GRIGORJEW SPECIAL

CollePirc                     A46
Frankfurt, 1930

Eindstand:
1. Nimzowitsch
2. Kashdan 9
5. Colle
7. Pirc

Bronnen en analyses:
GRIGORJEW PIONNENKUNSTENAAR DEEL 2 Uitg. Pegasus, 1955
tvb/Fr8

 

Nikolai Dmitrijewitsch Grigorjew 1895-1938

Edgar Colle 1897-1932

Vasja Pirc 1907-1980

 

 

 

 

 

schaak- en ander nieuws op www.tomsschaakboeken.nl

 

2007

Halverwege de jaren vijftig, ik had nog maar net de ogen in schaakland geopend, is er veel reclame gemaakt voor een schaakboek in drie delen, t.w. N.D. GRIGORJEW PIONNENKUNSTENAAR, Uitgeverij Pegasus, 1954-55. De naam Grigorjew zei mij helemaal niets, maar ik wilde deze boeken beslist in bezit hebben.

 

Op de omslag pakt een hand een pion. Zo deed ook onze benedenbuurman in de Zwartjanstraat, meneer van Velzen van de chocolaterie, zijn kostbare waar in de zakjes, met de pink extra opgetild. Daarmee werden zijn chocolaatjes echte bonbons.

Aanvankelijk heb ik alleen de partijen nagespeeld, later begon het tot me door te dringen dat Grigorjew een uitzonderlijke status geniet op het gebied van de eindspelstudie en dat de boeken wel in de laatste plaats over zijn partijen handelden. Maar hier voor het eerst leerde ik iets van de schoonheid van zijn studies en het belang van zijn analyses.
In deel 2 op blz. 8 is een artikel opgenomen waarvan de aanhef en het begin worden overgenomen:

EEN SCHIJNBAAR EENVOUDIGE STELLING KAN ZEER INGEWIKKELD ZIJN (1930).
"Stille wateren hebben diepe gronden."
 
"Niet lang geleden bladerde ik in de laatste nummers van buitenlandse kranten. Mijn blik viel op een schaakpartij, die waarschijnlijk weinig aandacht had getrokken omdat zij niet "versierd" was met diagrammen."

Omdat het om een pionneneindspel bleek te gaan dook Grigorjew in de analyse ervan. Even verder:

"In de partij, waarvan sprake is, verstoutte Zwart zich onbekend terrein op te zoeken; hij zag af van een gunstig figureneindspel en ging in op een pionneneindspel, dat hij uiteraard als voordelig beschouwde, ofschoon hij van de finesses nauwelijks een vermoeden had."
(!)

Bij mij (tvb) rijst de vraag “Had hij de beschikking over buitenlandse kranten? Duitse? Kon dat zomaar, of was hij niet zomaar iemand? Waarom noemt hij de namen van de spelers niet? Waren die personae non grata in de USSR? Of stonden ze er in die krant gewoon niet bij?
Over de stelling die hier in het eerste diagram is opgenomen zegt hij:

"Wij hebben voor ons een stelling die ontstaan is na de 46ste zet (Chessbase 45ste zet, tvb) in een der partijen van het Internationale Schaaktoernooi te Frankfort."
Welke partij en wat voor Frankfort-toernooi? Het blijkt te gaan gaat om de partij Colle - Pirc uit de 11de en laatste ronde van het toernooi in Frankfurt am Main. Het toernooi telde 12 deelnemers.

 

 

Wit: Edgar Colle

Zwart: Vasja Pirc

 

1. d4 Pf6 2.Pf3 e6 3.Pbd2 c5 4.e3 Pc6
5. c3 b6 6.Ld3 Lb7 7.0-0 Dc7 8.dxc5 bxc5 9.e4 Le7
10. De2 d6 11.Pc4 0-0 12.e5 dxe5 13.Pcxe5 Pxe5 14.Pxe5 Ld6
15. f4 Tad8 16.Lc2 Pd7 17.Te1 c4 18.Pxc4 Lxf4 19.Lxf4 Dxf4
20. Tf1 Dg5 21.Tad1 Pf6 22.Pe3 Txd1 23.Txd1 Ph5 24.Td2 f5
25.
Df2 f4 26.Lb3 Dg6 27.Pc4 Ld5 28.Pe5 Df5 29.Lxd5 exd5
30.
Pf3 Pf6 31.Td1 Pg4 32.De2 Pe3 33.Pd4 De4 34.Te1 g5
35. Df3 Tb8 36.Dxe4
36. De2

36. ... dxe4 37.Te2 Kf7 38.h3 Kf6 39.b3 Tc8
40. c4 Td8 41.Td2 Pf5 42.Pf3 Txd2 43.Pxd2 Ke5 44.c5 Pd4
45. b4 Kd5



diagram 1
Stelling na 45. … Kd5

46. Pb3

46. a4

46. ... Pxb3 47.axb3 h5 48.Kf2 g4

48. ... h4 "Grigorjew is van mening dat zwart met 48. .. h4 makkelijker had kunnen winnen. Maar dat onderwerp laten we hier maar even rusten, er is nog genoeg werk aan de winkel. We vermelden slechts dat Grigorjew zijn analyse laat beginnen met 49. Ke2.

49. hxg4 hxg4

diagram 2

Stelling na 49. … hxg4


50. Ke2?
”Jammer dat Wit de serieuze en zeldzaam interessante kans 50. g3! Mist. En dit was in wezen de hoofdvariant, bijna een studie en zeer ingewikkeld, een variant die zijn tegenstander tijdens de partij niet had kunnen weerleggen. De tekstzet geeft zwart de gelegenheid op vrij eenvoudige wijze de winst te forceren.” Winnend is

50. g3!

Eerste variant: 50...e3+

51. Ke2 Ke4 52.c6 f3+ 53.Ke1 Kd3 54.c7 f2+ 55.Kf1 Kd2 56.c8D e2+ 57.Kxf2 e1D+ 58.Kg2

analysediagram 1

 eerste variant

Stelling na 50. Kg2

In de tweede variant, die met 50. ... fxg3, is pion g3 al ineens geconsumeerd.
5
8...De4+ 59.Kg1 De3+ 60.Kg2 Df3+ 61.Kh2 Df2+ 62.Kh1 Df1+ 63.Kh2 Dh3+ 64.Kg1 Dxg3+ 65.Kh1 Df3+ 66.Kg1

1)    66...De3+ (of 66. … Dd1 wat op hetzelfde neerkomt.) 67.Kg2 De2+ 68.Kg3 Df3+ 69.Kh4 g3 70.Dd7+ Ke1 71.Kh3 g2+ 72.Kh2 Df1 73.De6+ Kd2 74.Dd6+ Kc2 75.Dc5+ Kxb3 76.De3+

2)    66...g3 67.Dd7+ Ke2 68.Db5+ Dd3 69.Dc4 a6 70.Kg2 Kd2 71.Dc7 De4+ 72.Kxg3 Dxb4 73.Dc4 Dc3+ 74.Kf4  

Al met al is Grigorjew van oordeel dat 50. … e3 slechts tot remise leidt.

Tweede variant: 50...fxg3+

Deze zet komt in de het verhaal van Grigorjew niet voor; ik heb geen idee waarom, want ook nu komt er een dame-eindspel waarin zwart kan winnen.

51.Kxg3 e3 52.Kg2 a6! 53.Kg3

      1) 53. …  Ke6 54.Kg2 Ke5 55.Kg3 Ke4

           De koning steekt de brug over en dat is voorwaarde om te winnen.
           56.c6 e2 57.Kf2 Kd3 58.c7 Kd2 59.c8D e1D+ 60.Kg2

      2) 53...Kd4 54.c6 e2 55.Kf2 Kd3 56.c7 Kd2 57.c8D e1D+ 58.Kg2

           Ook deze stelling heeft veel weg van de eerder genoemde uitgangsstelling van het dame-eindspel. Hier is de pion op g3 al geslagen!

analysediagram 2

tweede variant

Stelling na 58. Kg2

60. ... De2+ 61.Kg3 Df3+ 62.Kh4
Ja, de K kan hier naar h4 "ontsnappen".

62. ... g3 63. Dxa6 g2 64. Da2+

Kan zwart de schaken - "schaakjes" is in dit geval wat badinerend, onbelangrijk, van geen betekenis en dus niet van toepassing - ontlopen? We roepen Fritz te hulp en het blijkt dat deze veel meer tijd nodig heeft om zijn berekeningen te maken dan in het pionneneindspel waar de mogelijkheden - wat aantal betreft - veel minder zijn.


64. ... Ke1 65. Db1+ Kf2 66. Dc2+ Kg1 67. Kg5
De waardering van Fritz is nu -+ (-8.59) en dat wordt ongetwijfeld nog hoger. Maar wint Zwart? 67...Dg3+ 68.Kh5 Gedwongen. 68...Kh2 69.b5 De5+

(69...Kh1 70.De4 Dh3+ 71.Kg5 Kh2 72.Dc2 Zwart is niets opgeschoten.)
 

70. Kh6 De3+ 71. Kg7 Kh3
Wat krijgen we nu? Gaat zwart z'n koning uit de frontlinie halen? Of is dit juist de weg naar snelle promotie op g1?

Ik moet denken aan het zeer onderhoudende boek van Jon Edwards "The Chess Analyst" waarin hij Ed. Lasker citeert (Hoofdstuk 24 “A Deep Blue Day”): "All the computer can do is add or subtract, store numbers, transfer them from one part of the machine to an other, compare quantities, and perform a few other extremely elementary logical operations." enz. Fritz rekent in nullen en énen. Wij denken Hoe ontsnapt de zwarte K? De witte D werkt vanuit het Westen - langs de tweede rij, het Noorden - langs de h-lijn en het Noordwesten, de penning langs de diagonaal a8-h1. Hoe lossen we dat op? En is het ook niet zo dat in bepaalde hoekstellingen een D eeuwig schaak kan geven tegen 2 dames die gezamenlijk verdedigen, in dit geval Kh1 Dames g1 en h2, en de schaakgevende D pendelend tussen d1, d5 en h5?

De oplossing is nu betrekkelijk eenvoudig:

72. Dc8+ (72.Df5+? Kh4 73.Dh7+ Kg4 74.Dg6+? Dg5 ) 72...Kg3 73.Dc7+ Df4

    1) 74. Dc5 Kh3 Promotie is niet meer te voorkomen.

    2) 74. Da7 Kh2 75.Da2 Kh3 76.Da7 Dg5+ , idem.

    3) 74. Dc3+? Kh4

Derde variant 50...f3 

51. Ke3

analysediagram 3

derde variant

Stelling na 51.Ke3

51. ... a6 52.Kf2 Kd4 53.c6 e3+ 54.Ke1 Kd3 55.c7 f2+ 56.Kf1 e2+ 57.Kxf2 Kd2 58.c8D e1D+ 59.Kg2
Grigorjew (blz. 11 2e kolom): "Er is nu een leerzaam en merkwaardig eindspel ontstaan, dat in twee delen uiteenvalt. In de eerste is het Zwart's voornaamste zorg pion g3 met schaak te veroveren:
 
59. ... De2+ (59...De4+ 60.Kg1) 60.Kg1 De3+ 61.Kg2 Df3+ 62.Kh2 Df2+ 63.Kh1 Df1+ 64.Kh2 Dh3+ 65.Kg1 Dxg3+
Grigorjew: "Het is gebeurd"

66. Kh1 Df3+ 67.Kg1 g3!
Thans heeft zwart de witte koning pat gezet en dreigt met het winnende schaak op f2. Wit is echter aan zet; hij kan zich verdedigen en nu begint de tweede, de slotetappe.
Zwart staat voor een nieuwe zware taak: zich dekken tegen de schaakjes, ruil der koninginnen forceren, de witte pionnen veroveren en voor zijn vrijpion de weg open houden naar de damelijn.

68. Dc5
"Een scherpzinnige verdediging: de schaakjes blijven in reserve, temeer daar zij toch niet onuitputtelijk zijn, de dreiging van zwart is gepareerd en zijn koning kan niet doordringen naar de damevleugel. Wat moet er gebeuren?" … "Kan zwart dan eigenlijk wel winnen? Inderdaad, maar slechts op één manier, met een zeer subtiele voortzetting. De stelling verdient een nieuw diagram.

68. ... Kd1!

analysediagram 4

derde variant

Stelling na 68. … Kd1 

 

Dameruil na 68. ... Df2+ 69.Dxf2+ gxf2+ 70.Kxf2 Kc3 71.Ke3 Kxb4 72.Kd2 Kxb3 73.Kc1 levert slechts remise op.
Grigorjew behandelt nog 68...De3+ maar concludeert na 69.Kg2! niet meer dan remise. 69...Dxb3 70.Dd6+ Dd3 71 .Dc6=

Grigorjew gaat bij 68. … Kd1! vanuit der diagramstelling, verder met:
“Ziehier de oplossing: Zwart speelt 68. … Kd1 en wacht af om op de volgende zet de koning naar de damevleugel te dirigeren. Wit moet hierin berusten omdat zijn koningin verplicht is de c-lijn te verlaten; hij is daartoe gedwongen omdat de diagonaal g1-a7 nog steeds belangrijker is. …..

69. Dd4+ Kc2 70.Dc4+ Kb2 71.Dd4+ Kxb3 72.Da7
"En zwart wint na"

72. ... Df2+ (72...Kxb4? 73.Dc5+ Kb3 74.Da3+ en wit staat pat.) 73.Dxf2 gxf2+ 74.Kxf2 Kxb4 75.Ke2 Kc3 76.Kd1 Kb2.

Tot slot geven we het verloop van de partij nadat wit met 50. Ke2 al het fraais dat hierboven staat, aan zich voorbij heeft laten gaan.

50. ... g3 51.Ke1 a6 52.Ke2 Ke5 53.b5 axb5 54.b4 Kf5
55.Ke1 f3 56.Kf1 e3

0-1

 

www.tomsschaakboeken.nl