EEN LES IN BESCHEIDENHEID (1)

Prof. Krejcik – Schwarz, Wenen, 1905
Krejcik/Vlagsma

Mijn HUTKOFFER bevat vele schatten waaronder duizenden knipsels. Meestal zijn dat schaakverslagen uit dagbladen, maar er zijn ook – soms complete jaargangen – weekrubrieken. Een heel mooie rubriek werd door Vlagsma in de jaren ’50 verzorgd in het Rotterdams Nieuwsblad. Hij greep graag naar de actualiteit maar zijn beschouwende artikelen zijn ook nog steeds een plezier om te lezen.
Onderstaand geef ik de hele tekst van een rubriek weer, en voeg daaronder in EEN LES IN BESCHEIDENHEID (2) een commentaar toe.

Zaterdagrubriek van Chr. Vlagsma in het Rotterdams Nieuwsblad medio jaren vijftig.         OOK LIVE


Het schaakspel geeft aan zowel een grote als aan kleine beoefenaars volop gelegenheid zich verdienstelijk te maken. De groten doen dit door verrijking van de openingstheorie en door het produceren van boeiende en fraaie partijen en composities, de kleinen door het door het geven van voorlichting en het attenderen op bepaalde leerzame momenten. En heel vaak blijkt op dit gebied de kleine schaker tot schaakgrootheid te kunnen uitgroeien ...

KREJCIK
Een merkwaardige figuur is bijv. Prof. Joseph Krejcik geweest, een Weens schaakenthousiast, die ongetwijfeld behoorlijk speelde doch die toch niet tot de allersterksten van zijn land werd gerekend. Deze Prof. Krejcik is vooral bekend geworden als publicist van humoristische schaakverhalen vaak gebaseerd op eigen ervaringen, welke verhalen in een reeks boekjes zijn samengebracht. "13 Kinder Caïssa" is heel beroemd geworden en dit werkje neemt men steeds weer met genoegen ter hand. Prof. Krejcik is niet zo heel lang geleden op hoge leeftijd overleden.

MERKWAARDIGE STELLING
Van deze kleine en toch grote schaakspeler troffen wij in een recent nummer van het L'Echiquier de France een merkwaardige stelling aan, welke wij de moeite waard achten over te nemen. Hier is zij:

Deze stelling met wit aan zet kwam voor in de partij Krejcik - Schwarz, gespeeld in een klein Weens toernooi in het jaar 1905. Wit heeft het op het eerste gezicht niet gemakkelijk. Niet alleen heeft zwart een pion méér, maar zwart dreigt vooral met 1. ... Dxb2+ de witte koning in enkele zetten om zeep te brengen. Bovendien staat de witte c-pion en prise. Gelukkig is wit aan zet en dus zette Krejcik zich in om een redding te vinden. Al zoekende vond hij de volgende fraaie en geestige afwikkeling.

1.Pxc6+ Kc7 2.De7+
De eerste grap: op 2. ... Kxc6 volgt 3. Lf3+ met Damewinst.

2...Kb6 3.c5+ Ka6
Gedwongen, omdat de zwarte Koning aan de dekking van Db7 is gebonden.

4.Lc8
De tweede en voornaamste grap: de directe dreiging met Damewinst maakt een verdere jacht op de zwarte Koning mogelijk.

4...Dxc8 5.Da7+ Kb5 6.Db6+ Kc4
Vooral geen 6. ... Ka4? wegens 7. Db4 mat!

7.Db4+ Kd5 8.Pe7+
Diagram 1

 

De derde en laatste grap: wit wint de zwarte Dame: zwart gaf hier de partij op. Een bijzonder fraaie combinatie, waarop Krejcik erg trots was en welke ook door anderen bijzonder werd gewaardeerd. Krejcik kreeg voor deze partij een schoonheidsprijs en de Oostenrijkse schaakgroten van die tijd, Albin en Marco ( de beroemde redacteur van de "Wiener Schachzeitung"), publiceerden de partij in hun "Schachspalten" met prijzenswaardige annotaties.

 

Vijftig jaar en twee wereldoorlogen verliepen. De bejaarde Prof. Krejcik kreeg toevallig deze stelling weer eens onder ogen en, terend op een flauwe herinnering, en niet goed wetend hoe het gegaan was, speelde hij zijn indertijd alom gewaardeerd produkt opnieuw na.

 

Om plotseling tot zijn ontzetting te bemerken dat zwart de partij heeft opgegeven op een moment dat deze de gladde winst in handen heeft !!!!

 

In plaats van de partij te staken had zwart rustig moeten voortzetten met:

 

8...Ke4!!

waarna wit niet veel beters heeft dan de zwarte Dame te slaan.

Echter na

 

9.Pxc8 f3+ 10.Kf2

(Na 10.Kd2 wint 10...Pd5+ wint de Dame terug met behoud van het extra stuk.)

 

10...Lh4+ 11.Kg1 f2+ 12.Kh2 f1D

heeft zwart het materiële evenwicht weer hersteld en kan wit alleen hopen door schaakjes aan de nederlaag te ontsnappen.

 

13.Pd6+

Omdat na 13.Db7+ Kf4 14.Dc7+ Kf3 15.Db7+ Kf2 wit is uitgepraat, komt alleen het schaakgeven met het Paard in aanmerking.

 

13...Ke5! 14.Pf7+ Kf5 15.Pd6+ Kg6! 16.Db7

Er is niets anders om het mat op g2 te dekken.

 

16...De2+ 17.Kg1 De1+ 18.Kh2 Lg3#

 

Typerend voor Prof. Krejcik is, dat hij deze wending, door geen sterveling in vijftig jaar tijds vermoed, niet zwijgend heeft opgeborgen. Integendeel. Hij publiceerde haar in een voor hem karakteristiek artikel om goed te laten uitkomen, hoe broos de toegeworpen schaakroem in feite is en uit hoeveel valse onderdelen deze vaak is samengesteld. Het is aldus Krejcik, nodig ontgoochelingen als deze te moeten verteren, omdat zij voor de hoogmoedigen en over het paard getilden les in bescheidenheid inhoudt ....

 

CHR. VLAGSMA

 

Verder onderzoek in deze zaak:

EEN LES IN BESCHEIDENHEID (2)

Prof. Krejcik – Schwarz, Wenen, 1905
tvb/Fr8


Vlagsma heeft dus in de jaren vijftig deze stelling in een Frans tijdschrift gevonden. Ik vond ze in die tijd in de weekrubriek van Chr. Vlagsma in het Rotterdams Nieuwsblad. Prof. Krejcik bekeek de stelling na vijftig jaar opnieuw. Ook ik doe dat na vijftig jaar. En zo komen we iedere vijftig jaar een stapje verder. Zijn bevindingen van vijftig jaar terug waren een aanleiding om bescheidenheid te tonen. Mijn onderzoek nu met Fritz doet hetzelfde.

 

Hetzelfde fragment als boven. Eerst dus de winstgang van Prof. Krejcik in 1905, dan de correctie door hem aangebracht ca. 1955/56, en ten slotte hier de bevindingen van Fritz 8. En dit maant ons tot bescheidenheid, ook de commentator hiervan anno 2007. Je hebt het maar makkelijk met Fritz. Krejcik vond ten slotte het ene achter het bord en het andere in elk geval zonder hulp van elektronica.

 

Het feit dat Fritz nodig was om dit stukje schaak verder te ontleden is ook voor mij een les in bescheidenheid. En laat het niet nu weer vijftig jaar duren voor de nieuwe ongerechtigheden worden gesignaleerd, want dat haal ik niet meer.

 

1.Pxc6+ Kc7 2.De7+ Kb6 3.c5+?

3.Dd8+!

 

3...Ka6

 

4.Lc8?

Geeft de winst uit handen.

4.Dxb7+ Kxb7 5.Lf3 (of eerst 5 ... f5) 5...Ka6 6.Pxd4 f5 7.b4

Fritz 8 geeft deze stelling als voor wit gewonnen. Wit moet er wel voor waken dat zwart zijn P niet voor beide witte b- en c-pionnen kan geven, dan resteert immers een stelling met ongelijke lopers en slechts één witte pion, op de h-lijn, waarvan het promotieveld door de zwarte loper wordt bestreken. Maar goed, wit zal dit wel kunnen vermijden, en winnen.

 

4...Dxc8 5.Da7+ Kb5 6.Db6+ Kc4 

  
  
  
 

7.Db4+?

Dit leidt tot verlies. 7.Pa5+ Kd5 8.Dd6+ Ke4 9.De7+ Kf5 10.Dh7+ Remise door eeuwig schaak.

 

7...Kd5 8.Pe7+ Ke4!! 9.Pxc8 f3+ 10.Kf2

10.Ke1 Maakt niets uit. 10...Pc2+ 11.Kf1 Pxb4 12.Pd6+ Kf4 Met zwarte winst.

 

10...Lh4+ 11.Kg1 f2+ 12.Kh2 f1D 13.Pd6+ Ke5 14.Pf7+ Kf5 15.Pd6+ Kg6 16.Db7 De2+ 17.Kg1 De1+ 18.Kh2 Lg3#
Een fraaie slotzet.

www.tomsschaakboeken.nl