eerdere columns van Bert den Boer


meer schaak- en ander nieuws op

www.tomsschaakboeken.nl

 

 

 

 

Pijnlijk mooi

 

‘Pijn geleden, maar mooier geworden’, zo luidt de titel van een krantenkop over de restauratie van de Sint-Janskathedraal in den Bosch. Grappig detail daarbij is de moderne engel met gsm, die als een teken des tijds is vereeuwigd door beeldhouwer Ton Mooy. Om echt mens te worden heb je op persoonlijk niveau ook je eigen pijn te nemen. Als je terugblikt op een grote tegenslag in je leven - een scheiding, een overlijdensbericht, ontslag, burn-out - kan blijken dat het ook iets goeds heeft gebracht. Hoe pijnlijk ook. Karien, die prachtige vrouw die mij ooit het vak heeft geleerd, is overleden; iets van haar leeft in mij voort. Zo kan het ook pijnlijk zijn om te ontdekken dat hoe ouder je wordt je des te meer lijkt op een van je ouders. Stef Bos had dat goed door toen hij het lied Papa (‘ik lijk steeds meer op jou’) schreef. Zelf heb ik dat ook. Gelukkig kan ik nu om dat gegeven lachen en hoef ik er niet meer tegen te vechten. Ik waardeer mijn vader nu meer dan ooit, afstand helpt om dichterbij te zien; graag had ik meer met hem willen bepraten. Het leven is soms pijnlijk mooi en als je het daar met anderen over kunt hebben, maak je contact op identiteitsniveau. Ook als je niet alles begrijpt van wat je is overkomen. Wat niet begrepen kan worden, is daarom niet minder waar. Onderstaand verhaal, ooit toegestuurd gekregen, sluit hier op de een of andere manier op aan:

 

Een klein lief meisje stond onder een luifel. Ze had juist boodschappen gedaan in de supermarkt, met haar moeder. Ze zal ongeveer 6 jaar oud zijn geweest, dit prachtige roodharige sproetige beeld van onschuld.
Het stortregende buiten. Dat soort regen dat goten en afvoerputjes doet overstromen, zo gehaast om de aarde te raken, dat het geen tijd heeft om de straal wat zachter te zetten.
‘Mama, laten we door de regen gaan rennen’, zei ze.
‘Wat?’ vroeg mama. ‘Laten we door de regen gaan rennen!’ herhaalde ze.
‘Nee, lieverd. We wachten dat het wat minder wordt’, antwoordde mama.
‘We worden doornat als we dat doen’, zei mama.
‘Nee, dat zullen we niet, mama. Dat is niet wat je zei vanmorgen’, zei het meisje terwijl ze aan haar mama's arm trok.
‘Vanmorgen? Wanneer zei ik dat we door de regen konden rennen en niet nat zouden worden?’ Het meisje zei kalmpjes: ‘Weet je dat niet meer? Toen je met papa
praatte over zijn kanker, toen zei je: ‘Als we hier doorheen geraken, samen, komen we door alles heen!’
Iedereen was opeens muisstil. Mama dacht even na over wat ze zou antwoorden. Sommigen zouden het weglachen of haar voor gek uitmaken. Sommigen zouden zelfs negeren wat ze zei. Maar dit was een moment van affirmatie in een kinderleven.
‘Lieverd, je hebt gelijk. Laten we door de regen rennen. Als het zo moet zijn dat men ons vanuit hierboven nat laat worden, wel, ... dan hadden we misschien juist een wasbeurt nodig’,  zei mama. Daar gingen ze. Alle aanwezigen stonden te kijken en te lachen, toen ze daar vooruit sprongen tussen de auto's door, en jawel, door de plassen. Ze hielden hun
boodschappentassen boven hun hoofd voor het geval dat. Ze werden doornat.
Maar ze werden gevolgd door enkele anderen die schreeuwden en lachten als kinderen.

 

                                                                                                                              Bert den Boer

 

 

www.tomsschaakboeken.nl