Zet invalbepaling op de helling

 

meer schaak- en ander nieuws op www.tomsschaakboeken.nl

 

 

 

18.09.09

door Hans Berrevoets

 

Een regel in het competitiereglement van de RSB dat het verdient om te worden aangepast aan de nieuwe omstandigheden is de invalbepaling. KNSB en RSB lopen op dit punt al pakweg 25 jaar niet gelijk.

 

Bij de RSB mag een speler maximaal drie keer in een hoger team spelen en dat kan hij of zij niet meer invallen.

De KNSB hanteert voor KNSB-competitieregels precies omgekeerd: Een speler mag niet meer in een lager team spelen, zodra hij of zij meer dan drie keer is ingevallen.

 

De ledenvergadering van de RSB koos een kwart eeuw geleden voor wat betreft de eigen competitiewedstrijden voor een eigen regeling.

 

Ik pleit ervoor om de invalbepaling van de RSB in lijn te brengen van de KNSB regels. Dat houdt in, dat de externe wedstrijdleider van elke RSB vereniging de keus krijgt om:

 

1. Hij of zij wil iemand niet kwijt voor zijn lagere basisteam en houdt het bij maximaal drie keer invallen.

 

2. Gelet op het aantal beschikbare reserves of andere omstandigheden is het wenselijk iemand vier keer hoger te laten spelen.

 

Kortom: Het volgen van de KNSB regel houdt de huidige regel in stand voor wie dat wenst en geeft meer ruimte om bij dalende ledenaantallen toch complete teams te kunnen afvaardigen.

 

De beoogde reglementencommissie zou dit als punt mee kunnen nemen. (Competitie) regels zijn gelijk voor gelijke situaties, tenzij er in hoogst uitzonderlijke gevallen een afwijking nodig is. Ik zie dat niet m.b.t. de invalbepaling.

 

 

www.tomsschaakboeken.nl