|
Wit: Tarrasch
Zwart: Pillsbury
1.e4 d5 2.exd5 Dxd5 3.Pc3 Dd8
Hier kunnen we het 'Modernes
Skandinavisch", Wahls, Verlag Schach 1997, opzij leggen, die zijn
actieve verdediging van zwart het uitgangspunt 3. ... Da5 geeft.
4.d4 Pf6 5.Le3
Een bescheiden zet, uniek
voor deze opening. Dit is de enige memorabele partij waarin hij gespeeld is.
Hield de witspeler rekening met een nieuwtje van zwarts zijde?
5...c6 6.Ld3 Lg4
6...g6! Uitroepteken van Larsen in de
ECO, die verder gaat met 7.Pf3 Lf5 met een licht voordeel voor wit.
7.Pge2 e6 8.Dd2 Ld6
Lasker: ”Dit is zwak. Wit dreigt met 9.
Pe2-g3 den looper h5 den terugtocht af te snijden
en hem tegen het paard af te ruilen. Hier was Lg4-h5 de aan gewezen zet.”
9.Pg3 Dc7 10.h3! Lxg3
DMS: ”Wanneer zwart nu de loper
terugtrekt naar h5 dan ruilt wit af en heeft dan met twee lopers en de betere
ontwikkeling een prachtig spel. De door zwart gekozen afruil is eveneens
ongunstig voor hem.”
10...Lh5
11.Pxh5 Pxh5 12.Pe4 met wit voordeel.
Lasker: ”Nu was Lg4-h5 het minste van twee kwaden.
Wit staat dan wel beter, maar niet aanzienlijk. De gekozen zet had moeten
doen verliezen.”
11.hxg4
DMS: ”Nu mag de loper niet terug
wegens g4-g5-g6 met duidelijk voordeel voor wit. Pillsbury, de geniale
tacticus, maakt zich onmiddellijk op om van de gelegenheid gebruik te maken
de tegenstander het voordeel te betwisten.”
ECO (Larsen): Voordeel voor wit, o.a. loperpaar.
11...Pxg4
Toernooiboek: "... It should be
remarked , however, that Black was not taken by surprise, he had this line of
play in view some moves ahead, and could have readily evaded it by capturing
the Kt on the 7th of 8th turn, or by moving B-h5 on reply to White's
P-KR3."
11...Ld6 12.g5 Pd5 13.g6 h6 14.gxf7+
Dxf7 15.Pe4 Wit staat beter.
12.fxg3 Dxg3+ 13.Lf2 Dxg2 14.Le4
Nu ontstaat het eindspel waardoor
deze partij zijn bekendheid heeft gekregen. Wit had echter een heel andere
kant op kunnen gaan:
14.Tf1! Ph2 15.0-0-0 met kwaliteitsoffer op f1. 15...Pxf1 16.Txf1*
Diagram 1 analyse

Stelling na 16. Txf1 (analyse)
Hier een andere materiaalverdeling als in de partij: wit
twee lopers tegenover zwarts toren met 3 pionnen. Het hangt helemaal af van
de efficiency en teambuilding van de witte stukken. Bijvoorbeeld:
16...Pd7
(16...Pa6? 17.Pe4 0-0-0 18.Df4 Pb4
19.Tg1 Pxd3+ 20.cxd3 g5 21.Dxf7 Dh2 22.Dxe6+ Td7 23.Pc5 Thd8 24.Pxd7 Met een
uitstekende4 stelling voor wit.)
17.Tg1 Dh2 18.Txg7 Pf6*
Diagram 2 analyse

Stelling na 18. … Pf6 (analyse)
1)
19.De3
1-1) 19...Ph5 20.Tg4 Pf6 21.Th4+-
1-2) 19...Tg8 20.Txg8+ Pxg8 21.Pe4 0-0-0
22.Lg3
1-2-1) 22...Dh1+ 23.Kd2 Pe7
1-2-1-1) 24.Pd6+Txd6 25.Lxd6 Dg2+
26.Ke1 Kd7 27.Le5 Pd5
28.Df2 Dh1+
29.Ke2 Dh5+ 30.Df3+-
Nu moet zwart wel
ruilen anders gaat pion f7 met schaak
30...Dxf3+
31.Kxf3 Wit staat overtuigend.
verloren.
1-2-1-2) 24.Df4 Dg2+ 25.Pf2
Zoiets kan alleen een computer
verzinnen.
25...Kd7
(25...Pd5 26.De5 Kd7 27.c4+-)
26.c3 Ke8 27.Kc2
Wit staat beter
maar het lijkt me een lastige stelling om te
spelen
1-2-2) 22...Dh6 23.Pd6+ Txd6 24.Dxh6 Pxh6 25.Lxd6
Pf5 26.Le5
h5 27.Le2 h4 28.Lh5 Ph6 29.Lf4+-
2) 19.Pe4 Dh1+ 20.Tg1
Pxe4 21.De1 Dh5 22.Lxe4 0-0-0 Met
betere stelling
voor wit.
3) 19.Kb1 Om een eventueel schaak op h6 te voorkomen
maakt wit de volgende damezet mogelijk.
Fritz 8 is nogal
gecharmeerd van deze zet.
19...0-0-0
3-1)
20.De3 Td7 21.d5 Pxd5 22.Pxd5
Txd5 23.Txf7 Te5 24.Dc1
c5 25.Le3 Dh4
Met goede stelling voor wit.
3-2) 20.De1 20...Td7
21.d5 cxd5 22.Lxa7 Tg8 23.Lg1 Dh1
(23...Df4? 24.Txg8+ Pxg8
25.Pb5)
24.Txg8+ Pxg8 25.Pb5 Pe7*
Diagram 3 analyse

Stelling na 25. … Pe7 (analyse)
Een interessante stelling: redt zwart zich of slaat wit toe
3-2-1) 26.Pa7+ Kb8 27.Pc6+ Kc8 28.Pxe7+ Txe7 29.Dc3+
Kb8
30.Dh8+ Kc7 31.Dd4 f5
32.De5+ Kc8 33.Dh8+ Met wit
voordeel.
3-2-2) 26.Dc3+ Pc6
27.Pa7 +*
Diagram 4 analyse

Stelling na 27. Pa7+ (analyse)
3-2-2-1) 27...Kb8
28.Pxc6+ bxc6 29.Dh8+ Kc7 30.Dd4 Kc8 31.a4
h5 32.Ka2 Wit staat beter.
3-2-2-2) Na
27...Kd8? is er een mooi echomat. 28.Dh8+ Kc7
(28...Ke7 29.Pc8#)
29.Pb5#;
3-2-2-3) 27...Kc7 28.De1 d4
29.Le4 Dh5!
Door de afgesloten witte koningsstelling speelt wit
steeds
met een hand op de rug omdat hij de onderste rij niet
mag vrijgeven. Maar bij de aanval is snelheid geboden dus
is er eigenlijk geen tijd
voor een gaatje.
(a3). Bovendien dekt de zwarte D nu a5.
30.Pxc6 bxc6 31.Lf2 (31.a3? f5)
31...f6! (31...f5? 32.Lg3+
Kd8 33.Lxc6)
32.a3 Db5 33.Lh4 Tf7 34.Dg3+ e5 35.Dg8 Td7 36.Ka2 f5
37.Lxf5 Dd5+ 38.Dxd5 Txd5 39.Lxh7 Td7
Materieel staat
wit beter, maar de kans op winst lijkt mij
niet te groot.
Terug naar de
partij.
15. …
Pxf2 16.Kxf2 g6*
Diagram 5

Stelling na 16. … g6
Lasker: "Zwart heeft nu wel met drie pionnen een ruim
voldoende aequivalentie voor den looper, maar wit is geweldig vóór in de
ontwikkeling. Daarom moet wit aanvallen. Waar? Op den damevleugel, omdat wit
daar superieur staat, geenszins op den koningsvleugel, waar de zwarte pionnen
geen enkelen witten tegenover zich vinden. Het doelwit, zoals Tarrasch in zijn werk "Die moderne
Schachpartie" zeer juist doet uiotkomen is c6. Na 17. b2-b4 dreigde reeds b4-b5. Antwoordt zwart met a7-a6, zoo volgt 18.
a2-a4. Dan is b4-b5 niet meer tegen te houden, en de zwarte a- of b-pion
wordt zwak. De overmacht der witte officieren zou de overwinning bezorgen,
lang voordat de zwarte vrijpionnen aan het woord zouden komen. Daar wit dit
plan eerst zeer laat volgde, verspeelde hij zijn overwicht aan ontwikkeling,
en de partij werd remise. Het verdere beloop is daarom niet van voldoende
belang."
17.Th6 Kf8 18.Tah1
Kg7 19.Ld3 Pd7
20.Pe4 e5 21.dxe5 Pxe5 22.Le2 f6 23.Pc5 b6 24.Pe6+ Kg8
25.Td1
Te8 26.Pf4 Kg7 27.Th3 Te7 28.Pd3 The8 29.Pxe5 Txe5
30.Td7+ T8e7 31.Txe7+ Txe7 32.b4 h5 33.Tc3 Tc7 34.a4 f5
35.a5
h4 36.Td3 c5 37.bxc5 Txc5 38.Td7+ Kf6 39.a6 Txc2
40.Txa7
g5 41.Tb7 Ta2 42.Txb6+ Ke5 43.Tb5+ Kf4 44.Tb4+ Ke5
45.Tb5+
Kf4 46.Tb4+ Ke5 47.Kg1 g4 48.Lb5 Ta1+ 49.Kf2 g3+
50.Kg2 Ta2+ 51.Kg1 Ta1+ 52.Kg2 Ta2+
½ - ½
|