WaenSchaeck

Fraaie historie ende alwaer. Magh ick u tellen hoort ernaer! In den geest des schaeckers siet die menighe die waensinnigheit ten top gevaer. Doch den schaecker is een waerlick tovenaer en niets is minder waer!

 

Onzin is zinnige Waanzin

 

Over de schrijver: Dingeman de Moraatz jr.

 

 

WaenSchaeck 1

 

 

 

 

Dr. Dingeman De Moraatz jr. is  plaatsvervangend co-assistent van de tweede secretaris van de ere-vicevoor­zitter van het Koninklijk Nederlands Genootschap ter Bevordering van de Verspreiding van Nutteloze Kennis. Hij schrijft regelmatig onzinnige artikelen in deze rubriek.

 

 

 

 

Schraapschaak

 

In moeilijke tijden, tijden van schaarste, tijden van teruggang mort het volk. Het is van alle tijden. Zo leidden de hoge belastingen ertoe, dat in het voorjaar van1491 de opstand van het Kaas- en Broodvolk in West-Friesland, Kennemerland en Waterland uitbrak. De schaarste aan eerste le­vens­behoeften, nog door misoogsten verergerd, voedden de volkswoede. Wie nu denkt, dat het bij het Palingoproer om een tekort aan paling draaide en bij de Hoekse- en Kabeljauwse twisten om een deficit aan betaalbare vis heeft het echter mis. Goochel even met Google en dat misver­stand is ook weer uit de wereld.

 

Ook nu wordt er veel geklaagd. Kredietcrisis, economische recessie, ontslaggolven en pensioen­perikelen dragen bij aan de algemene onvrede. De bonus- en vertrekregelingen van met name blunderende bankiers zorgen voor enorme onvrede. De ongegeneerd graaiende Scrooges¹ en schrapende Warenars² van de eenentwintigste eeuw worden met knarsetandend misprijzen be­ke­ken en niet zelden grijpen hedendaagse karikaturisten terug op het oude beeld van de weldoor­voede kapitalist, die neerbuigend de straatarme arbeider koeioneert, die met de pet in de hand en achter zich zijn vrouw en zes bloedjes van kinderen deemoedig het ontblote hoofd buigt.

 

Zo, die laatste zin wordt er eentje voor het Groot Dictee der Nederlandse Taal, maar dat terzijde.

 

Inhaligheid is een slechte eigenschap. Zeker ook voor de schaker. De vergiftigde pion die de te­genstander als een worst voorhoudt wordt maar al te vaak ten onrechte genomen, omdat de schaakschraapzucht het wint van het waarschuwende stemmetje in het achterhoofd.

 

Niet altijd is dat echter het geval. Er zijn zelfs varianten van het schaakspel, waarin inhaligheid lo­nend is. Daarbij valt te denken aan het zogenaamde doorgeefschaak, waarbij de partner voort­du­rend brult om meer hout.

 

De huidige trend naar schaamteloze duitendieverij en hebzucht onder bankiers en president-di­recteuren van mondiale concerns zet blijkbaar ook tegenwoordig in het schaken door. Onlangs kwam ik een nieuwe en verbijsterende schaakvorm tegen, waarbij het naar zich toehalen van zo­veel mogelijk stukken een belangrijk onderdeel van het spel is. De hoogste tijd om de uitvinders van het schraapschaak, ook wel inhaalschaak genoemd aan u voor te stellen:

 

Links op de foto (met bril) ziet u Ebenezer (“Epi”) de Gier aan zet met zwart en rechts is Servaes Woekerse aan zet met wit. Oplettende lezertjes hebben natuurlijk onmiddellijk in de gaten, dat deze partij niet ge­heel conform de normale schaakregels verloopt. Dat is niet alleen juist, maar ook  de bedoeling. Staat u mij toe de regels van het spel te verhelderen:

 

Regel α. Allereerst wordt er geloot om de zwart- en witspeler te bepalen. In een  plastic beker met in het reglement nauwkeurig omschreven afmetingen worden door de hoofdscheidsrechter een witte respectievelijk een zwarte pion gedeponeerd. Na schudden van de beker, minimaal drie en maximaal vijf seconden, waarbij de linkerhand voorkomt dat de pionnen de beker voortijdig verla­ten, wordt deze omgekeerd op het midden van het schaakbord geplaatst en vervolgens onder het uitspreken van de woorden “Alea iacta est” ³ opgetild. De pion, die het dichtst bij een speler ligt be­paalt diens kleur.

 

Regel β. Beide spelers zetten hun stukken en pionnen in de normale beginstand op het bord, waarna de arbiter het bord 180º draait en beide spelers de opstelling nauwgezet controleren.

 

Regel γ. Na het indrukken van de schaakklok, die exact 23 minuten aftelt tot de eerste koffiepauze, haalt de witspeler onder het uitspreken van de formule: “Jan pak de leuning!” zijn eerste pion in, dan wel trekt hij een paard naar zich toe. Op dat moment is hij “inhalig”. Dat wil zeggen, dat hij het stuk in de richting van zijn borst, dus naar zich toe beweegt. In het jargon wordt dit het “schrapen van het hout” genoemd. Zwart antwoordt vervolgens met: “HeisFein!” (Hij is fijn!) en schraapt zijn hout. Hij is immers op dat moment “inhalig”.

 

Regel δ. Het spel verloopt vervolgens omgekeerd spiegelbeeldig volgens dezelfde regels als in het normale schaak, evenwel behoudens enige kleine uitzonderingen:

Regel δ.1. Er wordt uitsluitend met de rechterhand geschraapt. (zie foto)

Regel δ.2. De linkerhand mag zich tijdens het spel tegen de tafelrand of tegen de linkerwang be­vinden. (zie foto)

Regel δ.3. Aangezien het inhalen van pionnen aan de 180º-regel gebonden is, wordt “en passant”   slaan slechts dan toegestaan na toestemming van de tegenstander. Er mag tweemaal per 23 mi­nuten geweigerd worden. Dit wordt “vrekken” genoemd. De witspeler houdt de stand bij op het zogenaamde “miserform” (vrekkenformulier) aan zijn rechterzijde. (zie foto)

 

Regel ε. Links schuin achter de zwartspeler dient een vingerplant (Fatsia Japonica) van minimaal 1 m 69 te worden opgesteld. (zie foto)

 

Regel ζ. Na de eerste pauze wordt 23 minuten synchroon in versneld tempo gespeeld. Dit houdt in, dat voor een zet beide spelers de rechtervuist tegen elkaar houden en aftellen tot nul. Het ver­trekpunt wordt voor aanvang van de synchrone fase in overleg vastgesteld met dien verstande dat maximaal vanaf 9 mag worden afgeteld. Op het moment dat de nul wordt bereikt zetten beide spelers simultaan. (zie foto)

 

Regel η. Bij pat wordt slechts dan tot remise besloten, wanneer beide spelers daarover schriftelijk overeenstemming hebben bereikt. Deze regel ligt momenteel echter hevig onder vuur, maar wordt waarschijnlijk, ondanks heftig verzet van de Vlaamse Bond, op het eerstvolgende congres van de Federation Internationale des Echecs Avarice (FIDEA) afgeschoten.

 

Zolang de sport zijn amateurstatus behoudt, ben ik van mening dat we kunnen spreken van een aanwinst voor de mondiale schaakgemeenschap. Ondanks sceptische uitspraken van de Ameri­kaanse neurologen Fischer en Byrne in hun vakblad “Brainwash”, volgens wie met name het syn­chroon versneld spelen tot disharmonische coördinatiestoornissen tussen beide hersenhelften zou leiden neemt wereldwijd het aantal met name jeugdige schraapschakers stormenderhand toe. En waarom eigenlijk ook niet?

 

Voor inlichtingen, cursussen en aangesloten clubs kunt u terecht bij:

 

Nederlandse Schraapschaak Bond (NSB)

p/a Molièrelaan 64

2021 DL Schagen

0656-4656465

http://www.schraapschaak.nl/

Terug naar boven

 

¹ Scrooge: Tot inkeer komende gierigaard uit Charles Dickens’ A Christmas Carol.

² Warenar. Vrek uit P.C. Hoofts Warenar naar Molières: l’Avare.

³ Aan Julius Caesar toegeschreven uitspraak bij het overtrekken van de Rubicon.

 

 

Naschrift: De foto toont Koos van Dalen (links) en Mark van Hulst bij de post-mortemanalyse van hun partij gespeeld tijdens het 6e Den Witten Haen Toernooi op 25 februari 2009 te Dordrecht. Beide spelers van schaaksociëteit De Willige Dame hebben vanzelfsprekend niets te maken met het hierboven beschrevene. De momentopname prikkelde slechts mijn fantasie.

 

© Willem D. Platje jr. April 2009

 

Meer schaak- en ander nieuws op http://www.tomsschaakboeken.nl