|
Kandidatentoernooi Boedapest 1950 -
Overzicht
boeken kandidatentoernooien -
Partij Salo Flohr – Boleslawski 1ste ronde
|
|
|
|
Gewoonlijk heb ik met schaakboeken in vreemde talen niet te veel
problemen. Ook al lees ik geen Russisch, de meer dan 100 boeken en boekjes in
die taal die hier op de plank staan, zijn zeker wat titel, namen, plaatsnamen
en analyses redelijk te volgen. Een paar woordenboeken en een TELEAC cursus
Russisch uit 1979 maken die bronnen toegankelijk. Anders ligt het bij Hongaars. Een paar jaar
geleden kocht ik het toernooiboek van Boedapest 1952, het
Maroczy-herdenkingstoernooi en bij die gelegenheid heb ik maar gelijk een
tweedehands Hongaars-Engels handwoordenboekje aangeschaft. Maar Hongaars
blijft een lastige taal. Met behulp van dit woordenboekje kan ik de
titel - en het resultaat zal geen verbazing wekken - in het Nederlands
weergeven, Schaakwereldkampioenschaps-
Het was het
eerste van alle officiële kandidatentoernooien en gelijk een groot succes. Op de
deelnemerslijst staan de namen van Smyslow, Keres, Bronstein, Kotov, Stahlberg,
Najdorf, Szabo, Boleslawsky, Flohr en Lilienthal. Er valt ook
van de afwezigen nog een mooi elftal te maken, denk maar aan Reshevsky, Fine,
Euwe, Petrosyan, Averbach, Geller, Aronin of Taimanow, enz. De
deelnemers kwamen boven uit de voorselectie via het gloednieuwe systeem van
de zonetoernooien en het interzonaletoernooi in Saltsjobaden. De FIDE had
bepaald dat ook de verliezende deelnemers aan het
Wereldkampioenschapstoernooi van 1948 allen mochten meedoen, dus incl. Fine.
Bovendien werd het aanvankelijke deelnemersaantal verhoogd van tien naar
veertien. Het toernooi werd ten slotte toch door tien man uitgevochten omdat
vier gerechtigden afzagen van deelname: Euwe, Reshevsky en Fine, plus
Bondarevsky. Analyses Het
toernooiboek bevat rondeoverzichten met uitslagen, verslag en stand. Hoogst
ongelukkig zijn de partijen niet bij de ronden ingedeeld maar na de
overzichten, nog wel chronologisch. De partijen zijn genummerd maar die
nummers zijn niet bij de uitslagen of bij de rondenverslagen vermeld. Wil je
na het rondenoverzicht een bepaalde partij bekijken dan moet er gebladerd
worden of achter in het boek in een tabel gezocht worden.
Alle
partijen zijn uitvoerig geanalyseerd en bij de meeste partijen is een diagram
geplaatst. De analyses zijn verzorgd door Gideon Barcza, de Hongaarse grootmeester (1911-1986). Deze man kan
bij mij niet stuk. Nadat de
Sovjets op 4 november 1956 de Hongaarse opstand hadden neergeslagen moest er
is Moskou nog een schaakolympiade gespeeld worden. Althans zo heeft het
altijd in mijn geheugen gezeten. Op die Olympiade wist het Hongaarse team als
enige de Russen te verslaan. Van de vier partijen werden er drie remise,
alleen Barcza won, van Smyslow nog wel. Waarschijnlijk
heeft dit gegeven mij pas bereikt nadat de Hongaarse opstand had
plaatsgevonden en heb ik de Olympiade altijd erna geplaatst. In feite,
daar kom ik nu achter, is de Moskouse olympiade gehouden van 1 tot 23
september 1956. Dat neemt niet weg dat Gedean Barcza, van de Hongaarse
Gideons bende, bedacht ik dus, na vijf voorafgaande nederlagen tegen Smyslow,
nu in een voortreffelijke partij wist te winnen. Wellicht
hebben de diepgaande onderzoekingen van Smyslows partijen uit 1950
bijgedragen aan dit succes. Het
toernooiboek is ondanks de wat goedkope uitgave, zeer de moeite waard.
Vanaf de
eerste ronde, waarin hij won van Flohr, nam Boleslawski de leiding. Isaac Boleslawski
speelt simultaan in Schachklub Wilkau-Haßlau. Eerst in de
laatste ronde kwam Bronstein langszij. Een
beslissingstweekamp over 12 normale partijen (niet naar de verwerpelijke
‘norm’ van vandaag met rapid- en blitz- en suddendeathgedoe) eindigde gelijk
waarna er doorgespeeld werd tot een beslissing viel. Bronstein won de veertiende
partij en kon zich gaan opmaken voor de legendarische match met Botwinnik een
jaar later. Bosleslawski Boleslawski
(1919 – 1977), die grote faam zou verwerven als auteur (nooit heb ik een
mooiere inleiding op en behandeling van het Siciliaans gelezen dan van hem *)), behaalde hier zijn mooiste
succes. Bronstein en hij zouden altijd vrienden blijven. Nog later werd
Bronstein zijn schoonzoon. In zijn laatste levensjaren leed hij aan ernstige
oogaandoeningen en was hij zo goed als blind. Hij heeft
belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van het Koningsindisch
o.a. bracht hij in dit toernooi tegen Szabo met zwart het beroemde pionoffer
op h5 – en in het Siciliaans bewees hij de waarde van de Boleslawski-variant
met als kenmerk e7-e5. Het was een
prachttoernooi met veel mooie en veel vechtpartijen. Het toernooi
was de eerste van zijn soort in een reeks van vijf. De boeken over deze
toernooien vormden de kapstok voor deze serie waarvan de andere al eerder
werden besproken. Sakkvilágbajnik-Jelöltek
Versenye Budapest 1950, Gedeon Barcza,
Sportlap- és Könyvkladó Vállalat, 1951. Partij Salo Flohr – Isaac Boleslawski:
*) Caro-Kann bis
Sizilianisch, Sportverlag 1968. Op blz. 406 schrijft Boleslawski met hem kenmerkende
relativering: “Wie aus der Astronomie bekannt ist, gibt es im Universum
Riesensterne und Zwergsterne. Diese Begriffe lassen sich auch auf Systeme
einer beliebigen Schacheröffnung anwenden: Es gibt Riesensysteme und
Zwergsysteme. Das System, das nach dem Autor dieses Buches benannt ist,
gehört zu den letzteren und spielt in
der unübersehbaren Galaxis der Sizilianischen Verteidigung keine Bedeutende
Rolle.” Waarna hij overgaat tot de feitelijke bespreking van de variant
en de waarde van e7-e5. De zetten van de Boleslawski-variant: 1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4
Pf6 5. Pc3 d6 6. Le2 e5. De variant is in de jaren ’70 overruled door de Svesjnikov: zetten als boven, maar een direct 5. … e5! |
|
|