|
KANDIDATENTOERNOOI: Leeuwarden/Amsterdam
1956 meer schaak- en ander nieuws op www.tomsschaakboeken.nl |
|
|
|
Dit
weekend kreeg ik door een genereus gebaar van een goede gever, een drietal
oudere schaakboeken in bezit, waaronder een zeer gewenst object: een boek
over het eerste officiële FIDE kandidatentoernooi ooit: Boedapest 1950. Het
rijtje boeken over dit soort toernooien (hier afgekort CT) is nu compleet. Maar eerst
iets over de toernooien en over het boek van het toernooi in 1956. De kandidatentoernooien onder verantwoordelijkheid van de
FIDE zijn gehouden van 1950 t/m 1962, vijf in totaal. Daarna werd de uitdager
bepaald door matches met kwartfinales, halve finales en finale. In de jaren
’90 is daar de klad in gekomen door het optreden van Kasparow die zijn titel
op zijn manier te gelde wenste te maken. Zijn match met Short was daarvan het
eerste voorbeeld. Eerst de reeks van vijf kandidatentoernooien: 1950 Boedapest winnaars Boleslawski en Bronstein *) **) 1953 Zürich/Neuhausen winnaar Smyslow 1956 Leeuwarden/Amsterdam winnaar Smyslow 1959 Bled/Zagreb winnaar Tal 1962 Willemstad, Curaçao winnaar Petrosyan *) Beslissingsmatch gewonnen door Bronstein. **) Zeer opmerkelijk: deze beide B’s, die
goed bevriend waren, ontmoetten elkaar later nog veelvuldig. David Bronstein
werd de schoonzoon van zijn vroegere tegenstander. Een bijzonderheid is dat al deze winnaars te doen kregen
met Botwinnik die vijf keer als wereldkampioen zijn titel moest verdedigen. Kandidatentoernooi? De vijf bovenstaande CT’s waren allemaal
FIDE-kandidatentoernooien, officieel, waarin het er om ging de uitdager van
de wereldkampioen vast te stellen. Maar andere komen daar dicht in de buurt. Neem het AVRO-toernooi uit 1938. Toegegeven, daar deed de
wereldkampioen zelf mee, maar de winnaar werd wel een match om de titel in
het vooruitzicht gesteld. Keres heeft door allerlei oorzaken die match echter
nooit gekregen. Een FIDE-toernooi was het niet maar toch stond deze wedstrijd
min of meer model voor later. In de huidige regeling organiseert de FIDE ook toernooien,
maar met de titel zelf als inzet. In San Luis 2006 won Topalov daarin de
titel na een spectaculair toernooi, in 2007 wist Anand in Mexico City ook in
een round robin toernooi de titel
te veroveren.
Vijf toernooien en minstens zo veel boeken. Ik wil proberen in verschillende afleveringen wat over de
toernooien en vooral hun boeken te vertellen. De eerste dat in mijn bezit kwam, en met een zeer laag
nummer, was het boek van Euwe en Mühring over het toernooi uit 1956 in
Leeuwarden en Amsterdam. Dit boek kocht ik destijds – voor 3.50 - in een antiquariaat/ tweedehandsboekhandel
gevestigd aan de Noordsingel op de hoek van de Hofdijk. Dit en enkele
naastgelegen panden zijn intussen gesloopt om ruimte te maken voor de aanleg
van de Heer Bokelweg waaraan bv. het Rotterdamse Gemeentearchief is
gevestigd. Spassky Veel van het verloop van dit toernooi is me ontgaan door
mijn diensttijd in Nijmegen, maar ik probeerde in de weekends door echte
kranten een beetje op de hoogte te blijven. Spassky, jong, energiek en spectaculair, was mijn
favoriet, maar evenals Fischer in zijn eerste optreden op dit niveau, deed
hij niet echt mee om de titel. Een gedeelde 3de tot 7de plaats met
Geller, Bronstein, Szabo en Petrosyan, maar achter winnaar Smyslow, en Keres,
is beslist eervol. Drama Drama was er voor Keres, niet de laatste keer in een
kandidatentoernooi, die in de voorlaatste ronde tegen Filip met 38. Df6! kon
winnen, echter een foutzet deed die uiteindelijk de partij en het toernooi
deed verliezen. Berucht is de blunder die Petrosyan beging door tegen
Bronstein zomaar zijn dame in te laten staan. De partij Geller – Smyslow 0-1 is veel geciteerd maar die
is ook een lust voor het oog.
Wit: Boris Spassky Stelling na 9. g3 In de partij tegen Spassky offerde Bronstein met 9. … Pxg3
zijn dame voor twee lichte stukken + twee pionnen. Het lukt hem achter het bord niet zijn idee tot winst uit
te werken. Maar het blijft een spectaculair voorbeeld van de schaakartiest
Bronstein die creativiteit bovenaan had staan. Er volgde: 9. … Pxg3
10. Df2 Pxf1 11. Dxh4 Pxe3 12.
Kf2 Pxc4 enz. Spannend
boek? Op een of andere manier vind ik het geen spannend boek.
Misschien ligt het aan de typografie of gewoon het beeld wat je van een
bladzijde hebt. Euwe was een uitstekend schaakdidact maar hem kon geen
meeslepende schrijfstijl worden verweten. Dit toernooi was interessant
genoeg, maar wanneer ik de CT’s met elkaar vergelijk vind ik deze niet de
meest onderhoudende; het was gewoon geen spannend toernooi. Maar deze beoordeling
kan ook aan mijn persoonlijke beleving worden toegeschreven. Lilienthal Even tussendoor. In de entourage van het toernooi in
Leeuwarden gaf de Russische grootmeester Lilienthal een simultaanseance. Wist
u dat hij daarbij aan een elfjarig jochie remise moest toestaan? Dit was te
lezen in de plaatselijke pers. Dat jochie van toen is welbekend bij de
Schaaksociëteit De Willige Dame in Dordrecht. Hij is behalve een heel goed
schaker en de man die het lunchschaken in goede banen leidt vooral een
uiterst aimabel mens: Johan Went. Lodewijk
Prins Het toernooi was georganiseerd door de Stichting voor
Internationale Schaaktraditie in Amsterdam, zeg maar door Lodewijk Prins.
Dezelfde die ook de drijvende kracht was achter het Internationale toernooi
in Amsterdam 1950, en nog meer faam verwierf met de ad hoc organisatie van de
Schaakolympiade in 1954, ook in Amsterdam. Bij het verschijnen van het boek schreef Lodewijk Prins
een scherp artikel in de NRC. Wat was het geval? Citaat: “… in een
boekwerk, gewijd aan het FIDE-kandidatentoernooi 1956 …. de naam weglaten van
de organisatrice, de Stichting voor Int enz.……, ja, zelfs bij het aanhalen
van de Schaakolympiade 1954 met de miraculeuze organisatie waarvan de
Stichting zich wereldvermaardheid verwierf – dat is een onvergetelijke
omissie. De naam van de Stichting komt in het gehele boek niet voor. Vreemd.” Ongetwijfeld was het boek met Lodewijk Prins als medeauteur
een stuk boeiender geworden en dat is niet ironisch bedoeld. Kijk maar naar
het door Euwe en Prins samen geschreven boek over Capablanca, een juweel. Bij een volgende gelegenheid komt Boedapest 1950 ter
sprake. tom van bokhoven Das Kandidatenturnier
für die Weltmeisterschaft 1956 Dr. M. Euwe/ W.J.
Mühring, 1956, W. ten Have Verlag, Amsterdam |
|
|
|
|