerlei aanvullende eisen. Ze hadden onder andere te maken met het verplaatsen van een camera vanwege het gezoem dat het apparaat voortbracht. (Het ontbrak er nog maar aan dat hij niet eiste dat iedereen op IJsland een mondkapje tijdens het duel zou moeten dragen. Weliswaar waren er vast wel minstens vier Russen op het eiland maar aan virussen ontbrak het destijds gelukkig nog wel.) Toen die eisen niet direct werden ingewilligd liet Fischer niet alleen zijn tegenstander maar de hele (schaak)wereld in vertwijfeling achter. Hij kwam gewoon niet opdagen en dus bleef de stoel van Fischer leeg. Alles stond klaar. Pers, camera's, toeschouwers. De tegenstander zat te wachten aan het bord. De klok was in werking gesteld, maar Fischer bleef weg.

Om hem over te halen de match te hervatten kwam het zelfs zo ver dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Henry Kissinger, hem opbelde. Volgens de reglementen had Boris Spassky de titel kunnen opeisen, maar dat deed hij niet. Toen Fischer uiteindelijk toch aan partij nummer drie kon gaan beginnen stond hij al op een 2-0 achterstand. Ieder ander zou op een vrijwel hopeloze achterstand staan, maar Fischer niet. De derde partij werd door Fischer gewonnen en uiteindelijk eindigde het titelgevecht met een stand van 12½ – 8½ in zijn voordeel...

Van de tiende ronde zijn deze keer de in de tekst beschreven partijmomenten in de afgebeelde schaakstellingen te zien.

Waar blijven ze toch?

 

Tegenwerker

 
Via zetverwisseling werd de Engelse partij die Cor Paans voor ogen had omgetoverd naar de Tarraschvariant van het Geweigerd Damegambiet. Pieter Hofstee hoorde ik na de partij iets zeggen over "de Tarrasch", dus veronderstel ik dat hij zich op bekend terrein bevond. Het werd een lange en uitputtende partij. Na de opening zat Cor met een lastig te verdedigen isolani op d4, die korte tijd later verloren ging. Hij won evenwel een paar zetten later een pion terug en aan het begin van het eindspel met ieder twee torens, een paard en vijf pionnen was de stand volledig in evenwicht. Na ruil van een stel torens verloor Cor voor de tweede keer een pion en zag het er opeens heel slecht voor hem uit, maar Pieter slaagde er niet in de betere stelling om te zetten in winst, mede vanwege de manhaftige tegenwerking van Cor. (Cor Paans - Pieter Hofstee ½−½)

Een lastig te verdedigen isolani op d4: 17...Lxg2 18.Kg2 Pxd4

 

Han Hanham

 
Weliswaar kreeg Ruben Schilt algemene waardering voor zijn originele spel, toch bleef hij na zijn partij tegen Han van Gorkom met lege handen achter. Han verdedigde zich na Rubens 1.e4 met de oersolide verbeterde Hanham-opstelling van de Philidorverdediging. Een hele mondvol, maar mijn computer beweert vanuit zijn ECO-databank dat dat nu eenmaal de naam van de opening is en wie ben ik dan om dat tegen te spreken? En wat past er nu beter bij een Han dan een Hanham? Zeg nou zelf. In het middenspel kreeg Han langzamerhand de overhand en na 15 zetten zou 15...f3! hem de winst al hebben kunnen brengen. Even later posteerde Ruben een paard op a7 dat nooit meer een vluchtveld zou kunnen vinden als de witte dame die het paard dekte de diagonaal g1-a7 zou verlaten. Toen Han dat dan ook afdwong ging dus vanzelf het paard verloren. Ruben slaagde er wel in een stuk terug te winnen, maar met de kwaliteit en een pion voorsprong kon Han de partij vrij eenvoudig naar zich toe trekken. (Ruben Schilt - Han van Gorkom 0−1)

Als de witte dame de diagonaal g1-a7 moet verlaten valt het paard: 25...Dxg1+ 26. Kxg1 Txa7

 

Rob Patzer-Parnham

 
Hadden we in de partij tussen Ruben en Han te maken de (verbeterde) Hanham-variant, in het treffen tussen Rob Truijens en John van Waardenberg kwam de Patzer-Parnham-opening op het bord. Dat is dus twee keer een Ham-opening voor de prijs van één. Hoe de Patzer-Parnham gaat? Ik had ook geen enkel idee dat die naam is gekoppeld aan de zetvolgorde: 1.e4 e5 2.Dh5. John antwoordde rustig met 2...d6, maar het pionoffer 2...Pf6 kan ook best wel. De partij verliep aanvankelijk rustig. Rob stond na een zet of 15 duidelijk beter, maar gaf van weelde plotseling zomaar een belangrijke centrumpion weg. Met het fraaie kwaliteitsoffer 22...Txf3 besliste John vervolgens de partij niet, want hij speelde 22...Dg8. Rob had hier de dames moeten ruilen om te overleven, maar hij koos ervoor dat niet te doen. Daarna volgde een lange zettenreeks, waarbij John steeds iets beter kwam te staan en nog een pion won. Een onstuitbaar oprukkende b-pion kon slechts door het geven van een loper van promotie worden afgehouden en dat besliste de partij. (Rob Truijens - John van Waardenberg 0−1)

Een onstuitbaar oprukkende b-pion kostte een loper: Stand na 45...b2

 

Non-prima

 
De doorschuifvariant van de Caro-Kann waar Gijs van Willigen met 1.e4 c6 2.d4 d5 3.e5 voor koos is een prima opening. De zet 3...f6 waarmee Fons Claessen vervolgens voortzette is duidelijk minder prima, zelfs ronduit non-prima. De beste voortzetting voor wit, 4.Ld3 (4...fxe5? 5.Dh5!) koos Gijs echter niet en de partij ging vervolgens rustig verder zonder grote complicaties. Waarom Gijs zelf voor een dubbelpion koos met 12.gxf3 in plaats van 12.Dxf3 te spelen weet hij zelf waarschijnlijk het beste (of niet...), maar het was wel zo dat de pion die Fons daarna veroverde een hele giftige had kunnen worden. Wit kwam namelijk straal gewonnen te staan, maar gaf het winnende voordeel prompt weer weg. Gijs maakte een fout en door een kleine combinatie kwam Fons een stuk voor te staan. Gijs gaf even later na onontkoombaar torenverlies op. (Gijs van Willigen - Fons Claessen 0−1)

Door een kleine combinatie kwam Fons een stuk voor te staan: 15.Lf4?? Lxf4 16.Pxf4 hxg6 17.Pxg6 Dg5+

 

Oogverblindende blunder

 

Ton van der Breggen was even vergeetachtig en dat kwam hem na acht zetten in het Spaans tegen Wim Platje op paardverlies te staan. Toen hij vervolgens toestond dat er twee van zijn stukken tegelijk in kwamen te staan kwam er nog een loper bij. Ton besloot daarom dat hij niets meer te verliezen had en stortte zich fanatiek op de zwarte stelling, maar de aanval liep ten koste van grote verliezen vast, waarna Ton het hopeloze van verder spelen inzag.  (Wim Platje - Ton van der Breggen 1−0)

Door aan het begin van het middenspel een pion buit te maken kwam Piet Schuller, die vanzelfsprekend met wit weer zijn Van Geet-opening, 1.Pc3, speelde een pion voor te staan tegen Koos van Dalen. De witte stelling was oogverblindend goed en kennelijk ontnam dat feit het zicht aan Koos, want hij offerde zonder enige compensatie een dame om een aanval te beginnen die nooit van de grond kwam. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat sommige toeschouwers enige parallellen met het fenomeen sachaakblindheid meenden te zien, maar die keken waarschijnlijk niet rechtstreeks naar Piets stelling zoals Koos dat wel deed. Piet bouwde vervolgens rustig, bedaard, beheerst, bezadigd, kalmpjes en onbewogen verder aan de winst die via een ondekbaar mat via de a-lijn kwam. (Piet Schuller - Koos van Dalen 1−0)

Hij offerde zonder enige compensatie een dame: 17...Dxd5??


De nieuwe ranglijst en een overzicht van de uitslagen vind je via "Intern" ⇒ "Ranglijst".

Reacties zijn altijd welkom. Plaats ze helemaal onderaan bij "Een reactie plaatsen". Je e-mailadres wordt niet zichtbaar bij de publicatie.

© Wim Platje 29-11-2021 19:48