Verklarende woordenlijst: * Aamborstig - kortademig, amechtig * Aplomb - durf, zelfvertrouwen * Balsturig - dwars, koppig, onwillig, opstandig * Chimère - illusie, begoocheling, chimère, drogbeeld, droom, droombeeld, fantasie, fictie, hallucinatie, hersenschim, hersenspinsel, inbeelding, spooksel, verbeelding, waan, waandenkbeeld, waanidee, waanvoorstelling, zelfbedrog, zelfbegoocheling, zinsbedrog, zinsbegoocheling * Confabuleren - dingen vertellen die niet kloppen * Crapuul - gemeen, ordinair volk, canaille, gepeupel, janhagel, tuig, uitschot, rapaille, grauw * Deemster - schemering * Deemoedig - berouwvol, bescheiden, boetvaardig, kleintjes, nederig, onderdanig, onderworpen, ootmoedig * Dissen - afkraken, beledigen, beledigen (in de hiphopscene), minachtend afkraken, niet respectvol * Drossen - ervandoor gaan, weglopen * Epibreren - niet nader aan te geven werkzaamheden verrichten waarvan men de indruk wil wekken dat ze belangrijk zijn (S. Carmmiggelt) * Fiducie - confidentie, geloof, vertrouwen, vertrouwen op een goede afloop * Fnuikend - catastrofaal, fataal, funest, noodlottig, rampzalig, verderfelijk, vernietigend * Gebrouilleerd - als je ruzie met elkaar hebt, in onmin levend * Handgemeen - clinch, gevecht, gevecht van man tegen man, handtastelijkheden, in gevecht, kloppartij, knokpartij, matpartij, mêlee, rencontre, schermutseling, vechtpartij * Helleveeg - bazige vrouw, boos wijf, duivelin, feeks, furie, haaibaai, harpij, heks, karonje, kenau, kol, loeder * Infaam - eerloos, snood, schandelijk * Katafalk - met zwarte doek bedekte constructie waarop tijdens de uitvaartdienst de kist geplaatst wordt * Kornuit - kompaan, vriend, makker, kameraad * Kuierlatten (nemen) - benen, de benen nemen, weggaan, aan je stutten trekken * Larmoyant - sentimenteel bedroefd, jammerend, wenend * Nooddruftig - arm, armoedig, behoeftig, indigent onvermogend, pover, sjofel * Omineus - ongunstig, onheilspellend, slecht of op een ongunstige afloop wijzend * Ontstentenis - afwezigheid, gebrek, gemis, het niet voorhanden zijn, mangel * Oppositioneel - van de tegenstander * Panacee - denkbeeldig geneesmiddel dat alle ziekten zou genezen * Pekelzonde - duurzaam kwaad, kleine overtreding, kleine zonde, oude zonde * Riposteren - adrem antwoorden, de tegenstoot toebrengen, gevat antwoorden, goed tegenspel geven * Ringeloren - bedrillen, bedwingen, beteugelen, drillen, iemand naar zijn hand zetten, iemand op de kop zitten, in bedwang houden, intimideren, op de kop zitten, plagen, tiranniseren * Sardonisch - boosaardig, boosachtig spottend, boosaardig spottend, demonisch, diabolisch, grijnzend, satanisch, schamper * Starnakel - dronken, stomdronken, ladderzat * Vermeien - (zich ~) zich vermaken * Vermaledijen - vervloeken, verwensen * Vernachelen - beetnemen, verprutsen, in de maling nemen * Zwerk - de wolken aan de hemel, drijvende wolken, eindeloze ruimte, firmament, geluchte, hemel, hemelgewelf, hemelkoepel, uitspansel, wolkendek