eerdere columns van Bert den Boer


meer schaak- en ander nieuws op

www.tomsschaakboeken.nl

 

 

 

 

Belbus

 

Je bent goed in anderen dat te leren, wat je zelf het meest te leren hebt. Een van mijn kinderen verzuchtte eens: ‘Dat jij iets met communicatie doet.’ Natuurlijk, dat begrijpt u, werd die opmerking lang geleden gemaakt. Hoewel… in al mijn onbevangenheid belde ik onlangs voor een belbus. Het busvervoer is op het platteland op een slimme manier geregeld. Buiten reguliere tijden om kun je een zogenaamde belbus oproepen. De extra inspanning van vijf kilometer vanaf het centrum naar ons logeeradres was de avond ervoor, na een dag wandelen, in het licht van een prachtige ondergaande zon geen punt. Je moet echter niet overdrijven, de beoogde belbus zou ons naar het centrum brengen, alwaar wij onze tocht wilden vervolgen. Mijn twee reisgenoten volgen vanaf de ontbijttafel geïnteresseerd mijn gesprek. Voordat ik daar verslag van doe: het is goed om te weten dat ik voor een paar zinsneden vrij allergisch ben. Als iemand zegt, dat iets niet kan volgens het systeem, wordt een gevoelige snaar geraakt. Grappig genoeg volg ik momenteel een opleiding Systemisch werken. Is het niet de kunst van het leven de tegenstelling in de paradox op te heffen?

 

 ‘Goedemorgen.’
‘Goedemorgen, met het taxibedrijf.’
‘Ik bel u voor de belbus. Ben ik dan aan het goede adres?
‘Jawel, wij zijn onderaannemer van de busmaatschappij. Zegt u het maar.’
‘Wij logeren op de Oude Dijk, kunt u ons daar oppikken?’
‘Dat is geen halteplaats meneer. Wat is de naam van de halte?’
‘Die is hier een kwartier lopen vandaan. Oude Dijk neem ik aan.’
‘Die kan ik niet vinden meneer. Als u dat niet weet, kan ik niets voor u doen.’
‘Tja, ik heb dit nummer genoteerd bij de halte, verder niets.’
‘Belt u anders 9292, de OV-lijn meneer.’
‘Kunt u dat voor me doen meneer?’
‘Ik ben een vrouw.’
‘Oh dat spijt me, aan uw stem te horen dacht ik…’
‘Wij zijn een onderaannemer meneer, ik moet echt een halteplaats weten.’
‘Ik begrijp het, ik bel u straks terug.’

‘Goedemorgen, ik had u net ook aan de lijn mevrouw.’
‘Dat klopt.’
‘De vrouw des huizes van ons logeeradres vertelde dat de halteplaats de Veenweg is.’
‘Mooi, hè wat nu, het systeem gooit mij eruit.’
‘Ja, dit is toch echt de naam van de halte.’
‘Ja meneer, maar als het systeem die naam niet pakt, dan kan ik niets regelen.’
‘Meneer, pardon mevrouw, ik wil slechts een bus naar het centrum. ‘
Tuut tuut tuut…

‘U wilt naar de Veenweg?’
‘Klopt. Ik had zonet uw collega aan de lijn.’
‘Dat begrijp ik. Vreemd, het systeem pakt die halte niet. Geeft u me uw telefoonnummer voor het geval dat. Ik regel het. Over een uur komt uw bus.’
En inderdaad, een taxi met een vrolijke chauffeuse komt stipt op tijd langs.
‘Betalen? ’Ja, ik heb niks van een stempel bij me. Laat maar zitten hoor.’

Het gesprek ontspoorde - voor de goede orde, beltreinen bestaan niet - toen ik meende een man aan de lijn te hebben. De systeemopmerking deed de rest. Gelukkig kreeg ik opbeurende feedback van de ontbijttafel. Koude thee is overigens ook best te drinken.                                                                                            

 Bert den Boer

 

 

www.tomsschaakboeken.nl