|
Zet invalbepaling op de helling meer schaak- en ander nieuws op www.tomsschaakboeken.nl |
|
|
|
door Hans Berrevoets Een regel in het competitiereglement van de RSB dat het verdient
om te worden aangepast aan de nieuwe omstandigheden is de invalbepaling. KNSB
en RSB lopen op dit punt al pakweg 25 jaar niet
gelijk. Bij de RSB
mag een speler maximaal drie keer in een hoger team spelen en dat kan hij of
zij niet meer invallen. De KNSB hanteert voor
KNSB-competitieregels precies omgekeerd: Een speler mag niet meer in een
lager team spelen, zodra hij of zij meer dan drie keer is ingevallen. De ledenvergadering van de RSB koos
een kwart eeuw geleden voor wat betreft de eigen competitiewedstrijden voor
een eigen regeling. Ik pleit ervoor om de invalbepaling
van de RSB in lijn te brengen van de KNSB regels. Dat houdt in, dat de
externe wedstrijdleider van elke RSB vereniging de keus krijgt
om: 1. Hij of zij wil iemand niet kwijt voor zijn
lagere basisteam en houdt het bij maximaal drie keer invallen. 2. Gelet op het aantal beschikbare reserves of
andere omstandigheden is het wenselijk iemand vier keer hoger te laten
spelen. Kortom: Het volgen van de KNSB regel houdt de huidige regel in
stand voor wie dat wenst en geeft meer ruimte om bij dalende ledenaantallen
toch complete teams te kunnen afvaardigen. De beoogde reglementencommissie zou dit als punt mee kunnen
nemen. (Competitie) regels zijn gelijk voor gelijke situaties, tenzij er in
hoogst uitzonderlijke gevallen een afwijking nodig is. Ik zie dat niet m.b.t.
de invalbepaling. |
|
www.tomsschaakboeken.nl |