|
Alexander Aljechin (31.10.1892 – 24.03.1946)
Het is wat vreemd om met Aljechin
te beginnen. Zijn rol in de oorlog is op z’n minst
dubieus. Deelnemen aan toernooien of het spelen van matches in door
Duitsland bezette of geannexeerde gebieden was een meer voorkomend
verschijnsel. Euwe, Keres en Stoltz hebben dat ook gedaan.
Er zijn al heel wat pennen in beweging gekomen om
commentaar te leveren op de antisemitische artikelen die in de oorlogstijd
door Aljechin zijn of zouden zijn geschreven. Ook
zijn eigen verweer is bekend.
In het allereerste nummer van het Tijdschrift in Oktober 1945 wordt gewag gemaakt de bezwarende
artikelen. Enkele reacties daarop o.a. van Dr. M. Euwe, die met Aljechin de laatste WK tweekamp voor de oorlog speelde,
zijn in het decembernummer van 1945 opgenomen.
Hier zullen we er niet verder op ingaan, er is
voldoende materiaal beschikbaar, bv. in “Max Euwe, biografie van een
wereldkampioen”, hoofdstuk X. Oorlogsjaren, blz. 346 e.v.
Aljechin overleed in Portugal in 1946 en is
in 1956 op Montparnasse in Parijs herbegraven.
The Oxford Companian to Chess van Hooper & Whyld,
1987, vermeldt: “He had written of Morphy ‘the man who born too soon’ and of Pillsbury
‘the man who born too late’, Alekhine died at the
right time”, nl. in het besef dat
hij het tegen de jongere generatie zou moeten afleggen. De dag voor zijn sterven ontving
hij van de Britse Schaakbond een telegram waarin een match met hem om de
wereldtitel tegen Botwinnik werd bevestigd.
o-o-o-o-o-o-o
Movsas Feigin (28.02.1908 – 11.08.1950)
Movsas Feigin,
een Lets schaakspeler.
In 1939 is hij opgenomen in het Letse team voor de
Olympiade in Buenos Aires. Sport en politiek hebben alles met elkaar te
maken.
1 september 1939 is een cruciale datum:
-
Duitsland
rukt Polen binnen, het begin van de Tweede Wereld-oorlog.
- In Buenos Aires begint de Schaakolympiade met
deelname van o.a. Duitsland, Polen en Tsjechië. Ook voor de schaakwereld
zijn de gebeurtenissen in Europa een drama.
Na afloop zijn veel deelnemers weer naar huis gegaan.
Maar er is ook een heel contingent in Zuid Amerika gebleven. De bekendste
is de Pool Najdorf die met o.a. de
Oostenrijkse/Duitser Eliskases, de voor Palestina
spelende Czerniak, en Feigin
het “zekere” boven het onzekere kozen. Feigin en
andere Joodse schakers hadden in Europa niets meer te verwachten.
Feigin is in 1950 in Buenos Aires overleden.
Van de Nederlandse delegatie is de jonge
schaker De Ronde achtergebleven.
Tim Krabbé heeft op zijn site Tim
Krabbé’s Chess Curiosities een boeiend artikel
over hem staan, onder de titel:
De Ronde – NN A Dutch immortal unearthed
o-o-o-o-o-o-o
Salo Flohr (21.11.1908
– 18.07.1983)
Geboren in een Joodse familie in een deel van
Oostenrijk/Hongarije dat nu tot de Oekraïne behoort, werden
Salo en zijn broer al jong wees, in WOI after his parents were killed in a massacre (Wikipedia). Flohr vluchtte
naar Tsjecho-Slowakije en vestigde al snel naam als uitstekend
schaakspeler.
In 1938 werd zijn nieuwe land bezet door de Duitsers
en Flohr bleef als vluchteling voorlopig in
Nederland. Later ging hij naar Zweden en met de hulp van Botwinnik kon hij
naar de Sovjet Unie uitwijken. Waren zijn resultaten gedurende het laatste
jaar (AVRO 1938) matig, in 1939 won hij weer: Kemeri
1939 en Moskou-Leningrad 1939.
In Kemeri 1937 deelde hij
overigens de eerste plaats.
Hij speelde veel in Nederland. Direct na de oorlog was
hij er weer bij in Groningen 1946 en in 1969 speelde hij nog met Euwe, Opocenski en Hans Müller in een Réti-herdenkingstoernooi
in Bladel. Zijn drie partijen daar werden –
uiteraard – remise.
Verschillende schaaksites besteden aandacht aan Salo Flohr:
Bouwmeester op de site van schaakclub Utrecht en op Chessville is een portret over hem te lezen:
http://www.chessville.com
o-o-o-o-o-o-o
Fricis Apsenieks (07.04.1894 – 25.04.1941)
Van de Let Fricis Apsenieks heb ik geen of weinig gegevens. De
overlijdensdatum op zich geeft geen inzicht in de doodsoorzaak. Een
Russische correspondent meldt me dat het heel goed tbc geweest kan zijn.
Operatie Barbarossa begon eerst op 22 juni 1941.
In het toernooiboek van de Stockholm Olympiade,
eveneens 1937, staat een briljante overwinning van hem op de Amerikaan Rueben Fine.
Na de inlijving van zijn land door de Sovjet Unie
neemt hij in 1941 met succes deel aan de het Letse SSR
kampioenschap in Riga en behaalt in een veld van maar liefst achttien
deelnemers de tweede plaats achter Koblentz. Petrov wordt hier gedeeld 3/4.
In het amateur-WK in Parijs,
1924, wint Apsenieks een leuke partij van Euwe.
Intussen
is zeer recent een boek over hem verschenen, naar ik vermoed in het Lets. (Volgens het persbericht over dit boek
zoals te lezen op de site van Van Stockum, is tbc inderdaad de doodsoorzaak geweest)
o-o-o-o-o-o-o
Endré (Andreas) Steiner (27.06.1901 –
29.12.1944)
De vermetele noemt Tartakower
hem in zijn kleine boekje Neue Schachsterne der führenden
Meister II. Teil uit 1935, en schrijft o.a. . für diesen Fanatiker des verwickelten Schachs gilt der
Spruch “Ein Opfer kommt selten allein”, wie dies ja auch aus der nachliegenden Glanzpartie hervorgehen möge.
(Volgt
de partij tegen Tartakower zelf uit het Budapester toernooi van 1929.)
Endré stamt uit
een rijke schaakfamilie. Zijn vader schaakte en zijn broer was de sterke en
bekendere Lajos Steiner
die zich nog in maart 1939 in Australië vestigde. In ons land is de
Amerikaan Herman Steiner nog het meest bekend.
Hij deed immers mee in het formidabele toernooi in Groningen 1946. Ook was
hij een geweldige propagandist van het schaken aan de Westkust. Hij is een
neef van beide broers.
Endré, over wie
wij het hier hebben, behaalde in Kemeri een
voortreffelijk resultaat door als 6de
te eindigen, vóór o.a. Tartakower, Fine, Stahlberg en Mikenas. Hij was
daarmee the best of the rest na Flohr, Petrof, Reshevsky, Aljechin en Keres.
Het
is wrang te lezen dat hij en zijn broer voor Hongarije deelnamen aan de
onofficiële olympiade in München van 1936,
georganiseerd door de Grootduitsche Schaakbond.
Zijn
overlijdensdatum doet het ergste vermoeden en volgens Wikipedia
zijn Endré - en zijn vader - inderdaad in een concentratie-kamp omgekomen.
Ook
de Steiners waren van
Joodse afkomst…
o-o-o-o-o-o-o
Savielly Tartakower (Rostov a.d. Don 22.02.1887 – Parijs
04.02.1956)
Door
de Olympiade was Tartakower in 1939 in
Argentinië. Hij bleef daar enige tijd maar keerde in 1940, vlak voor de
ineenstorting in Frankrijk, waar hij zich in 1924 had gevestigd, terug. Als
Lt Cartier diende hij
in het leger van De Gaulle.
Hij
had de Poolse nationaliteit maar ging na WOII
niet meer naar Polen. Hij werd Fransman en overleed in 1956 in Parijs.
Hij
was een voortreffelijker schaker, die aan talloze toernooien heeft meegedaan,
een onuitputtelijk schaakschrijver, en Jood.
Maar
hij is de dood ontsprongen en in 1946 was hij deelnemer in Groningen.
Op
internet is nog veel over hem te vinden, o.a. een artikel – Een steen voor Tartakower
- van Hans Ree op de site van de NRC.
Hij
was befaamd om zijn citaten, bv.
“Tactiek
is weten wat er op enig moment gedaan moet worden, strategie is weten wat
er gedaan moet worden wanneer er niets te doen is.”
Bekende titels van zijn hand
zijn o.a.
* Die hypermoderne Schachpartie
* Tartacover
vous parle (kostelijke teksten bij analyses van eigen
partijen)
* 500 Master Games of Chess (samen met J. du Mont)
Leuk
is ook Zoals ik het zag, Tartakowers verzamelde verslagen van de WK match Euwe-Aljechin in 1935, zoals die destijds in de
Telegraaf zijn verschenen.
Zijn meeslepende schrijfstijl en
enthousiaste bespreking in “het Schaakspel” van bv. zijn partij met zwart
tegen Forgacz uit het grote toernooi in Sint
Petersburg 1909, die door wit met een reeks fraaie pionoffers werd
gewonnen, heeft beslist bijgedragen aan mijn liefde voor ons schaakspel.
o-o-o-o-o-o-o
Karlis Ozols (1912-1988)
War Crimes. Waar
andere deelnemers de oorlog niet overleefd hebben of op een andere manier
de oorlogstijd hebben ondergaan, is Karlis Ozols
naar bekend is geworden een actieve Nazi geweest. De ongelooflijke feiten
die over hem bekend zijn geworden, zijn – uiteraard – door Edward Winter,
verzameld en gepubliceerd op diens onovertroffen website www.chesshistory.com.
De kwaliteit van zijn onderzoekingen is ongeëvenaard. De bijzonderheden
m.b.t. Ozols zijn te lezen op:
http://www.chesshistory.com/winter/extra/ozols.html
Hij is uitgeweken naar Australië en heeft daar met
succes deel-genomen aan het schaakleven.
Voor wie het weten wil: Ozols
eindigde in het toernooi als laatste, samen met Dr. Hasenfuss.
o-o-o-o-o-o-o
Vladimir Petrovs (27 sept.
1907 – 1943)
Petrovs won het toernooi in Kemeri 1937 samen met Flohr
en Reshevsky. Een geweldig succes. Zijn beste
prestatie ooit was zijn score aan het eerste bord van Letland op de
Olympiade in Buenos Aires. Ach, was hij daar ook maar gebleven.
Teruggekeerd in Letland werd zijn land in 1940 door de
Sovjet Unie geannexeerd. Aanvankelijk leek het nog wel te gaan. Hij deed
mee met het Kampioenschap van de USSR in het najaar van 1940 en eindigde
als 10de nog net in bovenste helft. Op
internet lezen we:
”… werd hij wegens zijn talenkennis medewerker van TASS, het
Sovjet persbureau. Na het kampioenschap van Moskou in 1942 verdween hij
spoorloos.” *)
Na de oorlog wordt bekend
dat hij in een van de vele straf/ werkkampen is omgekomen. Een bron spreekt
van 1945, een recentere van 1943.
In het interessante Strategen im
Hinterland – Das UdSSR-Schach 1941-1945 van Rolf Voland (uitg. 1998) staan enkele gegevens over Petrovs, o.a.:
“ …..
Teilnehmer an der UdSSR-Meisterschaft 1940 und an der Moskauer Stadtmeisterschaft 1941/42. Erfolgreicher
Teilnehmer an den ersten Kriegs-turnieren der UsSSR bis 1942. Kam im Gulag Workuta um.”
Over hem is onlangs een
biografie verschenen, die ik overigens nog niet heb kunnen raadplegen:
Vladimirs Petrovs
door A. Fride
A Chessplayer’s
story from greatness to the gulags.
o-o-o-o-o-o-o
Dr. Wolfgang. R. Hasenfuss ? - ?
Won in Folkestone 1933 voor
Letland in 4 zetten van Combe. Maar
met welke zetten? Discussie
bij Edward Winter.**)
Geen persoonlijke gegevens.
o-o-o-o-o-o-o
Vladas
Ionowitsj Mikenas (1910 – 1992)
Geboren in Letland, vestigde zich in 1931 in Litouwen.
Enkele keren landskampioen, later deelnemer aan negen Kampioenschappen van
de USSR. Geen persoonlijke gegevens.
o-o-o-o-o-o-o
Theodor Berg (Riga, 1902 - 1966)
Lets
schaakmeester. Geen persoonlijke gegevens gevonden.
o-o-o-o-o-o-o
Ludwig Rellstab (Berlijn,
23.11.1904 – Wedel, 14.02.1983)
Rellstab was een succesvolle schaker in het
vooroorlogse Duitsland en won diverse toernooien. Van april 1943 tot
september 1944 was hij hoofdredacteur van de Deutsche Schachzeitung.
Hij werd opgeroepen voor het leger en werd tot het einde van WOII in Oostenrijk en Hongarije als soldaat ingezet. (Wikipedia)
Rellstab was
in het Kemeri toernooi niet op dreef, schrijft het toernooiboek. Maar zijn
overwinning op Reshevsky was voortreffelijk.
o-o-o-o-o-o-o
Eero Einar Böök (09.02.1910 – 07.01.1990)
In 1947 Noords kampioen samen met Stoltz.
De Fin was deelnemer aan het Interzonale toernooi in Stockholm 1948 met een
score van 50%.
In mijn bibliotheek staat een boekje van hem: Shakki Strategiaa ja taktiikkaa
uit 1945.
Over zijn leven
in oorlogstijd is mij niets bekend.
o-o-o-o-o-o-o
Paul Keres (Narva, 07.01.1916 – Helsinki,
05.06.1975)
Keres, die aan alle kandidatentoernooien
deelnam, ook aan het AVRO toernooi, is zo bekend dat er op deze plaats geen
noodzaak is om hem uitvoerig te bespreken. Gemakkelijk heeft hij het in de
oorlog niet gehad; zijn land was al in 1940 door de Sovjets ingelijfd. In
die periode werd hij nog vierde in het Absolute Schaakkampioenschap van de
USSR in 1941. Dat zelfde jaar bezetten de Duitsers Estland. Zijn deelname
aan toernooien in Groot-Duitsland, bv. in
Salzburg, zijn hem later, toen Estland weer onder Sovjet bewind kwam, niet
in dank afgenomen. Hij werd bv. niet afgevaardigd naar Groningen 1946. Toch
werd hij vrij snel in genade aangenomen en hij won in 1947 alweer
belangrijke prijzen en was in 1948 deelnemer aan het WK. Onduidelijk is of
hij hiervoor een prijs heeft moeten betalen, bv. in de vorm van
bevoordeling van Botwinnik.
o-o-o-o-o-o-o
Salo Landau (Bochnia 01.04.1903- Polen
1943)
Het Gedenkboek Partij
verloren … van Eggink en Schelfhout, 1947,
verhaalt van het verschrikkelijke lot van Landau,
zijn nog jonge vrouw en dochtertje, een Joods gezin.
Salo Landau
foto Partij
Verloren ….
Zijn vader vluchtte met zijn gezin in het begin van de
Eerste Wereldoorlog uit Polen naar Wenen. Daarvandaan werd Salo wegens voedselgebrek naar vrienden in Rotterdam
gestuurd. Begin jaren twintig werd hij lid van de NRSV
in Rotterdam. Zijn ontwikkeling zette door en in de jaren dertig was hij
wel de tweede man na Euwe. Toen Euwe in 1936 niet aan het NK deelnam, werd Landau zijn
opvolger als Nederlands Kampioen. Tot in 1941 nam hij – met succes – deel
aan allerlei schaakwedstrijden. In 1942, lezen we in het gedenkboek,
publiceerde hij nog in het Tijdschrift, zij het onder de naam van K. J. Nieukerke. Na lange voorbereiding ondernam hij met zijn
vrouw een vluchtpoging naar Zwitserland. Zijn dochtertje was ondergedoken.
Bij het station van Breda werd hij met zijn vrouw opgepakt. Via Amersfoort
kwam hij in Polen terecht, waar hij is 1943 overleden. Zijn vrouw, die
rechtsreeks naar Wersterbork is afgevoerd, en
dochtertje, na verraad ook in Westerbork terechtgekomen, werden 12 oktober
1944 in Auschwitz omgebracht.
*) http://people.zeelandnet.nl/corjansen/Pages/SovjetChess.htm
Zeer interessant stuk over het
schaken onder de Sovjets.
**) http://www.chessbase.com/newsprint.asp?newsid=4137
|