Dr. K.M. Bergsma – Mr. W.G. Belinfante          D66
Maasbokaal, Rotterdam, april 1940
Euwe(?)/tvb/Fr8

meer (schaak)nieuws op www.tomsschaakboeken.nl

 

N.B. Deze partij behoort bij het artikel Amsterdamse lof voor Dr. K.M. Bergsma . Dit heeft te maken met vermeldingen in De Schaakwereld omtrent de voortreffelijke rol van Bergsma in de meidagen van 1940 te Rotterdam.

1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 Pf6 4.Lg5 Le7 5.e3 0-0 6.Pf3 Pbd7 7.Tc1 c6 Een bekende stelling van het Orthodox Damegambiet.

8.Ld3 h6 9.Lh4 dxc4 10.Lxc4 b5
De fianchett0voortzetting van deze variant, waarmede zwart beoogt zijn ingesloten damelooper via b7 te ontwikkelen.

11.Ld3 a6
Zwart staat thans gereed voor den bevrijdende zet c6-c5.

12.a4
Verhindert c6-c5.

12...bxa4
Deze zet werd door de theoretici langen tijd beschouwd als de eenvoudigdste manier om gelijk spel te bereiken. Na 12...b4 13.Pe4 (eventueel ook (13.Lxf6 benevens 14 Pe4) behoudt wit een sterken druk op de vijandelijke stelling. )

13.Pxa4 Da5+ 14.Pd2
Diagram 1

 
stelling na 14. Pd2

14...Lb4

Verhindert de witte rochade en dreigt stukwinst door 15. ... Lxd2+.

 

15.Pc3 c5 Zwart heeft zijn doel bereikt, t.w.: de oplossing van den c-pion met opening van de diagonaal b7-g2. Toch is de zaak minder eenvoudig, dan men zich aanvankelijk had voorgesteld, want wit is ook onder deze omstandigheden in staat het initiatief te handhaven.

 

16.Pc4 Dd8

Niet 16...Dc7 wegens 17.Lg3

 

17.0-0 cxd4 18.exd4 Le7

 Wit heeft nu weliswaar een geisoleerden pion op d4 , maar daarvoor staan de witte stukken veel agressiever dan de zwarte opgesteld. Dit laatste is, zooals Tarrasch heeft opgemerkt, in het middenspel verreweg het belangrijkste.

 

19.Pe5

Diagram 2

stelling na 19. Pe5

 

Een ideale stelling voor het paard.

 

19...Lb7 20.De2 Pb6 21.Tfd1 Pbd5 22.Lg3 Pb4 23.Lb1 Tc8 Oogenschijnlijk is zwart een beetje losgekomen, maar hij ondervindt nog steeds groote moeilijkheden bij het manoevreeren, o.m. doordat hij voortdurend rekening moet houden met een mogelijken aanval langs de diagonale lijn b1-h7.

 

24.f4!

Zeer sterk gespeeld!

 

24...a5 25.f5

Diagram 3

stelling na 25. f5

 

De critieke stelling. Moet zwart den ruil op e6 toelaten, waarna hij een ernstige zwakte op e6 krijgt, of moet hijzelf op f5 ruilen?

 

25...La6

25...exf5 26.Lxf5 Ta8 27.d5! wekt niet veel vertrouwen. Het is daarom te begrijpen, dat zwart een anderen weg inslaat.

 

26.Df3 Pfd5

Zwart stond opnieuw voor een zeer moeilijk probleem.

Na. 26...exf5 27.Dxf5 dreigt reeds 28. Lh4 met onmiddellijke beslissing. Het is niet te zien, hoe de zwarte stelling in dat geval verdedigd kan worden.

 

27.fxe6 fxe6 28.Dg4

Diagram 4

stelling na 28. Dg4
 

Dit is sterker dan 28.De4 waarop 28...Pf6 volgt.

 

28...Tf6

Op een andere manier kan pion e6 niet gedekt worden.

 

29.Pe4 Lf8?

Dit staat gelijk met opgeven, maar wat moet zwart anders doen?

Na 29...Tf5 30.Pc5

(De enige nieuwe aantekening die ik bij deze partij toelaat: Fr8: 30.Dg6! Lf6! 31.Pc5 Lxe5 32.dxe5 Dg5 33.Dxe6+ Tf7 34.Lg6)

30...Lxc5 31.dxc5 is zijn lot eveneens beslist.

Op 31...Tf6 volgt dan b.v.: 32.Lh4 g5 33.Lxg5 enz.

 

30.Pxf6+ Dxf6 31.De4 Df5 32.Dxf5 exf5 33.Lxf5

Met een kwaliteit en een pion achter strijdt zwart natuurlijk voor een verloren zaak. Er volgde nog:

 

33. ...Td8 34.Le6+ Kh7 35.Pc6 Pxc6 36.Txc6 Le2 37.Td2 Lb5 38.Tc8 Txc8 39.Lxc8 Lb4 40.Tf2 Pe3 41.Tf7 Kg6 42.Tb7 Lc4 43.Le5 Lf8 44.Kf2

en zwart gaf het op.

 

1-0

 

www.tomsschaakboeken.nl