Recente aanwinsten 10

 

 

13.09.13 “Vabanque”, monumentale biografie van Dawid Janowsky

13.09.13 Twee giganten: Partij Lasker – Janowsky bij bespreking Vabanque

05.08.13 “Schach lebenslänglich” door Alexander Koblenz

16.02.13 “Het loopt ongenadiglijk mat” door H.J.G.M. Scholten

 

 

 

meer schaak- en ander nieuws op www.tomsschaakboeken.nl

 

 

Veel nieuwe titels verschenen

 

15.02.13

In 2012 en ook dit jaar zijn weer stapels schaakboeken verschenen. Het is voor de voor de verzamelaar ondoenlijk om die uitgaven bij te houden. Slechts een enkele keer veroorloofde ik me een nieuwe titel aan te schaffen.

 

Mooie en vooral interessante antiquarische of tweedehands-boeken zijn minder voorhanden. Slechts een enkele keer lukt het me om in die categorie iets behoorlijks tegen een betaalbaar bedrag te vinden. Boeken die de laatste 20 tot 30 jaar zijn uitgegeven worden tweedehands redelijk goedkoop aangeboden in specialistische winkels en op internet.

 

Ik bespreek hier niet de boeken die pas uitgegeven zijn en die in de vakpers genoeg aan bod zijn geweest, b.v. Move First, Think Later van Willy Hendriks. Buitengewoon interessant! En wil je er optimaal gebruik van maken moet je echt aan de studie!

 

In de groep aangeschafte tweedehandsboeken noem ik o.a. The Chess Player’s Chronicle. Het betreft een herdruk van Volume III van de jaargang 1843, dat is nu maar liefst 170 jaar geleden. Edited by H. Staunton. Voor schatgravers.

Het is een echt schaaktijdschrift, waar geen andere onderwerpen zijn bijgesleept om het blad verkoopbaar te maken. Dat is een praktijk die genoemd wordt door. H.J.G.M. Scholten in zijn studie “Het loopt ongenadiglijk mat”, die hieronder als eerste zal worden behandeld. Het heeft daar betrekking op de 19de eeuwse Nederlandse periodieken op het gebied van schaken.

 

 

Passend in de verzameling zijn de toernooiboeken van Hamburg 1885 en Frankfurt am Main 1887 (Olms herdruk in één band). Wie de “300 Schachpartien” van Tarrasch heeft bestudeerd heeft alle Tarrasch-partijen uit deze toernooien al eens onder ogen gehad.

 

My best games of Chess” van Tartakower, het gedegen “Young Marshall” en niet te vergeten de nieuwe “Chess Explorations” uit 1996 van Edward Winter, zijn juwelen van boeken. Dat is alleen maar smullen.

 

Maar laten we het verder niet hebben over de aanwinsten die niet besproken worden.

 

Nu eerst een kadertje met de drie titels die in deze afleveringen in de schijnwerper staan.

 

 

1.   Het loopt ongenadiglijk mat” door H.J.G.M. Scholten

 

Een zeer grondige studie naar het Schaakleven in Nederland in de negentiende eeuw. De sociaal-culturele achtergrond van het ontstaan van schaak-verenigingen.

 

2.   Schach lebenslänglich    Erinnerungen eines Erfolgtrainers

 

Door Alexander Koblenz

De ondertitel is duidelijk, herinneringen, geen biografie, geen verantwoording. Nee, een heerlijk leesboek van een verteller pur sang.

 

3.  Vabanque    Dawid Janowsky (1868-1927)

Door Daniel Ackermann

Een bijna 700 pagina’s tellende biografie en partijverzameling. Een prachtige uitgave, uitstekend gedocumenteerd.

 

1.   “Het loopt ongenadiglijk mat”

 

  

 

Links de papieren omslag, rechts het boek.

 

15.02.13

Het boek van Scholten heeft als ondertitel “Het schaakleven in Nederland in de negentiende eeuw.” De sociaal-culturele achtergrond van het ontstaan van schaakverenigingen. Ook dit is een studieboek voor de geïnteresseerde lezer.

 

Geen kost om even door te nemen. De neiging is je te beperken tot hier en daar iets op te pikken over het schaakleven in b.v. Amsterdam of een bepaalde vereniging. Het boek is in 1999 door de schrijver zelf als dissertatie uitgegeven. Destijds is het boek met lof gerecenseerd.

 

De schaakvereniging Dordrecht viert in 2013 haar 125-jarig jubileum, reden om eens te kijken wat er over de Dordtse vereniging is geschreven. Dat wordt een teleurstelling.

In het 635 bladzijden tellende werk kunnen we dankzij een voortreffelijke index zien dat ca. 1860-1870 wordt vermeld dat “In Dordrecht ... vijf jaar eerder een schaakgenootschap opgericht werd, dat weldra 30 leden telde, maar reeds niet meer bestaat.”

Verder wordt een massakamp gememoreerd gespeeld op 23 juni 1895 tussen de Dordrechtse Schaakclub en het Rotterdamsch Schaak-genootschap, uitslag 3 – 9.

 

In een voetnoot staat:

“Over de Dordrechtse Schaakclub uit 1888 heb ik geen informatie over haar bestaan in de twintigste eeuw.”

Jammer want De Schaakclub Dordrecht gaat prat op zijn 19de eeuwse oorsprong, en wel uit 1888.

 

De schrijver is overigens niet allen streng voor Dordrecht maar sluit ook andere gerenommeerde clubs met een “ver” verleden uit van hun ontstaan in 19de eeuw.

Scholten verantwoordt zijn werkwijze door de opsomming van de gehanteerde criteria en voegt daar aan toe “al kan ik voor de gebeurtenissen uit de twintigste eeuw geen volledigheid claimen omdat die periode buiten mijn onderzoeksterrein viel.”

 

“Het loopt ongenadiglijk mat” is een geweldig boek, een zeer grondige studie en een rijke bron van gegevens over het schaakleven in Nederland in de 19de eeuw.

 

“Het loopt ongenadiglijk mat”

Dr. H.G.J.M. Scholten

Bilthoven 1999

 

 

2.   Schach lebenslänglich

    Erinnerungen eines Erfolgtrainers

 

04.08.13

Alexander Koblenz, wie was dat?

In brede schaakkringen is deze inwoner van Letland bekend geworden als trainer van Tal.

Zijn schaakloopbaan begon al in de jaren ’30.  Als journalist was hij bij de tweekamp om het wereldkampioenschap van Euwe met Aljechin en later deed hij mee in een reservegroep van Hastings. Hij speelde ook in het toernooi in Kemeri 1939 en, door de inlijving van Letland, in 1945 aan het 14de Kampioenschap van de USSR.

 

 

Vier van zijn boeken staan bij mij in de kast. Want schrijven kon hij! Als journalist maar ook als trainer.

 

In Schach eines Erfolgtrainers heeft hij zijn ervaringen en herinneringen opgeschreven.

Hij vertelt bv. dat hij op 3 oktober 1935 in Amsterdam aankwam, de dag dat de eerste partij Aljechin-Euwe zou plaatsvinden. Hij zag langs de grachten weinig auto’s maar des temeer fietsen. Voor het Carltonhotel, waar hij als verslaggever moest zijn, “zag ik tot mijn verbijstering een woud van fietsen in de rekken staan, zonder enig toezicht!”

Hij vertelt ook bijzonder onderhoudend over het chique hotel in Hastings (1939?) voor de westelijke toppers en de schamele huisvesting voor de Oost-Europeanen. Maar omdat het bij de Oost-Europeanen veel gezelliger was kwamen ook de “chique” deelnemers ’s-avonds naar hun onderkomen.

 

Talloze verhalen en anekdotes maken dit boek heel lezenswaardig.

Natuurlijk bespreekt hij, met (schaak)voorbeelden, zijn samenwerking met Tal, ook tijdens de tweekampen met Botwinnik.

 

Als u de kans krijgt dit boek te lezen, beslist doen!!

 

Schach lebenslänglich,

Erinnerungen eines Erfolgtrainers

Alexander Koblenz

Walter de Gruyter Berlin New York 1987

 

Alexander Koblenz 1916 – 1997

 

 

 

3.   Vabanque

Dawid Janowsky (1868-1927)

 

19.08.13

Een geweldig schaker. Een lastig mens. Van 1894 tot 1914 behoorde hij tot de wereldtop. Een fanatiek speler met slechts één uitslag voor ogen: winst! Had hij verloren, dan lag dat steevast aan een of andere omstandigheid buiten hem en moest er eigenlijk direct een revanche op volgen.

 

Er was in 1987 al een uitgebreide en fraaie biografie in het Russisch over hem verschenen. Voronkow en Plisetsky hebben veel van zijn partijen behandeld en in de biografie opgenomen.

 

In 2005 is dan Vabanque uitgegeven, een pil van een boek – 712 bladzijden – in het Duits. Daniel Ackermann heeft naast heel veel andere bronnen ook gebruik gemaakt van de genoemde Russische uitgave.

Het is een juweel van een boek, helder weergegeven, goed leesbaar.

 

Na de inleiding volgt het boek in chronologische volgorde de schaakverrichtingen van Janowsky. Niet minder dan 334 besproken partijen zijn opgenomen. Alles is er in te vinden. Niet alleen de kale cijfers van zijn toernooien en matches maar ook veel over zijn geldschieters (“Leo Nardus”), zijn verdiensten, zijn goklust, enz. enz.

 

Een topprestatie leverde Janowsky met zijn fraaie 3de plaats in het dubbelrondige Kaiser-Jubiläums-Turnier in Wenen 1898. Maar hij bereikte veel meer ereplaatsen: Eerste in Monte Carlo 1901 en Hannover 1902, en tweede plaatsen (o.a. in Cambridge Springs gedeeld met Lasker, na Marshall). In Barmen 1905 deelde hij de eerste plaats met Maroczy.

Hij verloor met ruime cijfers van Lasker in matches om de wereldtitel.

Deze matches, de totstandkoming, de geldigheid en het verloop komen in het boek ruim aan de orde.

 

Voor wie ook maar een beetje belangstelling heeft voor de geschiedenis van het schaken, geeft dit boek een schitterende beschrijving van een rijke periode in het schaken.

 

Deze bespreking zou niet volledig zijn zonder een van zijn partijen te geven.

Mijn keus valt op de tweede partij van een korte match met Lasker uit 1909. De match eindigde in 2-2. De gegeven partij is misschien niet helemaal kenmerkend voor Janowsky die het in het algemeen niet van het eindspel moest hebben. Met een paard op d4 beheerst zwart het bord in het eindspel.

 

Een beroemde stelling

 

Uit het grote toernooi in Neurenberg in 1896. Janowsky werd daar 5de na Lasker, Maroczy, Pillsbury en Tarrasch, maar voor o.a. Steinitz, Schlechter Tschigorin, Blackburne enz. In de 9de ronde speelde hij een leuk miniatuur tegen Schallopp.

 

Dawid Janowsky- Emil Schallopp D21

Neurenberg, 1896

1.d4 d5 2.c4 dxc4 3.Pf3 c5 4.e3 cxd4 5.exd4 Lg4 6.Lxc4 e6 7.Da4+ Pc6 8.Pe5 Dxd4 9.Pxc6 De4+ 10.Le3 bxc6 11.Pc3 Dxg2

Zie diagram

 

 

12.Ld5!! exd5 13.Dxc6+ Kd8 14.Dxa8+ Kd7 15.Db7+ Ke6 16.Dc6+ Ld6 17.Lf4

1-0

 

 

Zwaardere kost maar zeer de moeite waard is de partij

Emanuel Lasker – Dawid Janowsky,

waarin Janowski na heftige strijd en een heel interessant en mooi eindspel van Lasker wint.

14 en 15 mei 1909 in Surennes/Parijs.

 

 

 

www.tomsschaakboeken.nl