KANDIDATENTOERNOOI:

Leeuwarden/Amsterdam 1956

 

meer schaak- en ander nieuws op www.tomsschaakboeken.nl

 

 

17.03.08

Dit weekend kreeg ik door een genereus gebaar van een goede gever, een drietal oudere schaakboeken in bezit, waaronder een zeer gewenst object: een boek over het eerste officiële FIDE kandidatentoernooi ooit: Boedapest 1950. Het rijtje boeken over dit soort toernooien (hier afgekort CT) is nu compleet.

Maar eerst iets over de toernooien en over het boek van het toernooi in 1956.

 

De kandidatentoernooien onder verantwoordelijkheid van de FIDE zijn gehouden van 1950 t/m 1962, vijf in totaal. Daarna werd de uitdager bepaald door matches met kwartfinales, halve finales en finale. In de jaren ’90 is daar de klad in gekomen door het optreden van Kasparow die zijn titel op zijn manier te gelde wenste te maken. Zijn match met Short was daarvan het eerste voorbeeld.

 

Eerst de reeks van vijf kandidatentoernooien:

 

1950 Boedapest winnaars Boleslawski en Bronstein *) **)

1953 Zürich/Neuhausen winnaar Smyslow

1956 Leeuwarden/Amsterdam winnaar Smyslow

1959 Bled/Zagreb winnaar Tal

1962 Willemstad, Curaçao winnaar Petrosyan

 

*) Beslissingsmatch gewonnen door Bronstein.

**) Zeer opmerkelijk: deze beide B’s, die goed bevriend waren, ontmoetten elkaar later nog veelvuldig. David Bronstein werd de schoonzoon van zijn vroegere tegenstander.

  

Een bijzonderheid is dat al deze winnaars te doen kregen met Botwinnik die vijf keer als wereldkampioen zijn titel moest verdedigen.

 

Kandidatentoernooi?

De vijf bovenstaande CT’s waren allemaal FIDE-kandidatentoernooien, officieel, waarin het er om ging de uitdager van de wereldkampioen vast te stellen.

Maar andere komen daar dicht in de buurt.

Neem het AVRO-toernooi uit 1938. Toegegeven, daar deed de wereldkampioen zelf mee, maar de winnaar werd wel een match om de titel in het vooruitzicht gesteld. Keres heeft door allerlei oorzaken die match echter nooit gekregen. Een FIDE-toernooi was het niet maar toch stond deze wedstrijd min of meer model voor later.

In de huidige regeling organiseert de FIDE ook toernooien, maar met de titel zelf als inzet. In San Luis 2006 won Topalov daarin de titel na een spectaculair toernooi, in 2007 wist Anand in Mexico City ook in een round robin toernooi de titel te veroveren.

 

Toernooiboeken

Vijf toernooien en minstens zo veel boeken.

Ik wil proberen in verschillende afleveringen wat over de toernooien en vooral hun boeken te vertellen.

 

De eerste dat in mijn bezit kwam, en met een zeer laag nummer, was het boek van Euwe en Mühring over het toernooi uit 1956 in Leeuwarden en Amsterdam.

Dit boek kocht ik destijds – voor   3.50 - in een antiquariaat/ tweedehandsboekhandel gevestigd aan de Noordsingel op de hoek van de Hofdijk. Dit en enkele naastgelegen panden zijn intussen gesloopt om ruimte te maken voor de aanleg van de Heer Bokelweg waaraan bv. het Rotterdamse Gemeentearchief is gevestigd.

 

Spassky

Veel van het verloop van dit toernooi is me ontgaan door mijn diensttijd in Nijmegen, maar ik probeerde in de weekends door echte kranten een beetje op de hoogte te blijven.

Spassky, jong, energiek en spectaculair, was mijn favoriet, maar evenals Fischer in zijn eerste optreden op dit niveau, deed hij niet echt mee om de titel. Een gedeelde 3de tot 7de plaats met Geller, Bronstein, Szabo en Petrosyan, maar achter winnaar Smyslow, en Keres, is beslist eervol.

 

Drama

Drama was er voor Keres, niet de laatste keer in een kandidatentoernooi, die in de voorlaatste ronde tegen Filip met 38. Df6! kon winnen, echter een foutzet deed die uiteindelijk de partij en het toernooi deed verliezen.

Berucht is de blunder die Petrosyan beging door tegen Bronstein zomaar zijn dame in te laten staan.

De partij Geller – Smyslow 0-1 is veel geciteerd maar die is ook een lust voor het oog.

 

       

Zwart: David Bronstein

Wit: Boris Spassky

Stelling na 9. g3

 

In de partij tegen Spassky offerde Bronstein met 9. … Pxg3 zijn dame voor twee lichte stukken + twee pionnen.

Het lukt hem achter het bord niet zijn idee tot winst uit te werken. Maar het blijft een spectaculair voorbeeld van de schaakartiest Bronstein die creativiteit bovenaan had staan.

 

Er volgde:

9.        Pxg3  10. Df2   Pxf1

11. Dxh4 Pxe3  12. Kf2 Pxc4 enz.

 

Spannend boek?

Op een of andere manier vind ik het geen spannend boek. Misschien ligt het aan de typografie of gewoon het beeld wat je van een bladzijde hebt. Euwe was een uitstekend schaakdidact maar hem kon geen meeslepende schrijfstijl worden verweten. Dit toernooi was interessant genoeg, maar wanneer ik de CT’s met elkaar vergelijk vind ik deze niet de meest onderhoudende; het was gewoon geen spannend toernooi. Maar deze beoordeling kan ook aan mijn persoonlijke beleving worden toegeschreven.

 

Lilienthal

Even tussendoor. In de entourage van het toernooi in Leeuwarden gaf de Russische grootmeester Lilienthal een simultaanseance. Wist u dat hij daarbij aan een elfjarig jochie remise moest toestaan? Dit was te lezen in de plaatselijke pers. Dat jochie van toen is welbekend bij de Schaaksociëteit De Willige Dame in Dordrecht. Hij is behalve een heel goed schaker en de man die het lunchschaken in goede banen leidt vooral een uiterst aimabel mens: Johan Went.

 

Lodewijk Prins

Het toernooi was georganiseerd door de Stichting voor Internationale Schaaktraditie in Amsterdam, zeg maar door Lodewijk Prins. Dezelfde die ook de drijvende kracht was achter het Internationale toernooi in Amsterdam 1950, en nog meer faam verwierf met de ad hoc organisatie van de Schaakolympiade in 1954, ook in Amsterdam.

Bij het verschijnen van het boek schreef Lodewijk Prins een scherp artikel in de NRC. Wat was het geval? Citaat:

“… in een boekwerk, gewijd aan het FIDE-kandidatentoernooi 1956 …. de naam weglaten van de organisatrice, de Stichting voor Int enz.……, ja, zelfs bij het aanhalen van de Schaakolympiade 1954 met de miraculeuze organisatie waarvan de Stichting zich wereldvermaardheid verwierf – dat is een onvergetelijke omissie. De naam van de Stichting komt in het gehele boek niet voor. Vreemd.”

 

Ongetwijfeld was het boek met Lodewijk Prins als medeauteur een stuk boeiender geworden en dat is niet ironisch bedoeld. Kijk maar naar het door Euwe en Prins samen geschreven boek over Capablanca, een juweel.

 

Bij een volgende gelegenheid komt Boedapest 1950 ter sprake.

 

tom van bokhoven

 

Das Kandidatenturnier für die Weltmeisterschaft 1956

Dr. M. Euwe/ W.J. Mühring, 1956, W. ten Have Verlag, Amsterdam

 

 

www.tomsschaakboeken.nl