|
De
schaakwereld volgens Sliedrecht verdient veel boekenkasten
|
|
17.11.10 |
|
Door Hans Berrevoets SLIEDRECHT
– Sliedrecht schrijft nu al echt
geschiedenis! Meestal schrijven schaakclubs van naam een jubileumboek bij het
honderd jarig bestaan. In de Drechtstreek wordt de
geschiedenis eerder te boek gesteld. Papendrecht legde in 2009 al vijftig
jaar geschiedenis vast. Schaakclub Sliedrecht komt, dankzij vooral
Jerry van Rekom, met een boek over 75 jaar. Het telt bijna vierhonderd
pagina’s en is net als de uitgaven rond de opening de Leeuw via elke
boekhandel te bestellen. Zo doet je dat dus …..
Deze keuze maakt het
boek heel hanteerbaar als naslagwerk, als leesboek en
soms komt het ook in de buurt van doorleefde geschiedschrijving.
Uiteraard zijn de schrijvers geen historici op afstand, maar ook van de
gebeurtenis soms onderwerp, meewerkend voorwerp of lijdend voorwerp. Soms
proef je de persoonlijke betrokkenheid tussen de regels door… Er heeft,
zoals dat heet, enige verdieping plaatst gevonden. Zo’n boek als er nu ligt, vergt al zoveel tijd en energie,
dat het haast onmogelijk is om er een standaard historisch werk van te maken. Het eerste onderzoek
is voor enige duiding gedaan, maar Kronieken blijven Kronieken. Schrijver
Jerry heeft ervoor gekozen om het niet als een feitenrelaas te presenteren. Het leest ook wel als een roman en vaak met het gevoel:
wat hebben die jongens van Sliedrecht nu weer beleefd. Sliedrecht staat
immers voor een schaakclub, maar is meer dan dat geworden … Het is daarmee niet DE
geschiedenis van schaakclub Sliedrecht geworden, waarbij de club wordt
geplaatst in de tijd en waarbij ook de relatie met andere schaakvormen wordt
beoordeeld. Soms houdt de informatie ook op, als je graag meer wilt weten of
het geheel tegen een bepaald decor wilt plaatsen. Dat uitgebreidere boek zal
Jerry van Rekom zeker wel voor 2035 willen gaan schrijven om het honderd
jarig bestaan luister bij te zetten! Ik reken op hem, want eerder bracht
hij over de belevenissen bij het maken van de openingsboeken de Leeuw ook al
iets uit onder de titel: Levenslang. Overigens: De
Kronieken van nu mag je ook allereerst als een
geslaagde vorm van monnikenwerk beschouwen. Terecht dat voorzitter Wout Boer
schrijft over een pronkstuk dat in boekenkasten thuis hoort. Hij roemt
daarvoor in het bijzonder Jerry van Rekom die ook nu zijn talenten in dienst
van de club heeft gesteld. Schaakwereld Het Kroniekenboek is
in de kern ook het beste te typeren als: de schaakwereld volgens Sliedrecht!
Dat geeft gelijk het perspectief aan. Andere clubs noemden vroeger
speels het altijd superdikke clubblad van de vereniging Sliedrecht de Pravda (waarheid) van Sliedrecht. De eigen, unieke wereld
met hoogte en dieptepunten is zeker niet kritiekloos weergegeven. Het is een
aparte schaakwereld, waar intussen wel ruim
negentig mensen bij zijn aangesloten. Dat in een plaats met circa 24.000
inwoners. Als je deze verhouding
naar de stad Dordrecht vertelt, dan zouden er meer dan vierhonderd
geregistreerde schakers moeten zijn. Dordrecht en de Willige Dame komen samen
net boven de honderd uit. Sliedrecht mag dus
genieten van het succes. Daarom noemde tijdens het jubileumweekeinde
voorzitter Wout Boer ook even de plaats Sliedrecht de schaakhoofdstad van
Nederland. Dat zelfbewuste past het Sliedrechtse schaak ook wel. Een rode lijn in het
boek is dat er in 75 jaar om de vijf jaar een echt feest is, waarvoor
intussen het grootste zalencentrum (De Lockhorst)
in Sliedrecht nodig is. Die feesten zijn kunstmest voor het onderlinge
contact en daarover is in de loop van de tijd op allerlei ledenvergaderingen
goed gesproken. Tussendoor besteden de
Sliedrecht schakers altijd veel persoonlijke aandacht aan lief en leed. In
het geschiedenisboek komt de eerste grote ramp al in 1936 voor, wanneer twee
leden bij zo ongeveer de eerste uitwedstrijd al verdrinken in een haven
van Gorkum. Het was een noodlottig ongeval. In Sliedrecht trok de
begrafenis 1500 mensen, dus daarmee was het een nationale gebeurtenis in het baggerdorp van toen. Ook de oorlog passeert niet alleen
in uitslagen, maar krijgt ook kleur door een verhaal rond kamp Amersfoort. Twee
leden (Bas van der Starre en Piet Parel) werden er familie door. De laatste emotionele slag
voor de club was enkele jaren geleden het overlijden van eerste teamspeler
Rob Klop, die in het clubblad ook bekend stond als prof. Klop. Rob wordt nog
steeds gemist en dat persoonlijke is voelbaar in het boek. Wie denkt dat schakers
altijd vriendelijk en hanteerbaar zijn, zou het begin aandachtig moeten
lezen. Het vandalisme van toen onder schakers blijkbaar! Een zaaleigenaar wil
de schade aan meubilair op voorhand op de vereniging verhalen, want de jeugd
weet stevig uit te pakken. Uiteindelijk vertrekken
de schakers, maar bleef er even van een jeugdafdeling weinig over. Wat dat
betreft lijken de talenten uit de Sliedrechtse schaakschool van nu heel
handzaam te zijn. Zij kregen ook allemaal een gezicht in een videofilm waarin
75 jaar in vogelvlucht werd samengevat. Ook dat is typisch Sliedrecht. Persoonlijke De aandacht voor
persoonlijke gebeurtenissen laat zien, dat schaken voor de club meer is dan
handig houtjes op de 64 velden verschuiven. De doelstelling is zeker niet
alleen achter het bord zitten. Toen grootmeester Donner in zijn laatste
levensfase in een verpleeghuis werd opgenomen, schreef hij in het blad
Schaaknieuws dat zijn wereld klein was geworden. Een schaker was dat volgens
hem (64 velden) gewend. Deze houding spoort
niet met de gemiddelde schaker in Sliedrechtse dienst. Toch ontkomt het boek
niet aan de beschrijving van heel bijzondere schakers, die in het collectief geheugen een blijvende plek verdienen.
Bijzonder leesstof kan je rustig zeggen ook voor mensen die de regels niet
kennen. Schaken en bier worden
ook makkelijk in één adem genoemd. In het boek is de
vaste barvrouw (Anita) een beroemdheid die mee de club draagt. Ze verkocht op het
jubileumweekeinde ook met enthousiasme het boek waar zij in stond met de
vrouw van de voorzitster van Zwijndrecht (Annelies Stoute). Ook dat is
typisch Sliedrecht, want ook vanuit De Willige Dame uit Dordrecht komen
mensen mee doen aan het Sliedrechtse gevoel. De vereniging komt uit
voor de eigen ambities en heeft in derde klasse KNSB en promotieklasse RSB een team spelen, maar kan het ook goed vinden met
clubs in de regio. In het
geschiedenisboek staat daarover ook geen onvertogen woord, alhoewel
het clubblad in de loop van de tijd soms andere kost bod. Het boek is dan ook
serieuzer van toon. Sliedrecht vermeldt vanzelf wel gedenkwaardige
eigen overwinningen. Zo werd in 1982 de promotie naar de promotieklasse voor
de eerste keer bereikt door schaakclub Groothoofd, de nieuwe
hemelbestormer uit Dordrecht, de eerste
nederlaag toe te brengen. Geheim Het geheim van het
succes van Sliedrecht is ook te proeven in het boek, maar wordt niet compleet
onthuld! Het schaaksucces als
vereniging - door het boek te lezen en te bestuderen - namaken, zal niet makkelijk lukken. De vereniging
Sliedrecht staat voor zo’n eigen cultuur. Het (na)lezen
van de kronieken over 75 jaar kan het beste worden gebruikt als een
inspiratiebron, maar namaak is wel verboden, toch? Waar vindt je immers
een vereniging, die het lukt om over elk jaar 75 jaar lang iets te schrijven?
Bij welke vereniging komen in 75 jaar maar zes voorzitters langs? Hoe eervol
blijft het als je een keer kampioen van Sliedrecht mag worden, waardoor je
ook in een eregalerij wordt opgenomen. In de Hal of Fame staat onmiskenbaar
P.C. Parel, die heel soms ook Piet wordt genoemd, op grote hoogte! Hij
was de diplomaat van de club, de grootste kampioen (22 titels) en was bij
leven al legendarisch. Als er tijden waren met oppositie binnen de club, dan
hield Parel de vereniging bij elkaar. Intussen staat Wim Hokken als
Leeuw van Sliedrecht op 19 titels en houdt de vereniging ervan hem te vragen,
wanneer hij P.C. Parel passeert. Wim heeft intussen na de bekende Sliedrechtse
humor een antwoord klaar: ,,De familie Hokken heeft
23 titels.” Zijn vader Bas wordt zo dus ook niet vergeten. Het boek geeft ook
heel persoonlijke voorbeelden van de eigen cultuur met naam en toenaam. Zo is
Sliedrecht ook weer. In de stijl van het clubblad, kan een ieder op de hak
worden genomen in de rubriek SCHAAK SMAKELIJK. In die rubriek kan
iedereen weer even met twee benen op de grond worden gezet. Als je die
belevenissen volgt, dan is het goed niet te vergeten dat Sliedrecht ook een
schaakclub is! Elke donderdagavond wordt gespeeld
in de Huifkar in hartje Sliedrecht. Schakers hebben
vaak een bepaald imago. Dat is door het verschijnen van het jubileumboek niet
versterkt. Integendeel! De schaakwereld
volgens Sliedrecht verdient dan ook veel boekenkasten en veel gezellige
leesuren.. Voorzitter Wout Boer
schrijft dan ook terecht dat schaakclub Sliedrecht zich via het boek op een
unieke manier aan de lezer kan presenteren. De Kronieken van
schaakvereniging Sliedrecht 1935-2010, Jerry van Rekom ISBN 978-90-81
5904-1-9 |
|
|