Kritisch veld en kritische zet
in de schaakpartij

 

-      H.A. Loveday, het Indisch Probleem

-      Rossolimo – Van Scheltinga, Amsterdam 1950

-      Tvb – C.A. Rook, RSB-competitie, 1982

-      Wolfgang Pauly, een tweeling: mat in vijf zetten

Er is een merkwaardige overeenkomst in een van mijn partijen met een partij van Nicolas Rossolimo uit het toernooi in Amsterdam, 1950. Lodewijk Prins heeft die partij in het toernooiboek uitvoerig behandeld, mede omdat ze de schoonheidsprijs kreeg toebedeeld.
In die partij draaide het om de zet 40. Lf4-b8, een kritische zet over een kritisch veld (d6).

Om de begrippen te verduidelijken beginnen we met het wellicht beroemdste probleem dat ooit gemaakt is, dat van Loveday. Naar de woonplaats – Brits Indië  - van de jong gestorven Loveday is het de geschiedenis ingegaan als het Indisch probleem. Er is heel wat afgeschreven over het probleem en de daarin voor het eerst toegepaste thema. Toen H.A. Loveday – alleen al het achterhalen van de identiteit van de onder een schuilnaam opererende componist is een onderwerp apart – was het onoplosbaar. Nu kennen we de oplossing, maar wie dit onbesmet door probleem-voorkennis moet oplossen heeft er een hele kluif aan.

Hieronder is dat probleem afgebeeld en daar zullen we de “kritische” begrippen verklaren.

Klik hier voor een iets beknopte LIVE – versie.

H.A. Loveday – Indisch Probleem
Eerste publicatie:
The Chess Players Chronicle, febr. 1845


Bronnen:
Het Schaakprobleem, ideeën en scholen
H. Weenink
G.B. van Goor Zonen, Gouda, 1921


Das Indische ProblemEine Schachstudie
Johannes Kohtz u. Carl Kockelkorn
Edition Olms, Zürich, herdruk 1982 van de oorspronkelijke uitgave uit 1903



H.A. Loveday
Mat in 2 zetten

 

Het oorspronkelijke probleem had nog een pion op b6, maar dat is voor de verklaring die we willen geven niet van belang.

 

Wat u ook probeert, het lukt niet. Tenzij de oplosser de idee ziet.
De zwarte koning staat pat en alleen pion b5 heeft nog een zet.
De eerste zet van wit lijkt volkomen doelloos:
 
1. Lg5-c1. 
Zwart is in zetdwang en moet
 
1.                b5-b4
spelen. En nu de clou:
 
2. Td1-d2 !!

De toren komt op het kritische veld d2 en onderbreekt de werking van de loper. Nu heeft de zwarte koning alle ruimte:

f4 en daarna g5 en g4 zijn velden waar hij zijn toevlucht kan zoeken, dus:

  
2.                Ke4-f4
Maar ……
 
3.  Td2-d4 
Ontneemt zwart alle illusies, het is mat.


De loperzet over het kritische veld*) d2 heen naar c1 noemen we “kritisch”, omdat  de toren daar noodzakelijk naar toe moet, op een moment dat de loper daar gepasseerd is.

Wanneer daar, zoals in dit geval, een logisch mat uit voort vloeit noemen dat het Indische thema of Indisch probleem.

 

In de twee volgende partijen is wél sprake van een kritisch veld en een kritische zet, maar is een mat niet aan de orde.

Eerst aandacht nu voor de al genoemde partij Rossolimo tegen Van Scheltinga waarin de genoemde elementen een rol spelen.

 

Nicolas Rossolimo – Theo van Scheltinga
Amsterdam, 1950

Bron:
Wereldschaaktoernooi Amsterdam 1950
Dr. M. Euwe/Lod. Prins
De Tijdstroom, Lochem, 1951

LP/tvb/Fr8

1. e4 c6 2.Pc3 d5 3.d4 dxe4 4.Pxe4 Pd7 5.Pf3 Pgf6 6.Pxf6+ Pxf6 7.Pe5 g6 8.Lc4 Pd5 9.Df3 Le6 10.0-0 Lg7 11.Td1 0-0 12.Lb3 a5 13.c4 Pb6 14.a4 Dc8 15.De2 f6 16.Pf3 Lf7 17.Le3 c5 18.d5 Te8 19.Td2 e5 20.dxe6 Lxe6 21.Tad1 Ld7 22.Td6 Lc6 23.Dd2 Df5 24.Lc2 Dh5 25.Pe1 Lf8 26.Txf6 Lg7 27.Tf4 Le5 28.Pd3 Lxf4 29.Pxf4 De5 30.b3 Pd7 31.Pd5 Lxd5 32.cxd5 b6 33.Ld3 Pf6 34.Lc4 Pe4 35.d6+ Kh8 36.Dc1 Tad8 37.Lf4 Df6 38.d7 Te7 39.f3 g5
diagram

  
  stelling na 39. … g5

40. Lb8!
De kritische zet over het kritische veld d6. De loper moet aan de andere kant staan wanneer de toren naar d6 komt, om eventueel c7 te kunnen bezetten.

Het alternatief 40.Le3.  Het toernooiboek in de typische Prins-stijl: "Vrage: wordt een schoonheidsprijs verbeurd door voorkeur voor 40. Lb8 boven 40. Le3? Mij dunkt neen?"
Prins gaat verder niet in op de 40. Le3. Wij geven een variant waaruit blijkt dat wit heel goed komt te staan:
40...Pc3 41.Lxg5 De5 42.f4 Pe2+ 43.Lxe2 Dxe2 44.Lxe7 Dxe7 45.Dd2
Wit staat twee pionnen voor bij goede stelling.

40. ... Pc3 41.Td6 Dg7 42.Dd2 g4
42...Tdxd7 43.Txd7 Txd7 44.Dxd7 Dxd7 45.Le5+ Dg7 46.Lxg7+ Kxg7 Fr8 geeft = terwijl Prins overtuigd is van winst voor wit.

43. Kf1 gxf3 44.gxf3 Tdxd7 45.Txd7 Txd7 46.Dxd7 Dxd7 47.Le5+ Dg7 48.Lxg7+ Kxg7 49.Ke1 Kf6 50.Kd2 Pa2 51.Ke3 h6 52.Ke4 Pc3+ 53.Kd3
Toernooiboek: Dit is nu wel erg zwak ..... Maar deze aantekening staat verkeerd en behoort bij de 53ste zet van zwart.

53. ... Pd1
53...Pa2

54. Kd2 Pb2 55.Lb5

1-0

Tom van Bokhoven – C. A. Rook
Dordrecht 2 - Spangen/Ommoord 2,  26.01.1982

tvb/Fr8

In deze partij ten slotte gebeurt iets dergelijks.

Ook hier gaat de loper van f4 over het kritische veld d6 naar b8. Toegegeven, de zet heeft direct tot gevolg dat Ta7 wordt aangevallen maar dat is bijzaak.

De opzet is dat wanneer de d-pion oprukt en op het kritische veld d6 terechtkomt de loper eventueel kan terugkeren naar c7 om veld d8 te bestoken.

Het blijft merkwaardig dat je zo’n parallel in een eigen partij aantreft.


1. d4
Pf6 2.c4 c5 3.e3 g6 4.Pc3 Lg7 5.Pf3 0-0 6.d5 d6 7.Le2 e6 8.e4 exd5 9.cxd5 Te8 10.Pd2 b6= 11.0-0 La6 12.Te1 Lxe2 13.Txe2 Pbd7 14.Pc4 Pe5 15.Pxe5 Txe5 16.Lf4 Te7 17.a4
Wit wil veld b5 bij voorbaat een (extra) dekking geven en daarbij een opmars van de zwarte pionnen bemoeilijken. Het draait straks in de partij om de velden e5 en d6, daarbij is het paard misschien nodig op b5.

 

17. ... a6

Een begrijpelijke reactie.

 

18. h3

Wit houdt vast aan zijn plannen m.b.t. e5 en d6, dwz e4-e5 met opening van lijnen.

 

18. ... Dd7 19.Dd3 Ph5 20.Lh2 Ld4

of 20...Le5

 

21. Df3 Ta7 22.g4

22.a5 Tb7 23.Dd3 b5 24.b4 Le5=

 

22. ... Pf6

22...Pg7 23.Lf4 c4 24.g5=

 

23. e5!?

Wit acht de tijd rijp.

diagram

 

stelling na 23. e5!?

23. ... Lxc3?

Verzwakt zwarts zwarte velden. Lh2 staat te popelen.

23...Pe8 24.Tae1 dxe5 25.Lxe5 Lxe5 26.Txe5 Txe5 27.Txe5 Pd6 28.Pe4 Pxe4 29.Dxe4 Wit staat wat beter.

 

24. bxc3 Pe8 25.Tae1

Dit is een heel prettige stelling voor wit.

 

25. ... dxe5 26.Lxe5 Dxa4?

Een ernstige fout. 26...Dd8 Hiermee houdt zwart e7 in de gaten.

 

27. Lb8!
diagram

 

stelling na 27. Lb8

 

Zwart staat in een klap verloren. Een bijzondere zet, die mij onmiddellijk deed denken aan de partij Rossolimo - van Scheltinga (Amsterdam, 1950). Partij hierboven bijgevoegd. Prins schrijft in die partij bij 40. Lb8:

"Probleemschaak in de toernooipraktijk. Wat in de problematiek het kritische veld d6 zou heten wordt door de loper overschreden opdat na Td1-d6 (in mijn partij gaat het om d5-d6, tvb) de weg naar c7 hem niet versperd zal zijn".

Een opmerkelijke overeenkomst. De aantekeningen van Lod. Prins bij die partij zijn ook verder alleszins de moeite waard. Rossolimo verdiende hiermee de schoonheidsprijs. Gezegd moet worden dat de tegenstand van Van Scheltinga optimaal was.

 

27. ... Txe2 28.Dxe2 Tb7 29.Dxe8+ Dxe8 30.Txe8+ Kg7 31.d6

Eindelijk komt de pion op het kritische veld d6.

 

31. ... Kf6

Deze zet speelt wit in de kaart.

 

32. Lc7

diagram

stelling na 32. Lc7
 

Tot slot nog een afsluiting *): de werking van de toren wordt afgesneden van d7 waardoor de pion kan passeren. Het verhaal van de kritische zet en het kritische veld is hiermee rond.

 

32. … g5 33.d7

Zwart geeft op.

 

1-0

*)  Voor wie het interesseert:
Weenink noemt deze functie ”afsluiting” nl. het onderbreken van de werkingslijn van een vijandelijk stuk. Interferentie is de onderbreking van een eigen stuk, zoals in het Indisch thema het geval is.

www.tomsschaakboeken.nl