14e Ronde: “Weerzin-wekkend koosnaampje”


Ik was zo gefascineerd door zijn imposante verschijning...

RONDEVERSLAG | Naast het spelen op de clubavond van De Willige Dame op dinsdag schaak ik ook bij schaakgroep De Klockelaer op donderdagmorgen. Afgelopen donderdag zag ik op de tafel waar Tom van Bokhoven, bij velen van ons wel bekend, zou gaan spelen een boek liggen dat ik kende.

Tom bezit een uitgelezen (excuses voor de flauwe woordspeling) verzameling schaakboeken en hij had deze keer 'De Koning' van J. H. Donner meegenomen. Het was (natuurlijk) onmiddellijk aanleiding om een eerder door mij geschreven verhaal over Donner hier nog een keer het licht te laten zien:

”Wie niet door hem geschoffeerd is in zijn artikelen, moet als onbelangrijk worden beschouwd.” Aldus een typering van één der kleurrijkste schakers uit de Nederlandse schaakgeschiedenis.

Zelf was hij verantwoordelijk voor een reeks opmerkelijke citaten zoals: “Schaken is evenzeer een kansspel als blackjack of het gooien van kaarten in een hoge hoed”. En: “Mannen willen je in elkaar timmeren, maar vrouwen willen je verzorgen. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een pak slaag, want daar komt tenminste een einde aan”. Of, en dat is wellicht de bekendste uitspraak van hem: “Vrouwen kunnen niet schaken”.

Door vrienden en bekenden als “Hein” aangesproken, maar in de media doorgaans aangeduid als “Jan Hein”, wat hij zelf maar een troetelnaampje vond, maakte hij pas op zijn veertiende kennis met het schaakspel. Door een weinig gedisciplineerde levensstijl was het voor hem altijd moeilijk goede resultaten te continueren. Desondanks heeft hij in zijn schaakcarrière enkele grote toernooioverwinningen behaald, zoals het Hoogoventoernooi 1963 en Venetië 1967 waar hij de toenmalige wereldkampioen Tigran Petrosjan achter zich liet. Zijn winst op Robert Fischer in Varn Ol 1962 is er een om in te lijsten.

Daarnaast was hij schaakkampioen van Nederland in 1954. Max Euwe moest dat jaar genoegen nemen met de tweede plaats. Ook in 1957 en 1958 slaagde hij erin de beste van Nederland te worden. Hij schreef artikelen in onder andere De Tijd, Elseviers Weekblad, de NRC, het Parool en de Volkskrant. Vanaf 1971 was hij medewerker van Schaakbulletin, een legendarisch maandblad dat verscheen van 1968 tot 1984. De laatste jaren van zijn leven genoot hij vooral bekendheid door de kleine stukjes die hij schreef voor NRC Handelsblad. Een hersenbloeding die het hem zeer moeilijk maakte om te spreken en te typen, dwong hem tot een zeer eigen, uiterst beknopte stijl.

Venetië 1967 was een spraakmakend toernooi. Niet alleen omdat hij het won met elf uit dertien, maar meer nog, omdat hij de eerste prijs, een gouden gondel belegd met twaalf edelstenen, wenste te schenken aan het Medisch Comité Vietnam: “Ze zullen er medicijnen voor kopen, maar wat mij betreft kopen ze er een machinegeweer voor. Die Amerikanen moeten ze eruit schoppen!” Er ontstond een schandaal. Hij verloor zijn baan als columnist bij Elsevier en de prijs heeft hij nooit gekregen.

In een der bovenzalen van schouwburg “Kunstmin” in Dordrecht werden begin zeventiger jaren simultaanseances gehouden. Genna Sosonko verzorgde een kloksimultaan tegen de sterkste spelers uit de regio. Robbie Hartoch en Jan Hein speelden elk simultaan tegen zo’n 25 tegenstanders. Zowel Robbie als Jan Hein waren door het goede leven dat zij kennelijk leidden, indrukwekkende verschijningen geworden.

Ik was uitgeloot voor de kloksimultaan tegen Sosonko en moest genoegen nemen met een plaatsje in de carré, waarbinnen Jan Hein zich op zijn dooie gemak van bord naar bord bewoog. Ik vergat soms na te denken over mijn volgende zet, zo gefascineerd was ik door zijn imposante verschijning. Wat een prachtig, krachtig voorkomen. Wat een beer van een man en wat een uitstraling… En dan ook nog die droeve ogen in een markante kop. Wat langer stilstaand bij sommige borden, zijn hand naar de bebaarde kin brengend, een zet uitvoerend om dan naar het volgende bord te stappen, was hij voor mij het toonbeeld van een groot meester. Een enkele keer, licht het hoofd schuddend, terugstappend om zijn vorige zet nog eens te bekijken – simultaangevers mogen een zet terugnemen als ze nog niet op het volgende bord hebben gezet – leek er enige twijfel te zijn. Maar zich overtuigd hebbend van de juistheid van zijn voortzetting, schreed hij weer als een ware koning voort.

Mijn hartslag bereikte een niet geringe hoogte toen ik als uit het niets een matcombinatie in de stelling zag verschijnen. Mat op de achterste rij! Paard naar c3 en dan op de volgende zet de toren naar e1! Schaak met ondekbaar mat! Als hij het ziet, realiseerde ik me, dan blijft er van mijn stelling vrijwel niets over, omdat ik dan veel te veel heb gewaagd. “Liever een einde met verschrikking, dan een verschrikking zonder einde”, schiet er door mijn hoofd. Mijn leraar Duits zou trots op me geweest zijn, dacht ik, toen dat citaat van Schiller mijn gedachten besprong.

Hij naderde. “Schiet op!” Ik had het niet meer. Mijn hart klopte bijna hoorbaar honderdtachtig in mijn keel. Mijn rechterbuurman legde bij het verschijnen van Jan Hein zijn koning met een droevig gebaar om. Hein keek hem quasi medelijdend aan, schudde hem de hand en zei: “Dank u voor deze partij, u heeft voortreffelijk gespeeld, maar op zet veertien had u wellicht beter loper b4 kunnen doen?” Daarmee verzachtte hij de volgens mij afschuwelijke misgreep van mijn buurman. Hoe zachtaardig kan een grootmeester zijn…

Mijn beurt…. Mijn hart gaat nu zo te keer dat het mijn borstkas uit lijkt te willen springen. Ik zet. Paard dus. Jan Hein antwoordt a tempo en stapt op zijn gemak naar het volgende bord.

Zevende schaakhemel! Jahaaaa! Ik ga winnen!

Hij schrijdt naar mijn linkerbuur en bestudeert de stelling aldaar aandachtig. Hij strekt zijn arm om de zet uit te voeren…

Ik ga winnen! “Zet! Doe het! Zet!… Zet!!” Euforie! Ik ga van een grootmeester winnen!

Dan lijkt zijn intuïtie hem te waarschuwen. Hij doet hij een stap terug en verschijnt weer voor ons bord. Hij buigt zich voorover en legt zijn handen op de rand van de tafel. Aandachtig bestudeert hij de stelling. Licht hoofdschuddend zakt hij langzaam door de knieën, plant zijn ellebogen tegen de rand van het bord en verzinkt in gedachten. Kennelijk verbaasd trekt hij vervolgens zijn wenkbrauwen op en strijkt nog maar eens met de hand door zijn baard. Dan richt hij zich op en kijkt me, met een vage glimlach op het gelaat, een beetje meewarig aan. Ik voel me betrapt als een kleine jongen die zojuist een koekje gestolen heeft. Mijn moeder spreekt me weer eens bestraffend toe.

Het licht van de lampen vervaagt, een zonsverduistering…. Een afgrond opent zich. Ik ga door de grond...

“Ho, ho, jonge vriend, u tracht mij een hak te zetten geloof ik. Fraai gevonden! Mijn compliment.” Ik hoorde vaag, vanuit een verre verte zijn stem, die me onafwendbaar naar het schavot voerde en voelde instinctief aan dat ik deze strijd zou gaan verliezen. Bedaard nam hij zijn zet terug. Na nog enig nadenken voerde hij een andere uit en schreed vervolgens voort, mij in opperste ellende achterlatend. Het was gedaan. Mijn kans was verkeken. Ik had mijn hand overspeeld. Eigenwijs ploeterde ik voort en vocht voor wat ik waard was. Ik stribbelde heftig tegen, verzette me tot het alleruiterste, maar het was niet genoeg. Ik verloor uiteindelijk, als een der laatst overgebleven tegenstanders sneuvelde ik kansloos in het eindspel…

Jan Hein, Zo heet ik dus niet. Natuurlijk ben ik zeer in mijn nopjes met die literaire prijs, maar als ik al gehoopt had ook dat weerzinwekkend koosnaampje kwijt te raken dat door laag bij de grondse schaakjournalisten bedacht werd, kwam ik wel zeer bedrogen uit.” Hoe pathetisch en hoe cliché klinkt het als ik nu schrijf: “Hein, ik zal je nooit vergeten..?.” Ik doe het lekker toch...Hein (“Jan Hein”) Donner (1927-1988)

© Willem Platje 2007

 

De 14e ronde van buiten gezien 9 januari 2024 (Foto: Jisk Liemburg)

De 14e ronde van buiten gezien 9 januari 2024

 

En-Passantje

 
Om zijn kansen op prologatie van het kampioenschap intact te houden moest Wim Jongeneel het obstakel genaamd Pieter Hofstee uit de weg ruimen. Met zwart maakte Wim er een Grünfeld van en na 1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 d5 4.Lg5 Pe4 5.Lh4 dacht Wim "ik maak er een lekker open stelling van" en speelde 5...c5. De dames verdwenen snel van het bord en met een vrijpion op d4 die goed te handhaven was stond Wim na een zet of tien al aanmerkelijk beter. De pion van d4 verkaste na een en-passantje naar e3 en met een pion voorsprong begon zwart een aanval op de witte koning op de damevleugel. Pieter stond een paardvork op zijn torens toe, verloor ook een toren, maar dacht met een tegenaanval op de damevleugel kansen op pionpromotie van zijn c-pion te scheppen. Wim gaf echter de kwaliteit terug en slaagde er even later in de promotiedreiging zo groot te maken, dat die slechts met nogmaals torenverlies door Pieter te voorkomen zou zijn. De titel komt voor Wim steeds dichterbij. (Pieter Hofstee - Wim Jongeneel 0−1)

Wim Jongeneel 22-11-2022

 

Cor O' Kann

 
Over zijn partij met zwart tegen Pearl Uyttenhove schrijft Cor Paans: "Na 12 zetten had ik het gevoel dat mijn stelling best aardig was. Ik had wat mogelijkheden gecreëerd om in de aanval te gaan en en rokeerde dus met een goed gevoel. Al snel bleek daarna dat ik vergeten was om ook naar de mogelijkheden van wit te kijken en zo kwam ik in zet 15 al een stuk achter te staan! Daarna was het nog veertien zetten doorschuiven voor wit en kon ik opgeven.

Onder de titel "Mooi aanvallend schaak tegen Cor Paans" schreef Pearl Uyttenhove een lijvige bespiegeling over dezelfde partij: "Na mijn 1.d4 repliceerde Cor met 1...c6 en moest ik knarsetandend de Cor O' Kann in met 2.e4, want met wit moet je voor de winst gaan. Er komt 2...d5 3.e5 op het bord. Wit heeft meer ruimte maar zwart heeft geen verzwakkingen. Met een paardmanoeuvre van drie zetten, Pb8-a6-b4, dreigt Cor mijn witveldige loper op d3 te ruilen. Maar daar staat genoeg voor mij tegenover: drie tempi ontwikkelingsvoorsprong en twee paarden in gesloten stelling.

Er lijkt nog niets aan de hand voor zwart, maar zijn lichte stukken lopen elkaar nogal in de weg op de koningsvleugel. Na wederzijdse wachtzetten op de damevleugel verstapt Cor zich en loopt in een tactische finesse die hem een vet paard kost. Hij slaat met zijn lopers mijn loper en paard eraf. Dat levert mij een dubbele f-pion en een geïsoleerde h-pion op. Maar nu grijnst mijn dame op h6 boosaardig naar de weerloze zwarte koning. Mijn krijgervrouw zal deze aanvalspost niet meer verlaten.

Zwart moet zich met twee schilden op tegen de witte agressie verdedigen. Het witte paard op d4 blijkt ideaal opgesteld om zowel Cors tegenspel op de damevleugel te frustreren als de zwarte koning te bedreigen. Met veel stuurmanskunst omzeilt Cor de tactische dreigingen van wit maar de druk op zijn monarch neemt toe. Vanaf h6 schreeuwt de witte dame haar krijgers bevelen toe en de situatie wordt steeds nijpender. Na een paar lange manoeuvres staan de witte torens op ideale posten om de aanval te ondersteunen. Zwart heeft pionnen op h7, g6, f7, e6 en d5 wat de zwarte velden rond zijn koning zwak maakt.

De slotaanval komt van de witte f-pion die via f3-f4-f5 op f6 dreigt te komen. De pion nemen leidt tot mat, blokkeren met f7-f6 geeft e6 vrij en kost een kwal en f8 vrijmaken voor de koninklijke aftocht leidt tot een langzame pijnlijke nederlaag. Cor kiest in deze hopeloze stelling voor kort en pijnloos: gxf6 leidt tot mat in twee." Pearl moet hopen op een misstap van Wim Jongeneel, anders wordt hij tweede in de competitie. (Pearl Uyttenhove - Cor Paans 1−0)

Pearl Uyttenhove 20-09-2020

 

Lekker toch...

 
Jisk Liemburg doet verslag over zijn partij tegen John van Waardenberg: "Scandinavische opening (1.e4 d5) speelde John dus met zwart. Dat zie je weinig en het zal niemand verbazen dat ik het eigenlijk niet ken. Na het slaan speelde John Pf6 en wat je dan niet moet doen is proberen de pion, die nu op d5 staat, te gaan verdedigen met bijvoorbeeld c4. De huidige theorie vindt d4 en dus de pion teruggeven veel beter voor wit. Dat moet je wel weten, dus ik deed toch lekker de zet 3.c4. En na Johns correcte 3...c6 moet je dan niet die pion slaan, want dan komt zwart echt wel beter te staan. Dat moet je wel weten, dus ik deed toch lekker doorslaan op c6 en John sloeg correct met het paard terug.

De drie beste varianten voor wit zeggen nu dat je de eenzame c4-pion moet gaan verdedigen met d3. En dus deed ik b3. En amper vijf zetten oud geeft de analysetool Stockfish al minimaal 2 punten voordeel. Een beetje openingskennis verricht wonderen dus. John zette daarna echter niet zo krachtig door en al drie zetten later stond wit behoorlijk in het voordeel (Stockfish was omgeslagen van -2,4 naar +1,8). Na Damer-, Torenr-, Loperr- en Paardr-uil, was het bord bij de 17de zet al een stuk opgeruimder en stond wit nog steeds prima met zijn pion voorsprong. Maar de neergang begon op de 18de zet. Het lukte John om twee pionnen te ratsen en na de 29ste zet gaf wit op. (Jisk Liemburg - John van Waardenberg 0−1)

Jisk Liemburg 04-02-2020

 

Willemzetje

 
Een hele onderhoudende partij was die tussen Dick Korteland en Willem Weerdesteijn. Dick maakte er na 1.d4 d5 2.Pf3 c3 met 3.Lf4 een 'London' van. Aan het begin van het middenspel leidden wederzijdse fouten tot een hele reeks verwikkelingen. Dick drukte zijn e-pion door en sloeg met dubbelschaak op f7. De zwarte koning kwam gevaarlijk onbeschermd te staan, maar Dick blunderde vervolgens een loper weg, maar had de mazzel dat Willem dat niet zag. In plaats daarvan deed hij een damezet, die vervolgens leidde tot het verlies van Willems dame, maar wel ten koste van twee torens. Dick bracht een vrijpion op de f-lijn naar voren‎. Willem blokkeerde die en ontnam de witte dame daarmee tevens wat vluchtvelden. Dat werd door Dick niet opgemerkt en na een sluw willemzetje was dameverlies voor wit niet meer te voorkomen. (Dick Korteland - Willem Weerdesteijn 0−1)

Willem Weerdesteijn 15-09-2020

 

Bierkoos

 
In een rustige Philidor leken Rob Truijens, met wit, en Koos van Dalen het elkaar niet moeilijk te maken. Er werden wat lichte stukken geruild en verder leek alles rustig. Totdat Rob wat lichtzinnig met een aanbod tot dameruil van Koos omsprong. Er werd wel geruild maar pas nadat Koos een pion had meegepikt. Het leidde tot een vrijpion op d4, die geholpen door een binnengedrongen toren oprukte naar d3, tegelijkertijd een aanval van Lg7 op toren a1 mogelijk makend. Dat zag Rob te laat en met een toren en een pion minder was het vechten tegen de bierkoos. (Rob Truijens - Koos van Dalen 0−1)

Michel Verheij schreef bij het inzenden van de notatie van zijn partij tegen Erik Brok: "Ik heb wat kansen laten liggen, waaronder het verdedigen van een vork op mijn dame en loper. (En de partij duurde lang)." Om met die kansen te beginnen, inderdaad liet Michel in de opening de kans om een opgesloten paard te winnen voorbijgaan. En al even inderdaad kostte een pionvorkje hem na een lange periode van gelijk opgaand spel een loper. Erik liet daarna niet meer los wat hij beethad. Na afruilen van zoveel mogelijk hout kwam Michel in een matnet terecht. (Michel Verheij - Erik Brok 0−1)

T11-02-2020


De nieuwe ranglijst en een overzicht van de uitslagen vind je via "Intern" ⇒ "Ranglijst".
Alle foto's van deze ronde kun je zien bij "Intern" ⇒ "Foto's".
Reacties zijn altijd welkom. Plaats ze helemaal onderaan bij "Een reactie plaatsen". Je e-mailadres wordt niet zichtbaar bij de publicatie.

© Wim Platje 16-01-2024 17:01

Sponsor van deze ronde:

Erik Brok - Speler van De Willige Dame


Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *