Veld 65

 

“Veld vijfenzestig is allereerst een verzameling verhalen over mensen. Mensen, die ik ooit heb ontmoet. Mensen, die ik nog steeds onmoet. Mensen met hun eigenaardigheden. Mensen met hun eigen aardigheden.

 

Daarnaast is het een verzameling sfeertekeningen , waarbij het schaken slechts een verbindend motief is”.

 

Willem D. Platje

Keuzemenu

Email de auteur!

Michael

 

Quem di diligunt, adolescens moritur (Plautus, Bacchides 816/817)

Wie de goden liefhebben, sterft jong.

 

Geboren op 9 november 1936 in Riga, Letland. Van nature heel bescheiden. Een heel rustige jongeman. Vriendelijk naar eenieder. Nooit de redenen van zijn succes zoekend in zijn eigen kracht, maar eerder in de omstandigheden, die hem gunstig gezind waren: Een gelukkig thuis, begrip van vader en moeder voor zijn hobby. Zijn vader spoort hem aan tot ijverige studie. School en later de universiteit, Mischa blijkt een begaafde jongeling.

 

Een veel te korte inleiding voor één der grootste schakers ter wereld. Vele spelers van naam zijn door hem onder een lawine van geniale combinaties bedolven. Vanzelfsprekend heb ik het over Michael, Mikhail, Mischa Tal. "De Tovenaar van Riga" of, zoals een bevriende schaker tot motto heeft verheven, de man die zei: "Er zijn twee soorten offers: de correcte en die van mij". En dat is zonder twijfel waar. Tal vlocht offercombinaties, ingewikkeldheden, onzekerheden in zijn partijen, die zijn tegenstanders binnen de toegestane tijd tot wanhoop brachten. Ze konden de door hem uitgeoefende druk eenvoudigweg niet aan. Post-mortemanalyses toonden aan, dat er vaak een betere manier van tegenspelen was. Ja, zelfs dat er - laat ik het mild zeggen - verbeteringen in zijn combinaties konden worden aangebracht. Tal zei daar desgevraagd zelf over: “Hoe je wint is natuurlijk heel interessant, dat je wint vind ik toch iets interessanter!

 

      Michael Tal 1961

In zijn excellente autobiografie vertelde hij desgevraagd aan een journalist het volgende onderhoudende verhaal over wat een schaakspeler zoal buiten het spel om denkt tijdens een schaakpartij:

“Ik vergeet nooit mijn partij met grootmeester Vasyukov in één van de kampioenschappen van de Sovjet-Unie. We waren in een zeer gecompliceerde stelling verzeild geraakt, waarin ik een paardoffer overwoog. Het stukoffer lag echter geenszins voor de hand en er was een groot aantal varianten mogelijk, maar toen ik ze heel consciëntieus begon te doordenken vond ik tot mijn afgrijzen dat het absoluut tot niets zou leiden. Het ene na het andere idee stapelde zich op. Ik zou een subtiel antwoord aan mijn tegenstander kunnen geven, dat in het ene geval zou kunnen slagen, maar in een andere variant zou het volkomen nutteloos zijn. Het resultaat was dat mijn hoofd vol kwam te zitten met een volmaakt chaotische opeenhoping van allerlei zetten.  De befaamde “variantenboom”, waarvan de trainers aanbevele dat je er de kleine takken vanaf dient te snoeien, breidde zich in dit geval met ongelofelijke snelheid uit.

Ik heb het grote genoegen mogen smaken hem aan het werk te zien. Het zal in het begin van de zeventiger jaren geweest zijn. Ik weet wel, dat hij het toernooi in 1973 won en zeer waarschijnlijk was het in dat jaar dat ik hem voor het eerst en voor het laatst zag. De dag voor ik besloot toch maar weer eens af te reizen hoorde ik op de radio, tussen de standen bij het voetbal door, een kort verslag van de ontwikkelingen bij het Hoogovensschaaktoernooi. Veel meer dan het kort doorgeven van de beslissingen in de afgelopen partijen en de stand in de nog lopende wedstrijden was het eigenlijk niet. Toch slaagde de verslaggever erin om met enigszins omfloerste stem - je moet zowel bij biljarten als bij schaken immers met gedempte stem verslag doen - de sfeer rons Mikhail in de speelzaal over te brengen: Michael Tal zat, volgens de correspondent,  zijn tegenstander weer eens te fixeren, te biologeren. Een onzichtbare tijger in zijn hinderlaag, klaar om onverbiddelijk en dodelijk toe te slaan.

 

“En plotseling om de een of andere reden herinnerde ik me een klassieke strofe uit een gedicht van Korney Ivanovich Chukovsky:

 

O, wat een schier onmogelijke taak het was:
Het slepen van een nijlpaard uit het moeras….

 

Ik weet werkelijk niet welke associaties het nijlpaard op het schaakbord bracht. Maar hoewel de toeschouwers ervan overtuigd waren dat ik vasthoudend de stelling bleef bestuderen, was ik, ondanks mijn opleiding in de meer humane vakken, op dat moment aan het proberen de opgave technisch uit te werken: hoe sleep je in vredesnaam een nijlpaard uit een moeras? Ik herinner me hoe hefbomen zich in mijn gedachten vormden, koevoeten, helikopters en zelfs een touwladder. Na een naarstig, langdurig en bijna koortsachtig overwegen moest ik uiteindelijk mijn nederlaag als ingenieur toegeven en bedacht ik spijtig: “Laat hem dan maar verdrinken!” Plotseling verdween het nijlpaard. Ging heen van het schaakbord, even snel als hij gekomen was en geheel vanuit zijn eigen natuur! Onmiddellijk deed de stelling zich niet meer zo gecompliceerd voor. Op de één of andere manier begreep ik dat het onmogelijk was alle mogelijkheden te berekenen en dat het paardoffer, heel natuurlijk, heel intuïtief was. Het beloofde in ieder geval een heel interessante partij en ik kon het op het bord brengen van het paardoffer niet weerstaan.” *)

 

De volgende dag, zo constateerde de journalist achteraf met groot plezier, kopte de krant dat Mikhail Tal, na veertig minuten buitengewoon diep doorvorsen van de stelling een weergaloos accuraat berekend stukoffer had gebracht. Zijn tegenstander verdronk in het moeras van varianten…

Op de dag na de radio-uitzending was ik er. Ik moest wel! Onweerstaanbaar werd ik naar het toernooi getrokken. Dit moest ik zien! Tegen wie Mischa speelde weet ik niet meer. Maar wat zich voor mijn ogen openbaarde deed me de koude rillingen over de rug lopen.

 

“Ik zie hem! Mijn hemel! Is dat hem nu?” Een opkomende lichte teleurstelling kan ik even niet bedwingen, maar ik gooi hem terstond weg. “Hij is het werkeljk, zo ziet de Godenzoon er dus uit...” Ik had mij de "tovenaar" heel anders voorgesteld. Wat ik zag was een tengere man, kalend, veel kleiner dan ik me had voorgesteld, Een breekbare, frèle, vermoeid ogende man. Maar toch! Die koolzwarte, fonkelende ogen! Briljant aan het werk op de vierenzestig velden.

 

Wij, de toeschouwers, keken elkaar bij voortduring veelbetekenend aan, terwijl de ene na de andere rake zet op het bord plofte. Het hei-   Michael Tal 1971

lige schaakvuur brandde in hem. Je zag, je voelde, een bijna onnatuurlijke, overweldigende geestkracht....  En inderdaad.... Hij zat zijn tegenstander te fixeren, te biologeren, zoals de slang met het muisje doet… Ik stelde me voor tegen hem te spelen en af en toe, van het bord opkijkend, in die gloeiende ogen op te zien, om vervolgens mijn geteisterde zenuwen niet de baas te kunnen en op het bord de weg in een labyrint van varianten kwijt te raken. Ik rilde bij de gedachte en voelde een diep medelijden met zijn tegenstander ....

 

Hij had, ik voelde het, zich voorgenomen die dag te schitteren en dat deed hij ook. In grootse stijl trok hij de partij naar zich toe....

 

Ik kan het niet nalaten nog een kleine anekdote aan dit verhaal toe te voegen van de in mijn ogen interessantste schaakspeler aller tijden. Die kleine grootste speler, die ondanks zijn zwakke gezondheid de achtste wereldkampioen in de schaakgeschiedenis werd. Hierbij dan voor u lezer:

 

Grootmeester Benkö, die door de jaren heen een zeer slechte score had opgebouwd tegen Tal verdacht hem van hypnotische gaven. Tal zou hem door zijn voortdurende gestaar in een weerloze hypnotische staat brengen. In het Kandidatentoernooi van 1959, gehouden in Bled, Zagreb en Belgrado, besloot Benkö dan ook, als tegengif, een donkere bril te dragen. Niet zomaar een zonnebril, nee, een reflecterende, de eigen ogen ongezien latende. Tal zou hem daardoor nooit recht in de ogen kunnen zien. Mikhail echter, had voor de aanstaande partij lucht gekregen van Benkö’s voornemen zo’n zonnebril te dragen en had zelf een enorme donkere bril geleend van Tigran Petrosjan. De partij begon en Mischa keek tussen de eerste zetten door Benkö steeds strak aan met zijn als immer gloeiende ogen. Deze wendde zijn ogen af en zette zijn bril op. Toen Tal zijn monstrueuze bril even later opzette lachten niet alleen de toeschouwers, maar ook de andere deelnemers, de scheidsrechters en zelfs Benkö zelf. Maar, in tegenstelling tot Mikhail, ontdeed Benkö zich pas van zijn glazen tegen de twintigste zet, toen zijn stelling weer eens hopeloos geworden was ….. *)

 

Hoewel hij aan een zware nierziekte leed, rookte hij veel, dronk excessief en was enige tijd aan morfine verslaafd. Dat was de oorzaak van de sterke wisselvalligheden in zijn prestaties in zijn latere jaren. Het deerde hem niet. Hij leefde in het schaken: "Schaken is mijn wereld. Niet slechts een huis of zelfs een fort, waarin ik me verberg voor de harde realiteit van het leven, maar een werkelijke wereld. Een wereld waarin ik een volledig leven leid en waarin ik mezelf bewijs."

Soms als ik zelf het spel der spelen speel en me afvraag of ik een gewaagde zet zal doen, waarvan de gevolgen mij onduidelijk zijn moet ik steevast aan Michael denken. Ik kan het niet helpen, dat er dan altijd dezelfde tekst uit de Bijbel voor mijn geestesoog verschijnt. Matthéus schrijft in zijn evangelie in hoofdstuk 27 vers 51 nadat Jezus de geest geeft:

 

“En zie, het voorhangsel van den tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën, en de aarde beefde, en de rotsen scheurden…..

 

Ik weet, dat de aarde heftig schudde in de Stille Oceaan even ten westen van de Verenigde Staten op het moment van Tals’ heengaan. Ik kan bij die gedachte een kleine glimlach niet bedwingen: “Godenzoon…, Mischa”.  Gea weende even, Mikhail, toen je haar verliet. Moeder Aarde verloor één van haar grootste zonen…

 

 

Ik ben nu, na vele jaren, denkend aan Mikhail, nog even droef, Mischa moest op 27 juni 1992, pas 55 jaar oud, veel te vroeg opgebrand zijn Koning definitief omleggen in een ziekenhuis in Moskou. Nierfalen velde het onafwendbare vonnis… In de schaakwereld circuleert nu nog steeds, als een hommage aan Michael: "There are two types of sacrifices, the correct ones and mine"! Uiteindelijk offerde Michael zichzelf door zijn zwakke gezondheid te negeren. Wat valt er nog veel over hem te schrijven. Ik zal die kleine tovenaar nooit kunnen vergeten. Tot op de dag van vandaag geldt Michail Tal als één der allergrootste schakers uit de geschiedenis.

 

Terug naar boven

© W. D. Platje 2007

*) vert. W. D. Platje

Media : Uitzicht

Meer schaak- en ander nieuws op www.tomsschaakboeken.nl