Caput Ovis stond in de jaren zeventig

 aan de wieg van teamschaken

 

-      Het Caput Ovis-verhaal

 

meer (schaak)nieuws op www.tomsschaakboeken.nl

 

 

31.01.12

Het verhaal achter het studentengenootschap Caput Ovis (1945-2012) is beschreven, maar er past een uitbreiding voor de schakers bij. Immers in de jaren zeventig van de vorige eeuw speelde Caput Ovis eerst vriendschappelijk tegen Bibelot. Hoofdklasser van Philidor/Leiden, Henk van Maaren (Caput Ovis) ontmoette op een zondagmiddag Jaap Verhoef van Bibelot. Dat duel is inmiddels van veertig jaar geleden, maar Jaap won fraai met wit.  Het staat in het clubblad van schaakclub Dordrecht van toen. Eindredacteur Pank Hoogendoorn merkte op dat de twee spelers oud-leden van Dordrecht waren.

  

Enkele jaren daarna speelde Caput Ovis vriendelijke wedstrijden tegen café de Stadsherberg en YIN. Zo ontstond het schaken tussen sociale verbanden dat teamschaken ging heten. In oktober 1976 werden in de Statenzaal van ’t Hof de eerste wedstrijden gespeeld en Ovis werd derde na Bibelot en de Stadsherberg.

 

Buddingh’ besteedde er ook aandacht aan in zijn dagboek. Hij speelde voor de Culturele Raad. Tijdens de informele contacten tussen schakers zeker ook van Caput Ovis, werd op 16 februari 1978 de basis gelegd voor de oprichting van schaakclub Groothoofd. Dick de Jong, John Janssen, Gerard Bons, Jisk Liemburg, Hans Berrevoets, John van Waardenberg, de broers Maas, Hans Broekhuijzen, Rik van Pelt, Henk Wolf en Ben Klok waren enkele namen van het eerste jaar. Caput Ovis leverde de meeste schakers en befaamd zijn nog de nachtelijke wedstrijden later tussen John Janssen en Hans Peters.

 

Waar stond die soos voor, die nu is opgeborgen in het archief van erfgoedcentrum DiEP:

 

Het Caput Ovis-verhaal

 

DORDRECHT – Het Dordrechts Studenten Genootschap (DSG) Caput Ovis is voor de buitenwereld verleden tijd. De sociëteit heeft het laatste positieve saldo over gemaakt aan de stichting vrienden van de Grote kerk.

Fiscus/penningmeester en oud-preses ir. Jisk Liemburg kon een bijdrage van 2500 euro storten op het actienummer voor orgelpijpen. Vier pijpen in de Grote kerk staan nu op naam van Caput Ovis, als een blijvende herinnering aan vergane (studenten) glorie.

 
Aan van het einde van het jaar 2012 wordt Caput Ovis als vereniging uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel.  Na 67 jaar staat een club, die Dordrecht lange tijd ook een beetje een eigen studentenimago gaf, echt helemaal in de geschiedenis. Bij erfgoedcentrum DiEP kan de meter archief worden afgesloten.


Dit jaar komen de studenten van toen nog wel een keer bijeen om te kijken naar oude filmbeelden, die door oud-preses ir. Eduard Bijl met moderne technieken voor het nageslacht zijn bewaard.  Een aantal studenten van toen geniet al AOW, dus is het tevens een terugkeer in gedachten naar de jeugd.


Spoor
Caput Ovis werd eind 1945 opgericht door de zogeheten spoorstudenten. Ze volgden elders hun opleiding aan de universiteit of hogeschool, maar vonden dat de eigen woonplaats ook een studentenleven verdiende. Volgens overlevering werd in de trein het soosplan geboren. Het heette de vrije tijdsbesteding in eigen sfeer en op eigen niveau van de heren studenten te zijn, inclusief rituelen.

 
Ze wilden natuurlijk een waardevolle bijdrage leveren aan het imago van de oudste stad van Holland waar prins Willem van oranje in 1574 en 1575 in zijn woonhuis de Berckepoort documenten had getekend om Leiden tot universiteitsstad te maken.

Misschien miste toen Dordrecht voor het laatst de kans om studentenstad te kunnen blijven tot in lengte van jaren.


De studenten brachten die gemiste kans een beetje terug door hun cultuur uit te dragen.  Zij zorgden in 1945 en 1946 tijdens samenkomsten in zaaltjes in de stad dat hun vereniging Caput Ovis de soos het Zwarte Schaep oprichtte om de democratie te verdelen en om de buitenwereld in verwarring te brengen.

Het bestuur heette natuurlijk de senaat en de leden waren amices en de voorzitter de preses. De ledenvergaderingen waren grote bijeenkomsten waar de ambtstekenen passend werden gewisseld tijdens een bestuursoverdracht.


1949
Na enkele jaren – ergens rond 1949 - kreeg Caput Ovis een eigen onderkomen in de kelderruimtes onder Teekengenootschap Pictura aan de Voorstraat 190-192.. De glorie tijd van de oude traditie brak aan. Netwerken deden de studenten ook: een reünie met oud-leden was een goed middel en tot in 1975 kwamen amices langs, die intussen hoogleraar waren geworden.


Het Caput Ovis-verblijf was in de jaren vijftig tevens onder Pictura de gezelligheidsruimte van de kunstenaars, waar ook Kees Buddingh’, Otto Dicke en Bouke Ylstra kwamen.  Als kunstenaars trouwden, werd in de Caput Ovis-ruimte ook een feest aangericht.  Een hoogtepunt voor de studenten was in 1958 het bezoek van net oud-premier Willem Drees aan Caput Ovis. Ook hij moest om even naar het studententoilet te kunnen gaan door het grondwater lopen, dat meestal op de vloer stond. Dat paste bij de eigen sfeer of ambiance, waar op een centrale plek een beeld van een schaap tot symbool van de club was uitgegroeid.


Het studentenleven was in die tijd zichtbaar in de stad want de senaat deed bijvoorbeeld aan speciale optochten mee, uiteraard in jacket een staande op open wagens. Zo was ook de HTS studentensoos zichtbaar.

In de jaren zestig van de vorige eeuw werd in de Caput Ovis-ruimte onder Pictura op de vrijdagavond of vrijdagnacht druk vergaderd om de club levensvatbaar te houden of met de tijd te laten meegaan. De senaat voelde zich soms, zo blijkt uit notulen van die tijd, de kinderjuffrouw van de studenten om alles in goede banen te leiden en dat moest radicaal worden gestopt.


Uiteindelijk mondde die tijd uit in 1968 in een revolutionaire daad: Vrouwelijke studenten mochten ook lid worden.  Dat was nodig ook om door te kunnen gaan. De teugels werden snel nog losser: de verkering van een student liet zich niet graag meer buitensluiten. De doelstelling van de studentensfeer bleef, maar kort daarna konden ook mensen lid worden, die geen student waren geweest. Ze werden dan wel voorgedragen door de amices om deelgenoot te kunnen zijn aan DSG Caput Ovis. Wie voor de eerste keer de gaskachel in de kelderruimte mocht passeren, moest zich wel realiseren ook persoonlijke geschiedenis te schrijven.


Het bleek tevens een kwestie van tijd te zijn dat het eerste vrouwelijk lid tot de senaat kon toetreden. Het voorzitterschap bleef echter al die tijd een mannenaangelegenheid, want meestal  voelden niet veel leden zich geroepen om die taak op zich te nemen. Als er voor die post meer namen waren, leidde dat altijd tot een democratisch hoogtepunt binnen de vereniging. Toch paste het ook in de traditie dat de oude senaat graag over het graf heen wilde regeren door een nieuwe senaat aan te wijzen, maar de leden-vergaderingen vol moties, amendementen en verklaringen bleven  een zeldzaam democratisch hoogtepunt.

 
In de jaren zeventig werd Caput Ovis steeds meer een (jongeren)sociëteit met een bijzonder verleden. Caput Ovis maakte een nieuwe groeitijd door. Tussen de andere binnenstadssozen als Bibelot, Yin en Caput Ovis ontstond steeds meer sociaal verkeer. De gemeentelijke Jeugdraad zorgde zelfs voor een erkenning door een jaarlijkse huisvestingssubsidie toe te kennen. Dat werd natuurlijk gevierd in Caput Ovis, want de traditie stond op de kaart. Het verenigingsblad heette KUL. Gerard Gast en Sybrand de Grauw legden er de basis in van de Dordtse taal, die later in ABC Dordt te boek werd gesteld. Ook de media ontdekten weer het bestaan van het genootschap dat onder de toegangstrap van Pictura op een geheime plek een eigen bel had.


Buddingh’
Dichter/schrijver Buddingh’ reageerde intussen zelfs op publicaties in het blad KUL voor de radio. Het schaakteam van Caput Ovis genoot in die tijd, met spelers zoals John van Gulik, Jisk Liemburg, Henk van Maaren, Gerard Bons en John Janssen ook lokale bekendheid. De leden waren betrokken bij de in 1978 opgerichte schaakclub Groothoofd, die in 2002 integreerde in schaakclub Dordrecht.

 

Staatssecretaris Wallis de Vries (VVD) kwam in 1981 zelfs op bezoek in Caput Ovis onder Pictura.  De liberaal beviel, met een pilsje in de hand, de studentensfeer wel. Uiteraard ging dit feit als een belangrijk werkbezoek de boeken in. Lezingen, films, discussie. Dat waren toen nog de elementen van de Caput Ovis programmering na elf uur. De gezelligheid tot ver in de kleine uurtjes. Mocht er in de nacht in de stad een grote brand zijn, dan waren de amices niet zelden toeschouwers om de leden een week later verslag te doen van hun expeditie, uiteraard namens het genootschap. Ook werden in de nacht zogenaamde werkbezoeken gebracht aan een bakkerij om het nieuwe brood te keuren. Met name Schaffels aan de Singel was gastvrij voor de studenten en zorgde voor weer wakkere geesten met zwarte koffie.


Schaken naast een kerstboom, die vanaf 1971 op gezag van de senaat moest blijven staan, was ook een vast beeld in de soos. Zo werden er wereldpartijen gespeeld.

De kunstenaars van boven kwamen ook weer vaker op bezoek, toen het bestuurlijk in Pictura beter liep. Ze zorgden voor een kunstzinnige inrichting: er kwam enige tijd zaagsel op de vloer te liggen. Het aantal echte Caput Ovis-huwelijken steeg ook, maar niet de levensvatbaarheid. De senaat deed nog een poging om de soos nieuw leven in te blazen, maar moest de tekenen van de tijd verstaan.


De ruimte voldeed intussen  niet meer aan de eisen van de tijd. De brandveiligheid werd ook een punt van zorg.  De kunstenaars parkeerden ook al in een deel van de ruimte hun fietsen. Er kwam een grootscheeps modernisering/renovatie plan voor van het Pictura-pand om het monument aan de Voorstraat 190-192 voor het nageslacht te bewaren en ook aan te passen aan de tijd. Ook het probleem van het telkens terugkerende grondwater – zo passend voor de Caput Ovis-sfeer - moest worden opgelost.


De ledenvergadering van Caput Ovis gaf in 1984 de preses van toen, Hans Berrevoets, toestemming om in de zomer de sleutel terug te geven aan Pictura. De vereniging verliet het kelderdeel en de echte soosperiode en sloot zo een bijzonder tijdperk af.


De inschrijving in het verenigingsregister van de Kamer van Koophandel bleef, want het genootschap van toen leefde voort als middel tot sociaal contact.


Rond 1993 stonden er nog twintig namen op de ledenlijst en werd besloten het belangrijkste deel van het archief over te dragen aan erfgoedcentrum DiEP.  De amices vonden dat Caput Ovis zeker een plek verdiende in het collectief geheugen van de stad, die zij toch maar een periode een beetje studentencultuur hadden meegegeven. Rond die tijd raakte Dordrecht ook al de HTS en de Hogere Landbouw school kwijt.

 

Voor de studenten bleven de onderlinge ontmoetingen avondjes uit, vooral bij de amices thuis. Fiscus/penningmeester ir. Jisk Liemburg, die als echte spoorstudent nog binnen was gekomen rond 1968/1969, mag nu dit jaar de laatste boeken gaan sluiten.

 

(Tekst Hans Berrevoets)



Beschrijving archief door DiEP Dordrecht:


536   Dordrechts studentengenootschap 'Caput ovis'

 

Datering:     1945 - 1993
Beschrijving: Dordrechts studentengenootschap 'Caput ovis'
Titel

inventaris:   Dordrechts studentengenootschap 'Caput ovis'
Omvang:       Eén meter Archiefstukken
Rubrieken:    •    14    Onderwijs, Wetenschap
              •    14.07 Studentenleven



Trefwoorden:    

•    Caput ovis
•    Studentengenootschappen
•    Studentenverenigingen
•    Voortgezet onderwijs
•    Vrijetijdsbesteding

 

 

 

 

www.tomsschaakboeken.nl