|
Haalt de
schaakbond met de districten wel 2020 ?? Doe mee met
de discussie op het forum www.utrechtschaak.nl
|
|
|
|
De vraag kan niet genoeg worden gesteld, want we vinden schaken
toch de moeite waard? Haalt landelijk de schaakbond met de districten wel
2020? Dichter bij huis: De toekomst van het district RSB (Rotterdamse Schaakbond) en de
schaaksport als nationale sport met veel uitstraling staat op het spel. Weten de schaakliefhebbers dat? Willen zij overleven of willen zij
schaakondernemers worden? Zijn schakers alleen maar consumenten of willen
schakers ook producten maken en die in de schaakmarkt zetten? Enthousiaste mensen zijn er gelukkig dichtbij
en verder weg altijd gebleven. Op internet leeft schaken op een aantal
plekken, maar het aantal vrijwilligers blijft dalen. De tekenen van de tijd werken niet altijd
stimulerend. Cijfers De kille cijfers spreken boekdelen. De RSB, als één van de dertien districten van de schaakbond
(KNSB), ging terug van bijna 3000 leden naar rond de 1900 clubleden. Het aantal verenigingen daalde ook van vroeger
rond de 65 naar nu onder de 45. KNSB De landelijke schaakbond ging terug van rond de 30.000
geregistreerde clubschakers naar rond de 20.000 clubschakers toe. Daarnaast
zijn er van buiten de clubwereld individuele schakers bijgekomen, waardoor
het beeld positiever oogt naar de buitenwereld. De KNSB claimt zelfs voor het
eerst een plus. Prima uit marketing oogpunt, maar het komt niet voort uit de
clubstructuur van de KNSB. RSB Als je de ontwikkelingen over de laatste zeven
jaar neemt, is er jaarlijks sprake van een afkalving van twee á drie procent
van het aantal geregistreerde clubschakers. Dan staat de RSB bij ongewijzigde
omstandigheden rond 2015 op circa 1500 leden en zijn er rond 2020 nog tussen
de 1200 en 1300 clubschakers over. Internet De terugloop loopt haast gelijk aan de
afkalving van het aantal mensen dat nog een abonnement heeft op een krant. De
dagbladen zoeken telkens naar nieuwe vormen om hun lezers vast te houden en
proberen nieuwe mediaontwikkelingen uit op internet. De KNSB is begonnen met
een internet-kampioenschap. De daling van echte clubleden houdt wel
in, dat steeds meer verenigingen een kritische grens naderen, die kunnen passeren
en dus dan op omvallen staan of door nood gedreven nieuwe fusies aangaan. Als er niks wordt gedaan, is een interne
competitie niet meer goed mogelijk, is er steeds minder kader om het werk te
doen en ook voor de externe competitie zijn er steeds minder mensen op de been te brengen. Een aantal leden vindt soms extern spelen met
een drukke werkkring niet meer te combineren. Aangezien de schaaksport nog
vooral een mannensport is, kan ook meetellen dat de partner thuis steeds
vaker ook een normale baan heeft en/of niks met
schaken heeft. Meer signalen zijn er binnen gekomen. Sluimerfase Het RSB-bestuur
lanceerde daarom enkele jaren geleden de actie: het roer moet om. Oud-KNSB-bestuurder Kees van der Waal zette zich enorm
voor in met voorzitter Teun Koorevaar aan zijn
zijde. De Oostelijke schaakbond sprak in eigen
woorden over een schaakoffensief. Hoe is het vervolg? Inmiddels
gaat het verhaal dat daar in het oosten het gehele bestuur is afgetreden,
want het offensief werd onvoldoende door de clubs gedragen. In andere districten van de KNSB lijkt een
sluimerfase aanstaande te zijn. De districten willen proberen te
overleven en minibesturen kiezen steeds meer voor het parool: we passen
alleen op de winkel. Een deel van de analyse is vaak, dat de structuur
van de schaakbond stamt uit de negentiende eeuw. Dat er nog nooit een
grondige aanpassing is geweest aan de omstandigheden. Soms komt een plan op tafel of in de KNSB-bondsraad om het aantal districten terug te brengen
tot vier of vijf divisies. Dat zou voor de RSB kunnen inhouden een fusie
met de Haagse en de Leidse bonden. De doelstelling van de RSB,
bij oprichting in 1931, was juist het overbruggen van de afstand tussen de
clubs en de landelijke schaakbond. De RSB als district lijkt nu soms voor veel
schakers al een ver ,,van mijn bedshow te zijn” en
dat kan dan worden versterkt. Om de leden nog betere te leren, organiseert
het RSB-bestuur nu regio-bijeenkomsten.
Prima initiatief! De wil is er dus, maar tot nu toe kan nog geen
rendement worden genoteerd. De clubs in het gebied van Beverwijck
hebben als tussenoplossing de oprichting van een gezamenlijke stichting, die
aan schaakpromotie doet. De cijfers bewijzen na twee jaar dat deze ontwikkeling effect heeft. Een voorbeeld tot
navolging? De schaakmarkt laat meer zien. Het schaken overdag, met de oplopende
vergrijzing, neemt steeds meer een hoge vlucht. Aan een competitie tussen overdagclubs lijkt nog geen behoefte te bestaan. De komst van internet heeft ook voor een
revolutie gezorgd voor de schaakwereld en het organisatiegebouw van clubs
onder druk gezet. Schaken als middel tot onderling contact heeft
een andere betekenis gekregen, alhoewel er bij snel
schaken op internet meestal geen tijd is om elkaar te leren kennen. Plan De RSB heeft op woensdag 6 mei een
ledenvergadering. Het aangekondigde aftreden van drie bestuursleden
(voorzitter Teun Koorevaar, Kees van der Waal en
Pieter Pons) zou een hamerstuk kunnen zijn op weg naar de najaarsvergadering.
Ik hoop van niet. De vraag zou ook gesteld kunnen worden: Staat
de continuďteit van onze organisatie niet op het spel? Moet de vraag: haalt
de schaaksport en de organisatie wel 2020 niet worden omgezet in de discussie
plan 2020! Als er geen gesprek over los komt, dan weten
de bestuursleden van nu, dat er alleen maar mensen gevraagd hoeven te worden
om op de winkel te passen. De RSB wil dan overleven en de clubs doen ook
hun best om de winter door te komen. Dan zijn er ook geen mensen nodig die in
woord en daad hun nek willen uitsteken. Zou dat beeld ook elders
in Nederland anno 2009 zo zijn? Teun Koorevaar was
als voorzitter van de RSB zeven jaar iemand, die er niet was om op de winkel
te passen. Hij
durfde in de schaakwereld experimenten aan, bouwde een netwerk op en wist
veel mensen schaakenthousiast te maken. Zo vond hij de weg naar het onderwijs weer op
een nieuwe manier uit. Het markante was bv. wel, dat de opgeleide
schaakleraren in grote meerderheid al van buiten de clubs komen. Kortom: De clubs vormen de basis van de districten,
die samen de KNSB vormen.
Is een district, bv. zoals de RSB,
nog nodig om te blijven voortbestaan of moet in de bondsraad worden
voorgesteld dat er een herstructuring moet komen en
alles wordt gecentraliseerd? Haarlem wordt dan het hoofdkantoor met nog
elders filialen of nevenvestigingen van de KNSB om alles zo goedkoop mogelijk
in stand te houden. De vraag stellen is soms belangrijk dan direct
een antwoord geven. De schaakwereld moet een antwoord geven toch? Debat Ik hoop op een levendig debat. Misschien maakt
dat het mogelijk dat onze uitstekende voorzitter binnen de RSB nog even
langer leiding zou willen geven aan een noodzakelijke discussie over de toekomst. Als
niemand binnen het district daaraan enige behoefte heeft, dan verklaart dat
alles over zijn besluit om half september af te zwaaien. Een kandidaat die
voor leven in de (schaak) brouwerij wil zorgen,
hoeft dan ook later niet op te staan, want het vertrek van een voortreffelijk
bestuurder bewijst dan genoeg. Misschien zijn we dan zover om voor de winkel
een automatisch antwoordapparaat kopen met de boodschap: Voor schaakzaken
moet u bellen naar het bondsbureau in Haarlem. De competitie-uitslagen kunnen
dan worden bijgehouden. De competitieleider van de KNSB en de
beroepskrachten van de KNSB hebben dan nog enkele vrijwilligers rond lopen,
die nog niet in het oude RSB-gebied de pijp aan maarten hebben gegeven? De
schaakclubs proberen de eigen kampioenschappen overeind te houden en te
overleven en hopen op betere tijden. of … of … |
|
www.tomsschaakboeken.nl |