Siegbert Tarrasch – Harry Nelson Pillsbury
                              

11de ontmoeting:
Monte Carlo (1ste Turnus, 5de ronde) 16.02.1903
tvb/Fr8                             
B01

 




Toernooiboek Monte Carlo 1903
Herdruk 
Olms 1983

Bronnen en analyses:

- The Monte Carlo Tournament of 1903,
Edition Olms Band 38, 1983, blz. 6  
- Die Moderne Schachpartie, Dr Tarrasch,
 
Leipzig 1921. Partijnummer 217 blz. 421
- Leerboek voor het schaakspel, Dr. Em. Lasker,
Nederlandse bewerking W.A.T. Schelfhout,
Uitgeverij P.D. Bolle, Rotterdam, 2de druk, 1930, blz. 248

Deze partij is vooral van betekenis door het soort eindspel dat ontstaat na de 16de zet. De materiaalverhouding van loper tegen drie pionnen wordt door Tarrasch uitvoerig tegen het licht gehouden terwijl Lasker dit eindspel belangrijk genoeg vindt om in zijn terecht bekende Leerboek voor het Schaakspel op te nemen. Ook zijn commentaar is hier geciteerd.
 

Maar voor het eindspel zit het middenspel, en daar wordt door de commentatoren vrijwel overheen gestapt. Aanleiding om te bekijken of wit daar al voordeel had kunnen behalen.
Een verrassende variant op de 14de is het begin van een boeiende analyse. 

 

Wit: Tarrasch
Zwart: Pillsbury

1.e4 d5 2.exd5 Dxd5 3.Pc3 Dd8

Hier kunnen we het 'Modernes Skandinavisch", Wahls, Verlag Schach 1997, opzij leggen, die zijn actieve verdediging van zwart het uitgangspunt 3. ... Da5 geeft.

4.d4 Pf6 5.Le3
Een bescheiden zet, uniek voor deze opening. Dit is de enige memorabele partij waarin hij gespeeld is. Hield de witspeler rekening met een nieuwtje van zwarts zijde?

5...c6 6.Ld3 Lg4
6...g6! Uitroepteken van Larsen in de ECO, die verder gaat met 7.Pf3 Lf5 met een licht voordeel voor wit.

7.Pge2 e6 8.Dd2 Ld6
Lasker: ”Dit is zwak. Wit dreigt met 9. Pe2-g3 den looper h5 den terugtocht af te snijden en hem tegen het paard af te ruilen. Hier was Lg4-h5 de aan gewezen zet.”

9.Pg3 Dc7 10.h3! Lxg3
DMS: ”Wanneer zwart nu de loper terugtrekt naar h5 dan ruilt wit af en heeft dan met twee lopers en de betere ontwikkeling een prachtig spel. De door zwart gekozen afruil is eveneens ongunstig voor hem.”
10...Lh5 11.Pxh5 Pxh5 12.Pe4 met wit voordeel.
Lasker: ”Nu was Lg4-h5 het minste van twee kwaden. Wit staat dan wel beter, maar niet aanzienlijk. De gekozen zet had moeten doen verliezen.”



11.hxg4
DMS: ”Nu mag de loper niet terug wegens g4-g5-g6 met duidelijk voordeel voor wit. Pillsbury, de geniale tacticus, maakt zich onmiddellijk op om van de gelegenheid gebruik te maken de tegenstander het voordeel te betwisten.”
ECO (Larsen): Voordeel voor wit, o.a. loperpaar.


11...Pxg4

Toernooiboek: "... It should be remarked , however, that Black was not taken by surprise, he had this line of play in view some moves ahead, and could have readily evaded it by capturing the Kt on the 7th of 8th turn, or by moving B-h5 on reply to White's P-KR3."
11...Ld6 12.g5 Pd5 13.g6 h6 14.gxf7+ Dxf7 15.Pe4 Wit staat beter.

12.fxg3 Dxg3+ 13.Lf2 Dxg2 14.Le4

Nu ontstaat het eindspel waardoor deze partij zijn bekendheid heeft gekregen. Wit had echter een heel andere kant op kunnen gaan:
14.Tf1! Ph2 15.0-0-0 met kwaliteitsoffer op f1. 15...Pxf1 16.Txf1*
Diagram 1 analyse

Stelling na 16. Txf1 (analyse)
 

Hier een andere materiaalverdeling als in de partij: wit twee lopers tegenover zwarts toren met 3 pionnen. Het hangt helemaal af van de efficiency en teambuilding van de witte stukken. Bijvoorbeeld:

16...Pd7
(16...Pa6? 17.Pe4 0-0-0 18.Df4 Pb4 19.Tg1 Pxd3+ 20.cxd3 g5 21.Dxf7 Dh2 22.Dxe6+ Td7 23.Pc5 Thd8 24.Pxd7 Met een uitstekende4 stelling voor wit.)
17.Tg1 Dh2 18.Txg7 Pf6*


Diagram 2 analyse

 

Stelling na 18. … Pf6 (analyse)

1)                  19.De3

 
1-1)              19...Ph5 20.Tg4 Pf6 21.Th4+-
1-2)              19...Tg8 20.Txg8+ Pxg8 21.Pe4 0-0-0 22.Lg3

1-2-1)           22...Dh1+ 23.Kd2 Pe7


1-2-1-1)       24.Pd6+Txd6 25.Lxd6 Dg2+ 26.Ke1 Kd7 27.Le5 Pd5
                      28.Df2 Dh1+ 29.Ke2 Dh5+ 30.Df3+-
                      Nu moet zwart wel ruilen anders gaat pion f7 met schaak   
                      30...Dxf3+ 31.Kxf3 Wit staat overtuigend.
                      verloren.
1-2-1-2)       24.Df4 Dg2+ 25.Pf2 Zoiets kan alleen een computer
                      verzinnen.
                      25...Kd7
                     
(25...Pd5 26.De5 Kd7 27.c4+-)
                     
26.c3 Ke8 27.Kc2
                      Wit staat beter maar het lijkt me een lastige stelling om te
                      spelen

1-2-2)           22...Dh6 23.Pd6+ Txd6 24.Dxh6 Pxh6 25.Lxd6 Pf5 26.Le5
                      h5 27.Le2 h4 28.Lh5 Ph6 29.Lf4+-
2)                  19.Pe4 Dh1+ 20.Tg1 Pxe4 21.De1 Dh5 22.Lxe4 0-0-0 Met
                      betere stelling voor wit.

3)                  19.Kb1 Om een eventueel schaak op h6 te voorkomen

                      maakt wit de volgende damezet mogelijk.         
                      Fritz 8 is nogal gecharmeerd van deze zet.
                      19...0-0-0

3-1)               20.De3 Td7 21.d5 Pxd5 22.Pxd5 Txd5 23.Txf7 Te5 24.Dc1                 

                      c5 25.Le3 Dh4                     

                      Met goede stelling voor wit. 


3-2)               20.De1 20...Td7 21.d5 cxd5 22.Lxa7 Tg8 23.Lg1 Dh1

                      (23...Df4? 24.Txg8+ Pxg8 25.Pb5)

                      24.Txg8+ Pxg8 25.Pb5 Pe7*


Diagram 3 analyse

Stelling na 25. … Pe7 (analyse)
 

                      Een interessante stelling: redt zwart zich of slaat wit toe
3-2-1)           26.Pa7+ Kb8 27.Pc6+ Kc8 28.Pxe7+ Txe7 29.Dc3+ Kb8

                      30.Dh8+ Kc7 31.Dd4 f5 32.De5+ Kc8 33.Dh8+ Met wit

                      voordeel.
3-2-2)           26.Dc3+ Pc6 27.Pa7 +*


Diagram 4 analyse

Stelling na 27. Pa7+ (analyse)
 

3-2-2-1)       27...Kb8 28.Pxc6+ bxc6 29.Dh8+ Kc7 30.Dd4 Kc8 31.a4

                      h5 32.Ka2 Wit staat beter.

3-2-2-2)       Na 27...Kd8? is er een mooi echomat. 28.Dh8+ Kc7

                      (28...Ke7 29.Pc8#)          

                      29.Pb5#;
3-2-2-3)       27...Kc7 28.De1 d4 29.Le4 Dh5!
                     
Door de afgesloten witte koningsstelling speelt wit steeds

                      met een hand op de rug omdat hij de onderste rij niet                                
                      mag vrijgeven. Maar bij de aanval is  snelheid geboden dus

                      is er eigenlijk geen tijd    
                      voor een gaatje. (a3). Bovendien dekt de zwarte D nu a5. 

                      30.Pxc6 bxc6 31.Lf2 (31.a3? f5)

                      31...f6! (31...f5? 32.Lg3+ Kd8 33.Lxc6)

                            32.a3 Db5 33.Lh4 Tf7 34.Dg3+ e5 35.Dg8 Td7 36.Ka2 f5

                      37.Lxf5 Dd5+ 38.Dxd5 Txd5 39.Lxh7 Td7
                      Materieel staat wit beter, maar de kans op winst lijkt mij

                 
niet te groot.

Terug naar de partij.


15. … Pxf2 16.Kxf2 g6*
Diagram 5

 

Stelling na 16. … g6
 

Lasker: "Zwart heeft nu wel met drie pionnen een ruim voldoende aequivalentie voor den looper, maar wit is geweldig vóór in de ontwikkeling. Daarom moet wit aanvallen. Waar? Op den damevleugel, omdat wit daar superieur staat, geenszins op den koningsvleugel, waar de zwarte pionnen geen enkelen witten tegenover zich vinden. Het doelwit, zoals Tarrasch in zijn werk "Die moderne Schachpartie" zeer juist doet uiotkomen is c6. Na 17. b2-b4 dreigde reeds b4-b5. Antwoordt zwart met a7-a6, zoo volgt 18. a2-a4. Dan is b4-b5 niet meer tegen te houden, en de zwarte a- of b-pion wordt zwak. De overmacht der witte officieren zou de overwinning bezorgen, lang voordat de zwarte vrijpionnen aan het woord zouden komen. Daar wit dit plan eerst zeer laat volgde, verspeelde hij zijn overwicht aan ontwikkeling, en de partij werd remise. Het verdere beloop is daarom niet van voldoende belang."

17.Th6 Kf8 18.Tah1 Kg7 19.Ld3 Pd7

20.Pe4 e5 21.dxe5 Pxe5 22.Le2 f6 23.Pc5 b6 24.Pe6+ Kg8

25.Td1 Te8 26.Pf4 Kg7 27.Th3 Te7 28.Pd3 The8 29.Pxe5 Txe5

30.Td7+ T8e7 31.Txe7+ Txe7 32.b4 h5 33.Tc3 Tc7 34.a4 f5

35.a5 h4 36.Td3 c5 37.bxc5 Txc5 38.Td7+ Kf6 39.a6 Txc2

40.Txa7 g5 41.Tb7 Ta2 42.Txb6+ Ke5 43.Tb5+ Kf4 44.Tb4+ Ke5

45.Tb5+ Kf4 46.Tb4+ Ke5 47.Kg1 g4 48.Lb5 Ta1+ 49.Kf2 g3+

50.Kg2 Ta2+ 51.Kg1 Ta1+ 52.Kg2 Ta2+

 

½ - ½