NIEUWS UIT DE RSB           

 

30.12.07

LEER JONGE KINDEREN SCHAKEN!

 

Het Bestuur van de RSB heeft in De Havenloods een advertentie geplaatst  voor deelname aan de opleiding tot SCHOOLSCHAAKLERAAR (m/v).

Lees hier deze uitnodiging.

LEER JONGE KINDEREN SCHAKEN!

 


Voorjaar 2007

Uitvoerige discussie over wijziging van art 5 van de RSB-statuten

 

chaakdebat over RSB op Utrechtsforum             

-         Schaakdebat over RSB op Utrechts forum

-         Reactie van 3 TORENS op discussie rond artikel 5 RSB-statuten  utenp discussie rond artikel 5 RSB

-         Verzet Sliedrecht tegen ”bestrijding” van verenigingen

Bijdrage aan de discussie rond art. 5 van de RSB-statuten

-         De RSB verdient net als clubs veel nieuwe leden, maar hoe?

Een helder en kritisch commentaar van Hans Berrevoets op de voorgenomen wijziging van art. 5 van de RSB-statuten

-         Statutenwijziging RSB ?  Lees de Concept Notulen van A.L. 9 mei 2007

-         Ter overweging: discussiestuk van RSB over de inrichting van de competitie (Bron RSB)

-         Waarheen met de RSB – Competitie?  Een samenvatting van het een en ander en de uitkomst van de enquête. (Bron: RSB)

-         RSB-site

 

Schaakdebat over RSB op Utrechts forum


Onder het motto ,,met regels of in vrijheid meer schaken" is een schaakdebat begonnen op www.utrechtschaak.nl/forum

Het plan van het RSB bestuur om artikel vijf van de statuten aan te passen is de aanleiding.

 

Het onderwerp wordt inmiddels breed belicht. Ook worden veel suggesties gedaan om de schaakbonden te vernieuwen, zodat meer mensen gaan overwegen om lid te worden. Het doel dat het RSB-bestuur voor ogen heeft is immer helder: Meer leden voor de schaakorganisaties. De weg staat alleen ter discussie en dat levert boeiende vergezichten op. Inderdaad kunnen er veel wegen zijn die kunnen leiden naar het doel.

 

Het Utrechtse forum, met als webmaster de voormalige Dordtse schaker Xander Wemmers, mag zich in landelijke schaakkringen in een grote belangstelling verheugen. In het gesprek (of het draadje) over de RSB koers zal het vooral moeten gaan over de zaak, die we allemaal dienen: Meer mensen van alle leeftijden attent maken op de boeiende, leuke, interessante, gezonde kanten van de schaaksport en uiteindelijk meer leden voor onze sport om die toekomst bestendig te maken. 

 

 

 

REACTIE OP DISCUSSIE ROND ARTIKEL VIJF RSB

 

Vanuit de RSB-schaakvereniging 3 Torens uit Berkel wordt oa op de volgende manier gereageerd op de RSB artikel 5 discussie:

 

 

Kom schaken bij 3-Torens,,Het is duidelijk dat de RSB niet gediend is van initiatieven om de schaaksport nieuw leven in te blazen. Vooral de laagdrempelige schaaksoosjes met de echte liefhebbers krijgen het moeilijk.

Bij 3-Torens noemen we dat pionleden. In onze statuten staat zwart op wit dat de vereniging ook leden kent die niet automatisch aangemeld worden bij RSB/KNSB (siamese tweeling). Deze pionleden mogen niet meedoen aan interne of externe competitie maar zijn welkom om af en toe een potje mee te schuiven.

Kijk ook even naar artikel 13 waarin vermeld wordt dat een lid geroyeerd kan worden wanneer deze de RSB in diskrediet brengt. Pas dus maar even op met je kritiek.

 

Juridisch gezien is elke schaakvereniging die aangesloten wil zijn bij RSB/KNSB natuurlijk een onderafdeling van RSB/KNSB. Je statuten mogen formeel niet in tegenspraak zijn met die van de moederbond. Wel kun je een samenwerkingsverband aangaan met een aparte vereniging voor soosleden, desnoods onder de dekmantel van een denksportcentrum, maar dat vereist enige juridische kunstgrepen."

 

 

Verzet Sliedrecht tegen ,,bestrijding" van verenigingen

Discussie rond wijziging van artikel vijf van de RSB-statuten

 

Schaakclub Sliedrecht voert actie tegen het plan van het RSB-bestuur om met scherpere regels te komen voor schaakclubs. De achtergrond is dat de RSB via een wijziging van de statuten een middel wil hebben om clubs te bestrijden, die niet snel genoeg schakers lid maken van de RSB en KNSB. 

Onder het motto ,, Let op waar U voor stemt op 12 september bij de RSB”  heeft de vereniging Sliedrecht een verklaring gestuurd aan bevriende (schaak) relaties. Secretaris Kees Wessels laat daarin weten dat zijn club zelf wil bepalen hoe met schaakliefhebbers wordt omgesprongen. Daarom kondigt Sliedrecht aan op de RSB-ledenvergadering van 12 september tegen de wijzigingen van artikel vijf te stemmen.

De verklaring die namens schaakclub Sliedrecht door secretaris Kees Wessels bekend is gemaakt luidt:

Geachte schaakvriend,

 

Op 12 september 2007 vindt de Algemene Ledenvergadering van de RSB
plaats. Op deze vergadering wordt een Statutenwijziging in stemming
gebracht. Nog niet iedereen realiseert zich de consequenties van het
nieuwe artikel 5, waarmee de bond verenigingen wil "bestrijden" (het
zijn hun eigen woorden!) die niet iedere nieuwkomer direct ook opgeven
als lid van de bond. Onze eigen regelgeving staat toe dat mensen zelf de
keuze hebben om te profiteren van faciliteiten, geleverd door de
schaakbond zoals bondswedstrijden, toernooien het Schaakmagazine en we
willen dat zo houden. Vinden we dat er een lage drempel moet zijn voor
mensen die gedurende een niet vooraf bepaalde kennismakingsperiode de
schaaksfeer komen proeven, zonder dat daar direct financiële
consequenties aan verbonden zijn. Dat is voor onze vereniging een reden
om op 12 september tegen de voorgestelde statutenwijziging te stemmen.

 

Wessels wijst op een debat over het onderwerp op een internetforum:

http://www.utrechtschaak.nl/forum.aspx onder de naam "Met regels of in
vrijheid meer schaken?".

en verder wordt er op dit onderwerp ingegaan op
www.tomsschaakboeken.nl
.

Tevens is er informatie te vinden op de site van de RSB.

 

 

De RSB verdient net als clubs veel nieuwe leden, maar hoe?

(door Hans Berrevoets)

 

De georganiseerde schaakwereld heeft dringend meer geregistreerde leden nodig om als schaaksport een steviger vuist te kunnen maken. Tot nu toe is de ontwikkeling alleen de andere kant op.

De landelijke schaakbond KNSB dreigt zelfs onder de twintigduizend leden te komen. Dat is jammer. Iedereen wil graag een positief schaakklimaat bevorderen. De vraag is alleen: Via welke weg wordt dat het beste bereikt?

 

Het is bekend dat het bestuur van de RSB werkt aan de bevordering van het schaakklimaat. Elke schaakliefhebber zou bereikt moeten kunnen worden door clubs, schaaksozen en andere activiteiten. In welke levensfase iemand zit: schaken kan altijd!

 

Blijven schaken kan zelfs voor senioren van krasse leeftijd een gezondheidsadvies zijn, om bij de samenleving betrokken te blijven. De oud-dameskampioene Catherina Roodzant had het schaken zelfs nog lief tot na haar eeuwfeest.

Promotie, werving, persoonlijk contact, leuke evenementen, leeftijdsbewust schaken en nog veel meer behoort tot de normale instrumenten om de schaaksport te laten (door) klinken. Dan wil je gewoon graag lid worden. De vraag is of er nog andere, zwaardere en verdergaande  instrumenten ingezet zouden moeten worden om mensen lid te maken.

 

ARTIKEL 5

Het RSB bestuur heeft een middel in voorbereiding, dat stap verder gaat. De opzet is om op de algemene ledenvergadering van 12 september een wijziging door te voeren in de statuten (artikel 5). Schaakclubs worden sneller verplicht om mensen officieel aan te melden bij de RSB en KNSB.

 

In artikel 5 is het begrip "leden" nauwkeuriger omschreven zodat alle leden van de verenigingen ook lid zijn van de RSB, zo is de redenering van de RSB. Volgens een ontwerpverslag van een vergadering in mei van de RSB is artikel 5 bedoeld als stok om de hond te slaan.

Ik citeer:

,,De voorzitter merkt op dat het juridische aspect niet het belangrijkste is, maar dat we de verenigingen die hun leden niet als lid van de RSB opgeven willen bestrijden."

 

Deze ene regel weerspiegelt niet het normale vriendelijke en genuanceerde oordeel van de voorzitter. Hij is altijd in voor schaakpromotie en spreekt ook langer dan die ene zin. Het woord bestrijden past  alleen op het bord, maar niet bij normale verhoudingen tussen RSB en schaakclubs. 

Het woord en de wijziging van artikel vijf  lijkt mij voor een positief schaakklimaat wel erg kort door de bocht.

 

De vraag is tevens: Gaat de RSB niet op een te grote stoel gaat zitten, waarop de organisatie niet hoort en niet past?

 

 

STATUTEN

De verenigingen hebben eigen statuten en reglementen. Doel en middelen zijn daarin naar eigen inzichten omschreven. Om dat in overeenstemming te brengen met de eisen in het burgelijk wetboek 2 zijn er vaak notarissen aan te pas gekomen. Elke club probeert vaak de eigen cultuur, de eigen doelstellingen in statuten en reglementen vast te leggen. Dat past ook binnen de vrijheid van vereniging in Nederland. De clubs zijn volledig bevoegd. Als de club zo ingrijpend in de interne beleidsvoering worden beperkt, is meer dan zomaar een keuze.

 

Immers: Het grondwettelijk recht voor vrijheid van vereniging gaat uit boven de wijziging van artikel 5 van de RSB. Dat artikel vijf kan botsen met de handelingsvrijheid van clubs volgens de eigen doelstellingen en middelen, waaraan in het verleden eigen ledenvergaderingen goedkeurig hebben gegeven.

Als de RSB zo artikel 5 wenst te wijzigen, lijkt het distrikt zo boven de clubs te staan. Dat is historisch en praktisch gezien onjuist. De clubs hebben in 1931 de RSB in het leven geroepen om zaken te organiseren van gezamelijk belang. Het is democratie dus van onderop en niet van bovenaf met een dirigent die de muziek voorschrijft.

 

PARTIJ

De verenigingen zijn immers geen (onder) afdeling van een partij, die van bovenaf model statuten en reglementen voorschrijft. De verenigingen zijn zelfstandige rechtspersoon, die zelf bevoegd zijn om keuzes te maken. Zo moet dat blijven. Het RSB verdient ook ruimte en te kunnen besturen, maar daarvoor is geen ander artikel vijf nodig. Voorlopig ben ik niet overtuigd van de noodzaak om een stok te gaan maken om de hond (lees clubs) te slaan.

 

De enige strijd die we samen moeten voeren is om meer leden te werven door een positief schaakklimaat te scheppen. Het stellen van regels en nog eens regels past niet bij deze tijd. Het gaat om een actieve houding, die niet is afgedwongen.

De RSB kan zorgen voor een positief schaakruimte, waarin dat allemaal maximaal lukt.

We kunnen dus beter alle energie steken in positieve strijd voor meer leden en vooral ook meer schakers. De vijver waarin de georganiseerde schaaksport moet blijven vissen naar nieuwe leden moet snel groter worden.

 

 

Bijlage: Huidige artikel 5 en voorgestelde veranderingen:

 

 

Artikel 5 Leden

1. Leden van de RSB zijn:

a. leden van een schaakvereniging (collectieve leden);

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b. individuele leden te onderscheiden in:(i) rechtspersonen en    (ii) natuurlijke personen.

2. Schaakverenigingen zijn verenigingen die:

a. binnen de omschreven geografische grenzen gevestigd zijn;

b. zich ten doel stellen de beoefening van de schaaksport door haar leden te bevorderen en

c. aangesloten zijn bij de RSB.

Onder schaakverenigingen worden mede verstaan de schaakafdelingen van verenigingen met meervoudige doelstellingen.

 

Artikel 5 Leden

1. Leden van de RSB zijn:

a. leden van een schaakvereniging als bedoeld in lid 2 (collectieve leden)

Leden van een schaakvereniging zijn natuurlijke personen

1e die zich als zodanig hebben aangemeld en door de desbetreffende vereniging als lid zijn geaccepteerd;

2e.  die regelmatig deelnemen aan de door de vereniging georganiseerde activiteiten zoals de huishoudelijke competitie of daarmee gelijk te stellen wedstrijden, zowel die voor volwassenen als voor jeugdigen;

3e.  die langer dan drie maanden onder auspiciën van de vereniging regelmatig schaakles of training krijgen, waarvan uitgezonderd het schaakonderwijs op scholen.

b. natuurlijke personen die als individueel lid zijn toegetreden

2. Schaakverenigingen zijn verenigingen die:

a. binnen de omschreven geografische grenzen gevestigd zijn;

b. zich ten doel stellen de beoefening van de schaaksport door haar leden te bevorderen en

c. aangesloten zijn bij de RSB

Onder schaakverenigingen worden mede verstaan de schaakafdelingen van verenigingen met meervoudige doelstellingen.

.

 

 

Concept Notulen

155e Algemene Ledenvergadering

9 mei 2007

Datum: 9 mei 2007
Tijd: 20.00 uur
Locatie: "De Voorhof", Bermweg 332, Capelle a/d IJssel

Bestuur:

Teun Koorevaar Voorzitter
Pieter Pons Secretaris
Kees van 't Land Penningmeester
Sander de Groot Competitieleider
Kees van der Waal PR en verenigingsaangelegenheden
Teun Koorevaar Jeugdleider A.I.
Sander de Groot Wedstrijdleider A.I.

Aanwezigen volgens presentielijst:
Ashtapada (H. Zindel)
Barendrecht (T.P. de Bruijn)
C.S.V. (B.F. Koote)
Charlois/ Europoort (J.H. Leopold en G. Boer)
Erasmus (R. Ansem)
Eeuwig Schaak (Ridderkerk (J. van de Berg)
Het Houten Paard (R. Bosch)
Krimpen a/d IJssel (R. Moerkerken)
Lombardijen (B.A. Kuijper)
Moerkapelle (H. van Elteren en K. Bakker)
Ontspanning (J. Verzijden)
Papendrecht / Alblasserdam (P. van Wermeskerken)
Rokado (T. Zoetemeijer)
RSR Ivoren Toren (J. van Ruitenburg en A. Rutten)
Sliedrecht (P. van den Bergh)
Spijkenisse (R. van der Beek)
De IJssel (A. van den Berg)

Totaal: 43 verenigingen (2102 leden)
Percentage aanwezig: 17 verenigingen, leden = %
Percentage MKA: 7 verenigingen, leden = %
Percentage ZKA: 19 verenigingen, leden = %

MKA: Groenoord, Hoeksche Waard, HZP Schiedam, Klim-Op, Onesimus, De Penning, Unilever, F.G. Maas (erelid), Piet Pouw (Servicepunt West)

Ereleden/ Pers. Leden/ Leden van verdienste/ Overige aanwezigen:

S. van der Beek (bestuursmedewerker)
A. Scheel (webmaster)
K. Schrijvers (persoonlijk lid)
M. Degeling (Lid van verdienste en Bondsraad)
A. Ooms (Bondsraad)

  1. Opening
    De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom.
  2. Ingekomen stukken en mededelingen
    De verenigingen die zich afgemeld hebben, worden genoemd.
    De voorzitter geeft aan dat er een stuk van de Leidsche Schaakbond is ontvangen met het verzoek te komen tot een gezamenlijke competitie tussen de LSB, de HSB en de RSB. Dit stuk zal in het bestuur besproken worden, voordat het aan de vergadering wordt voorgelegd.
    De voorzitter meldt de Koninklijke onderscheidingen die Frans Maas en Aad van den Berg voor hun inzet voor de schaaksport hebben ontvangen. Hij overhandigt aan Aad van den Berg een bos bloemen en complimenteert de verenigingen die de vrijwilligers hebben voorgedragen.
    In vervolg op de laatste ALV overhandigt de voorzitter een cadeau aan de heer Schrijvers voor zijn inzet voor de RSB; hij ontvangt een tegoedbon voor een weekend voor twee personen.
  3. Notulen 154e ALV
    Bij de notulen wordt opgemerkt dat op pagina 2 achter A. Rutten de toevoeging Bondsraad opgenomen moet worden. De notulen worden verder goedgekeurd zonder op- of aanmerkingen.
  4. Voordracht van Pieter Pons als secretaris
    De voorgedragen secretaris krijgt kort de gelegenheid zich voor te stellen. De vergadering gaat akkoord met de voordracht.
  5. Begroting 2007 / 2008
    De penningmeester geeft een toelichting op de begroting, die sluit met een tekort. Het bestuur vindt dit verantwoord door het stevige eigen vermogen van de RSB en het feit dat het tekort aan het einde van het jaar meestal meevalt. Dit komt vooral door een gebrek aan activiteiten en dat is minder positief.
    De KNSB heeft de contributie verhoogd en de RSB heeft een verhoging van 2% doorgevoerd. In de toelichting staan de belangrijkste zaken genoemd.
    De heer Van Wermeskerken vindt de structuur met een diversiteit aan leden ondoorzichtig. Dit sluit aan bij de manier waarop de KNSB de leden registreert.
    De heer Verzijden merkt op dat jeugdleden het bondsblad niet ontvangen terwijl zijn vereniging dat wel wil. Vanaf begin 2007 krijgen alle leden het bondsblad toegestuurd.
    Geen van de leden heeft bezwaar tegen aanpassing van de contributie en de begroting wordt aangenomen.
  6. Uitreiking van de bekers
    De competitieleider reikt de prijzen uit aan de aanwezige verenigingen die kampioen zijn geworden in de RSB-competitie en aan de bekerkampioen.
  7. Statuten en huishoudelijk reglement
    De heer Van der Waal geeft een toelichting op de wijziging van de statuten en het HR.
    Deze stukken zijn aangepast naar de huidige inzichten. Dit is gebeurd in samenwerking met de Recom en twee juristen, mr. L.J. Verhoeven (Erasmus) en mr. C.J. Went (Dordrecht), die om advies gevraagd zijn over het eerste ontwerp. Daarna is de verenigingen gevraagd op het ontwerp te reageren, hierop hebben slecht twee verenigingen gereageerd. In het voorgelegde concept ontbreekt nog de ledenadministrateur van de RSB, waarover in de vorige algemene ledenvergadering is beslist.
    Het is de bedoeling om op hoofdlijnen van gedachten te wisselen over het memo en dat naar aanleiding van de opmerkingen uit de vergadering de tekst wordt afgerond.

    Eerst worden de statuten doorgenomen.

    In artikel 5 is het begrip "leden" nauwkeuriger omschreven zodat alle leden van de verenigingen ook lid zijn van de RSB. De heer Degeling vraagt zich af of deze bepaling juridisch houdbaar is voor b.v. een deelnemer van een training. Dit punt wordt meegenomen naar de notaris om vast te stellen hoe deze bepaling verhoudt tot de statuten van de verenigingen. De voorzitter merkt op dat het juridische aspect niet het belangrijkste is, maar dat we de verenigingen die hun leden niet als lid van de RSB opgeven willen bestrijden. De suggestie om een proeftijd voor jeugdspelers van een aantal maanden op te nemen, vindt noch het bestuur noch de vergadering een probleem. De heer Scheel vraagt of er inzicht bestaat in het aantal niet geregistreerde leden. Hierin bestaat geen inzicht.

    In Artikel 10 wordt opgenomen dat de uitnodiging en stukken op de site wordt gepubliceerd. Een vereniging heeft aangevoerd dat dit mogelijk strijdig is met de privacy. Dit is hooguit van toepassing op persoonlijk informatie. Er is geen bezwaar tegen publicatie op de site waarbij we zorgvuldig met persoonlijke informatie omgaan. De redactie wordt aangepast naar aanleiding van de gemaakte opmerkingen.

    In artikel 11 is nu een gewone meerderheid opgenomen in plaats van de gekwalificeerde meerderheid in de bestaande statuten. Het voorstel wordt gevolgd. In een schriftelijke reactie heeft Spijkenisse voorgesteld het beëindigen van het erelidmaatschap in hetzelfde artikel op te nemen. Het voorstel wordt gevolgd.

    Artikel 12 Alle bestuursleden worden in functie gekozen, voorstel is dit alleen te doen voor voorzitter, secretaris en penningmeester. Bestuur heeft hiermee de vrijheid de functies anders in te delen. Het voorstel wordt gevolgd. Verder speelt de termijn van aanstelling, die nu een jaar is. Voor de continuïteit van het bestuur is het wenselijk om hier drie jaar van te maken. Dan komt er een rooster van aftreden met een totale benoemingsperiode van 9 jaar. Er bestaat geen bezwaar tegen drie keer drie jaar . In lid 6 staat een tussenperiode van drie jaren. Over dit onderdeel vindt een discussie plaats, omdat verschillende leden een passieve periode van 1 jaar voldoende vonden. Het bestuur zal dit onderdeel nogmaals bezien. De heer Schrijvers merkt op dat de KNSB 2 keer 4 jaar heeft, maar we volgen met deze opzet de aanbeveling van het NOC-NSF.

    In artikel 13 wordt uitvoeriger dan voorheen een beschrijving van de taken en bevoegdheden van het bestuur gegeven.

    Artikel 19 kent overgangsregeling voor rooster van aftreden. Hier wordt gevraagd of voorgaande dienstjaren mede in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de maximum zittingsduur van een bestuurslid. Dit is wel de bedoeling van het voorstel. Bezien zal worden of de tekst duidelijker moet.

    Na de toelichting kunnen algemene vragen over de statuten gesteld worden. De heer Rutten stelt een vraag over artikel 10 lid 3d inzake het spreekrecht van bondsraadleden of commissieleden. Hier wordt een onderscheid gemaakt in de mogelijkheid tot spreken en een spreekrecht. Alle toehoorders kunnen bij toestemming van de voorzitter of de vergadering het woord krijgen. Verder wordt een vraag gesteld over artikel 11a inzake de telling van het aantal leden. Een dubbellid betaalt geen contributie en heeft om die reden geen stemrecht.

    Vervolgens wordt het Huishoudelijk reglement besproken.

    In artikel 8 wordt de procedure voor schriftelijk stemmen vereenvoudigd. De vergadering gaat akkoord.

    Artikel 9 is aangepast aan de huidige praktijk. Spijkenisse heeft in haar reactie aangegeven dat zij een functie voor fundraising mist. Volgens de heer Van der Waal missen we juist iemand die sponsorzaken doet.

    Artikel 13 kent een nieuw onderdeel waarin staat opgenomen dat iemand die zich onsportief gedraagt kan worden uitgesloten van wedstrijden.

    Artikel 16 geeft aan dat de voorzitter van de RSB de voorzitter wordt de bondsraaddelegatie. De vergadering stem in met deze wijziging.

    Over artikel 17 van de statuten is in een reactie door Spijkenisse gewezen op de mogelijkheid dat in de toekomst geen overeenstemming wordt bereikt over de bestemming van een eventueel voordelig saldo bij liquidatie van de RSB. Het bestuur zal bezien of een aanscherping van de tekst wenselijk is.

    In de september vergadering wordt de finale tekst in stemming gebracht en daarna bij de notaris ingediend.
  8. Rondvraag
    De heer De Waal herinnert de aanwezigen aan de door hem verzonden enquête over de viertallencompetitie en vraagt de verenigingen te reageren. De heer R. van der Beek vraagt of de notulen binnen een maand opgestuurd kunnen worden. De notulen zullen in concept binnen het bestuur worden afgestemd en daarna verspreid worden. Vervolgens vraagt de heer Van der Beek wat er aan het ledental van de RSB wordt gedaan. De voorzitter geeft aan dat het beleid met name gericht wordt op de jeugd. Hij presenteert kort het plan SchoolZ dat door de KNSB is ontwikkeld. Papendrecht/Alblasserdam heeft de gemeente benaderd om te zorgen dat de basisscholen de schaakkist krijgen. Deze aanpak zal op de site geplaatst worden. SpeelZ blijft boven in de site staan. Ook andere initiatieven zullen op de site gepubliceerd worden.

    Er zijn flyers gemaakt die via de site besteld kunnen worden.

    De heer Van den Berg is ontevreden op de inhoud van het Schaakmagazine en vraagt of de bondsraad hier invloed op heeft. Dat is niet zo.

    De heer Scheel mist de kaderbrief op de site of het bericht dat we hiermee zijn gestopt.
  9. Sluiting
    De voorzitter sluit de vergadering om 23.00 uur en bedankt iedereen voor hun aanwezigheid.

    De volgende algemene ledenvergadering staat gepland op 12 september 2007 om 20.00 uur op dezelfde locatie.

 

 

WAARHEEN MET DE RSB – COMPETITIE?

 

 

Bij sport hoort ontegenzeglijk een competitie element. Men wil zijn eigen kracht of dat van een team waar men deel van uitmaakt meten waarbij de resultaten van gespeelde wedstrijden, in ons geval ook schaakpartijen, een indicatie geven van die sterkte.

Om aan de competitiewens van de schakers, waartoe ik mij verder zal beperken, tegemoet te komen organiseert de schaakvereniging onderlinge wedstrijden, gewoonlijk aangeduid als de huishoudelijke competitie. Afhankelijk van de omvang van het deelnemersveld kan door een indeling in klassen en de daaraan verbonden promotie- en degradatieregeling nog een extra element van spanning worden ingebracht.

Naast de huishoudelijke competities geeft een externe competitie een extra dimensie aan de schaaksport, n.l  die van teamsport. Teams samengesteld uit leden van een vereniging nemen het op tegen van andere verenigingen en ook hier zorgt de klasse indeling en de daaraan verbonden promotie – en degradatie voor de nodige spanning.

 

Het welslagen van de competities, zowel huishoudelijk als extern, hangt in hoge mate af van het gekozen systeem, de indeling en het sportieve wedstrijdelement. Met dit laatste wil ik duiden op de gewenste gelijkwaardigheid van de tegenstand. Schaken tegen een veel te sterke of een veel te zwakke tegenstander geeft op den duur geen bevrediging.

 

In de RSB – competitie hebben we jarenlang gewerkt volgens een rooster systeem en een indeling in klassen naar een piramidaal model, d.w.z. aan de onderkant een brede basis en naar boven toe spits toelopend. In ideale vorm komt dit neer op:

 

Promotieklasse            1 groep         van 8 teams

1e klasse                      2 groepen     van 8 teams

2e klasse                      4 groepen     van 8 teams   

3e klasse                      8 groepen     van 8 teams   

4e klasse                    16 groepen     van 8 teams

 

Om een dergelijke opbouw als succesvol te kunnen aanmerken moet het wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

Ten eerste moeten er voldoende teams per groep zijn, waarbij de ervaring ons heeft geleerd dat voor de RSB- competitie acht teams per groep een goed aantal is. Bij grotere aantallen wordt het tijdsbeslag te groot en dat gaat ten koste van de huishoudelijke competities.

Ten tweede moeten de teams niet te klein zijn om te voorkomen dat de aanwezigheid en het geboekte resultaat van één of twee relatief sterke of zwakke spelers te veel gewicht hebben, in positieve of negatieve zin, voor de totaaluitslag van de wedstrijd.

Ten derde moet de gemiddelde speelsterkte van de teams spelend in eenzelfde groep niet al te grote verschillen vertonen.

Verder zijn er nog wat andere zaken van belang, zoals goede accommodaties en materiaal, een duidelijk competitiereglement, adequate communicatie en administratie, etc. Deze elementen blijven in het navolgende onbesproken ook al zijn deze wel degelijk mede bepalend voor het welslagen van de competitie.

 

In hoeverre voldoet de RSB-competitie aan de drie hiervoor genoemde voorwaarden?

 

Ten eerste is de vraag of er voldoende teams zijn ontkennend te beantwoorden.

Het ledenaantal van de RSB was zo’n vijftien jaar geleden nog rond de 3000, maar anno 2007 is dit aantal gereduceerd tot ongeveer 2000. De teruggang is zowel bij de senioren als bij de jeugd waarneembaar. Dit heeft uiteraard zijn weerslag op het aantal teams dat door de verenigingen wordt ingeschreven voor de RSB-competitie.


 

In het nu afgelopen seizoen 2006/07 zag de competitie-indeling er als volgt uit:

 

Promotieklasse           1 groep          van 8 teams

1e klasse                     2 groepen      van 8 teams

2e klasse                     4 groepen      van 8 teams   

3e klasse                    4 groepen      van 8 teams   

4e klasse                    3 groepen      van x teams

 

In de 4e klasse werd gespeeld 2 groepen elk uit 6 teams en 1 groep uit 7 teams.

 

De piramidale opbouw is ver te zoeken maar voor de invulling van de promotieklasse tot en met de 3e klasse is de situatie niet onaanvaardbaar. De samenstelling van de 4e en laagste klasse doet echter afbreuk aan het geheel.

 

De tweede voorwaarde heeft betrekking op de omvang van de teams. In alle groepen wordt gespeeld met achttallen en dat is stellig niet te klein.

 

De samenstelling gemeten naar gemiddelde speelsterkte, de derde voorwaarde, laat vooral in de 3e en 4e klasse te wensen over zo blijkt uit statistisch werk verricht door Ronald Damhuis (3-Torens).

 

 

“In bovenstaande figuren is de gemiddelde ELO-rating per deelnemend team uitgezet. Het is evident dat de krachtsverhoudingen in de derde en vierde klasse relatief groot zijn”, aldus Ronald Damhuis.

Samenvattend is de conclusie dat de RSB competitie voldoet aan één van de drie objectief gestelde voorwaarden voor de inrichting van een goede competitie. Het is dus tijd ons te beraden op deze situatie en nieuwe of in elk geval andere wegen in te slaan.

 


 

Waarheen met de RSB-competitie?

 

Er zijn al wat suggesties gedaan. Ten eerste door Ronald Damhuis die bij zijn grafieken nog optekent:

 

“In een tijd waarin iedereen klaagt over de beperkte doorstroming van de jeugd of het moeizame enthousiasmeren van de thuisschakers is het natuurlijk droevig dat we in de lagere regionen geen interessante RSB-competitie kunnen bieden. Ware het niet beter om de competitie indeling aan te passen aan de werkelijke krachtsverhoudingen en zelfs een vijfde klasse te creëren? Teams met een gemiddelde rating beneden de 1500 kunnen dan opteren voor een aspirantenklasse. Met drie poules in de derde klasse, twee in de vierde klasse en 1 aspirantenklasse wordt de competitie veel leuker.

Potentiële kandidaten aspirantenklasse: CSV 2 (1367), Dordrecht 5 (1407), Messemaker 5 (1347), Ysselmonde 2 (1375), 3-Torens 4 (1376), Papendrecht 4 (1258). Dit zijn teams die nu als kop van jut fungeren maar in een aspirantenklasse leuk tegen elkaar kunnen uitkomen. Vooral voor de jeugdteams is het gat met de senioren momenteel te groot. Eventueel zouden we de aspirantenklasse open kunnen stellen voor viertallen omdat het vaak voorkomt dat een vereniging geen achttal (met reserves) over heeft, maar dat voert momenteel waarschijnlijk nog te ver.”

 

Ook Aad van den Berg (De IJssel) maakt gewag van de veranderingen. Hij schrijft:

 

“In de RSB competitie wordt door de terugloop van deelname de omvang van de vierde klasse steeds kleiner. Bovendien treedt door extra promoties (om de derde klasse vol te krijgen) een vervlakking in speelsterkte op.”

 

Vervolgens komt hij met de volgende suggestie:

 

“In bijna alle andere regionale schaakbonden tracht men dit probleem te ondervangen door verkleining van de teams cq het introduceren van speciale competities voor met name viertallen, zoals blijkt uit onderstaand overzichtje:

 

FSB                4e klasse zestallen, 5e klasse met viertallen (8)

NOSBO         Speciale viertallen competitie

SBO               3e klasse zestallen, 4e klasse met viertallen (12)

OSBO                        3e en 4e klasse met zestallen

SGS               Speciale viertallen competitie (35 teams)

SGA               5e klasse met viertallen (7)

NHSB                        Speciale vierde klasse met viertallen (24 teams)

LeiSB             Laatste klasse (3e) klasse met zestallen, recreatieklasse met viertallen (6)

HSB               Laatste klasse (4e) klasse met zestallen

ZSB                Laatste klasse (2e ) met viertallen (12)

NBSB            Naast normale competitie op zaterdag, een avondcompetitie met viertallen (51)

LiSB               Laatste klasse (3e) met viertallen (21)

 

De verkleining van teams heeft bij sommige bonden veel succes. De RSB is de enige bond die streng vast houdt aan achttallen. De invoering van viertallen en/of zestallen is op zijn minst een overweging waard, lijkt mij. “  

Tot zover Aad van den Berg. Later zou hij nog eens onderstrepen dat hij er voorstander van is dat viertallen los van de competitie een eigen competitie spelen.

 

Aan de suggesties van Aad van den Berg is een vervolg gegeven in de vorm van een kleine enquête gehouden bij alle RSB-verenigingen. Bij het uitschrijven van die enquête was de bijdrage tot de discussie van Ronald Damhuis mij helaas niet bekend.

 

Wat was de uitkomst van de enquête?

 

Aangeschreven 42 verenigingen met een totaal bestand van 2082 leden.

Antwoord werd ontvangen van 24 verenigingen (57.1%), vertegenwoordigend 1193 leden (57.3%);

 

Vraag 1a  Wilt u spelen met zestallen in de laagste klasse?

ja                     = 13 verenigingen (54.2%), met 592 leden (49.6%);

neen                =   8 verenigingen (33.3%), met 556 leden (46.1%)

blanco             =   3 verenigingen (12.5%), met   45 leden (  4.3%)

 

Vraag 1b Wilt u de 4e klasse afschaffen?

ja                     =   4 verenigingen (16.7%), met 122 leden (10.2%)

neen                = 12 verenigingen (50.0%), met 749 leden (62.8%)

blanco             =   8 verenigingen (33.3%), met 322 leden (27.0%)

 

Vraag 1c  Wilt u alles ongewijzigd laten?

ja                     =   5 verenigingen (20.8%), met 383 leden (32.1%)

neen                = 17 verenigingen (70.8%), met 783 leden (65.6%)

blanco             =   2 verenigingen (  8.4%), met   27 leden (  2.3%)

 

Vraag 2  Wilt u een afzonderlijke competitie voor viertallen invoeren?

ja                     =   6 verenigingen (25.0%), met 309 leden ( 25.9%)

neen                =   7 verenigingen (29.2%), met 418 leden (35.0%)

blanco             =  11 verenigingen(45.8%), met 466 leden (39.1%)

 

Wat mogen wij uit bovenstaande cijfers concluderen? Ik doe een voorzichtige poging.

 

Conclusie 1: Opvallend is de toch wel teleurstellende respons. De competitie gaat ons allen aan en dus ook de schakers die van verenigingen waarvan het bestuur gemeend heeft niet te moeten reageren, zelfs niet na een vriendelijke gestelde herinnering.

Dat is jammer omdat men op die manier niet bijdraagt aan het verkrijgen van het gewenste inzicht, jammer omdat daarmee afbreuk wordt gedaan aan de goede bedoelingen van de groep die wel de moeite heeft genomen de vragen te beantwoorden en niet in de laatste plaats jammer voor de leden van de betreffende verenigingen, daar hun mening nu onbekend blijft.

 

Conclusie 2: Spelen met zestallen in de laagste klasse heeft gelet op het aantal verenigingen een duidelijke meerderheid aan “voorstemmers”, maar met het aantal leden als wegingsfactor wordt het overtuigende “ja” gereduceerd tot slechts een krappe meerderheid.

 

Conclusie 3: Duidelijk is dat het afschaffen van de 4e klasse veel tegenstanders heeft, ondanks het gegeven dat juist die 4e klasse de zwakke schakel in ons competitiebestel is. Creatieve oplossingen zijn dus geboden.

 

Conclusie 4: Moet er wel iets gewijzigd worden in de competitieopzet? Zeer zeker, meent een forse meerderheid, ook al is daarmee nog niet aangegeven welke kant het op moet.

 

Conclusie 5: Moet er een afzonderlijke viertallencompetitie komen wordt niet duidelijk beantwoord. Ik moet toegeven dat de vraag ook wel wat ruim is gesteld, zo is onduidelijk of bedoeld wordt een competitie voor de minst sterke schakers, wat het speeltempo is, en dergelijke. Uit het door Aad van den Berg samengestelde overzicht blijkt evenwel dat in de andere regionale bonden van enig succes sprake is. We kunnen er alle kanten mee op, stellig ook de goede.

 

Waarheen met de competitie? Het is een blijft een boeiende vraag. Mag deze vraag los worden gezien van andere vraagstukken waar het georganiseerde schaak mee wordt geconfronteerd, zoals de reductie van het ledenaantal, en dergelijke? Stellig niet, is mijn overtuiging.

De externe competitie is onderdeel van ons totale schaakaanbod of anders gezegd een marketing vraagstuk. Ook de gang van zaken bij de verenigingen maakt daar deel vanuit zoals de huishoudelijke competitie, accommodatie, het clubblad en ditzelfde geldt ook voor de vele uitstekende toernooien georganiseerd door zichzelf respecterende verenigingen, de al dan niet centrale trainingen voor de jeugd, de schaaklessen aan huismoeders en al dan niet bijbehorende vaders, en vult u het lijstje zelf maar verder aan.

 

Er is, zo wil ik wel vaststellen, nog heel wat werk aan de winkel. Het RSB bestuur zal zich op korte termijn beraden over door mij getrokken conclusies. Maar blijft u als het u belieft  nu niet passief aan de kant staan. Reacties, suggesties zie ik gaarne op mijn e-mail (kluizenest@planet.nl) van u tegemoet. Het bestuur zal en kan van uw inbreng dankbaar gebruik willen maken.

 

Kees van der Waal

(bestuurslid PR en Verenigingszaken)

 

 

 

 

Ter overweging

 

In de RSB competitie wordt door de terugloop van deelname de omvang van de vierde klasse steeds kleiner. Bovendien treedt door extra promoties (om de derde klasse vol te krijgen) een vervlakking in speelsterkte op.

 

Door terugloop van de ledentallen zijn er diverse verenigingen die beperkingen moeten aanbrengen in competitieteams omdat daarvoor onvoldoende aantallen, acht per team, beschikbaar zijn.

 

Door de RSB is vorig jaar de mogelijkheid voor combiteams geschapen. Dat blijkt, gezien de deelname, geen succes. Zo’n combiteam is toch niet echt een club team waarmee men zich kan identificeren. Dat geldt ongetwijfeld ook voor het door Kees van der Waal geopperde idee van streekteams.

 

In bijna alle andere regionale schaakbonden tracht men dit probleem te ondervangen door verkleining van de teams cq het introduceren van speciale competities voor met name viertallen, zoals blijkt uit onderstaand overzichtje:

 

BONDEN

TEAMS MET BIJZONDERE OMVANG

 

FSB  

NOSBO

SBO

OSBO

SGS

SGA 

NHSB

LeiSB

 

HSB

ZSB

NBSB

 

LiSB

4e klasse zestallen, 5e klasse met viertallen (8)

Speciale viertallen competitie

3e klasse zestallen, 4e klasse met viertallen (12)

3e en 4e klasse met zestallen

Speciale viertallen competitie (35 teams)

5e klasse met viertallen (7)

Speciale vierde klasse met viertallen (24 teams)

Laatste klasse (3e) klasse met zestallen, recreatieklasse met viertallen (6)

Laatste klasse (4e) klasse met zestallen

Laatste klasse (2e ) met viertallen (12)

Naast normale competitie op zaterdag, een avondcompetitie met viertallen (51) 

Laatste klasse (3e) met viertallen (21)

        

De verkleining van teams heeft bij sommige bonden veel succes. De RSB is de enige bond die streng vast houdt aan achttallen. De invoering van viertallen en/of zestallen is op zijn minst een overweging waard, lijkt mij.

 

Voorts nog een aardig idee ter ‘opvrolijking’ van de competitie wat ik las in het laatste nummer van Schaakmagazine. Bij de OSBO is er voor elke klasse een gemeenschappelijke slotronde te organiseren door één van de deelnemende verenigingen. Dat blijkt daar een groot succes.

 

Aad van den Berg

 

 

www.tomsschaakboeken.nl