|
KEES BUDDINGH’ PAGINA - 1 meer (schaak)nieuws op www.tomsschaakboeken.nl |
|
- Dordt, wat zal ik er van zeggen?: Buddingh-wandelgids -
Buddingh’
heeft eigen Genootschap in Dordrecht -
Dordt
2008 is een beetje Buddingh’/Dicke-jaar -
Buddingh-dagen
in Dordrecht vanaf 24 november -
Kees
Klok over Buddingh’: schrijf nu eindelijk eens zijn biografie -
Buddingh had Orbaan als inspiratiebron - SCHAKER BUDDINGH’ is weer thuis -
Plaquette
schaker Buddingh’ op zijn
woonhuis aan de Bankastraat -
BUDDINGH’ BIOGRAFIE komt er nog -
De gewone Dordtenaar Buddingh’ -
Kees Buddingh’ – Schaakleven
van schrijver/dichter te boek -
Lees <DE BLAUWBILGORGEL> op - www.beleven.org/verhaal/de_blauwbilgorgel |
|
|
|
Bij de lijst bijzondere schakers staat de meeste documentatie onder de
naam van Buddingh’. De dichter-schrijver werd negentig jaar
geleden geboren en overleed in 1985. Zijn naam leeft nog steeds voort.’ Cees
Buddingh Onlangs kwam een schaakpartij van hem uit 1946 boven water, weliswaar
een verliespartij, maar toch. Binnenkort zal deze partij in een artikel
gewijd aan de vroegere Dordts-Zwijndrechtse schaker H. van Namen, worden
gepubliceerd. Zie Schaaknieuws uit de Drechtstreek. |
|
,,Dordt wat zal
ik ervan zeggen" |
|
Daarbij viel de naam van Otto
Dicke (1918
- 1984). Deze ereburger van Dordrecht is ook
veelzijdig: beeldend kunstenaar, tekenaar en illustrator, cartoonist,
striptekenaar, illustrator van kinder- en andere boeken en ontwerper van
mozaïeken voor scholen en kerken. Zijn vader was bijna veertig jaar (tot
1955) organist van de Wilhelkminakerk. Net als Otto was zijn vader, tevens
bekend als ARP-wethouder, ereburger van Dordrecht. Zijn zus Mies Dicke
was een bekende koerierster en toen zij door het verzet in januari 1945 uit
de Dordtse gevangenis werd bevrijd, staken de bezetters de woning van de
familie Dicke op de kop van de Prinsenstraat in brand. Wim Huijser, die de Buddingh’-wandelgids
heeft geactualiseerd, wees in het Hof op de samenwerking tussen Buddingh' en
Dicke. Ze waren beiden lid van het teekengenootschap Pictura. Otto en Kees
maakten tevens de strip Spekkie en Blekkie. Deze strip verscheen ruim vijftig
jaar geleden in de zogeheten Kwartetbladen, waaronder het Dordtsch Dagblad en
de Rotterdammer. De christelijke wortels van Dicke
bleven voor zijn werk van belang, alhoewel hij geen praktiserend kerkganger
bleef. Dicke verzorgde de illustraties in een boek met gedichten
van dominee/dichter Hans Bouman en ook bij kinderboekenschrijver Jaap ten
Haar maakte hij tekeningen. Wendeline Wilmink vervaardigde in 1983 een
documentaire over het leven en werk van Otto Dicke. De film geeft een beeld
van de veelzijdigheid van deze Dordtse autodidact, die ook het eiland van
Dordrecht voor de toekomst heeft bewaard met zijn tekenpotlood. Otto
hechtte eraan om achter zijn schetsen te staan. In zijn atelier in Pictura
stond een potkachel. Daarnaast lag een grote stapel tekeningen. Hij had die
afgekeurd en vond het brandstof voor de kachel. ,,Dordt wat zal ik ervan
zeggen" zorgt ervoor dat niet alleen ereburger Buddingh' en plek
houdt in het collectieve geheugen van de stad. Ook vestigt
het weer even de aandacht op Otto Dicke. |
|
Buddingh
heeft eigen genootschap in Dordrecht |
|
25.11.07 Buddingh’
Genootschap Schrijver/dichter/schaker Buddingh’ heeft vanaf 1 juli 2004 zijn eigen Buddingh'Genootschap.
dragen het Buddingh’ Genootschap Wim Huijser en Peter
de Roos
zijn de drijvende krachten achter dit literair en voor Dordrecht belangrijke
initiatief. Inmiddels zijn circa 45 mensen, liefhebbers, lid van het genootschap. Doel van het Genootschap is om de (literaire en artistieke)
nalatenschap van C. Buddingh' te bestuderen, organiseren, catalogiseren,
collectioneren, beheren en publiceren. Informatie op de website van het Buddingh’ Genootschap |
|
|
|
Kees
Buddingh’ Dat viel Buddingh’ in 1978 ten deel en toen kreeg hij ook het bekende
zaterdagse dagboek in het NRC/Handelsblad. Otto Dicke, zoon van een
ARP-wethouder, volgde enkele jaren later. Over Buddingh' is er al veel te lezen op deze site, waarbij het
schaken wel een rode draad is, maar er valt meer te volgen dan dat.
Dicke werkte nauw met Buddingh’ als generatiegenoot samen, maar hij
ging ook zijn eigen weg. Spekkie en Blekkie was wel een gezamenlijke
creatie in de Kwartetbladen van Buddingh’ en Dicke. Deze strip is ook in
boekvorm uitgegeven. Als kind zat
Dicke trouwens in de gereformeerde Wilhelminakerk waar zijn vader organist
was. Zijn zus Leny werd in de oorlog een bekende koerierster, die
uiteindelijk door het verzet werd bevrijd uit de Dordtse gevangenis.
Daarna staken de bezetters het huis van haar vader en moeder op de kop van de
Prinsenstraat in brand. |
|
'Maken ze 't goed?
Geen zieken?' 'Nee, geen zieken We praten niet, maar 'hou
je taai, hè!' knikken Het tuinhek piept. Ik
luister naar zijn stappen, Cornelis (Cees) Buddingh'
|
|
|
|
Enkele weken geleden werd deze plaquette aangebracht op het
voormalig woonhuis van de schakende Dordtse dichter en schrijver Cees
Buddingh’ in de Bankastraat. Het doet
me genoegen u nu een behoorlijke foto ervan te laten zien. Zie het artikel BUDDINGH’ IS WEER THUIS op de
BUDDINGH’ – pagina. |
|
BUDDINGH’ HAD IM ORBAAN als inspiratiebron |
|
Het aardige is dat IGM
Hans Ree nog eens heeft gewezen op de relatie Orbaan/Buddingh' in het werk
van de Dordtenaar, die in 1985 overleed. Juist nu Buddingh'weer in de
belangstelling, door de onthulling van de plaquette aan zijn huis aan de
Bankastraat 62 Ree in 2002 in het NRC: ,,Een schaker die in zijn vrije tijd nog wat
speurderswerk deed is Rokus Huet, de hoofdpersoon van het boek Vrijwel op
slag dat Cees Buddingh' in 1953 publiceerde. Huet is een zeer sterke
speler die simultaan geeft op een schaakclub en dan bijna alle partijen
wint." Voor Buddingh's slimme schaker Rokus Huet had Constant Orbaan model
gestaan, die leefde van 1918 tot 1990 en tot zijn dood schaakmedewerker van
NRC Handelsblad was. Ree: ,,Ik denk dat Buddingh' en Orbaaan elkaar kenden
van een sanatorium waarin ze beiden voor tuberculose verpleegd werden. Rokus
Huet heeft veel trekjes met Orbaan gemeen. Hij studeert medicijnen, maar het
is duidelijk dat hij nooit als arts zal werken. Hij ligt graag tot 's middags
in bed en heeft strak achterovergekamd haar dat naar het rossige nijgt. Net
als Orbaan heeft hij het over "het edele schaapspel" en over
"de Nederlandse schaapwereld". Even nuchter als Orbaan noemt hij
een gruwelijke moordzaak "een gepeperde stelling". De schakers van
nu hebben Constant Orbaan vooral gekend als wedstrijdleider en verslaggever,
maar in zijn jongere jaren speelde hij ook op toernooien." Constant Orbaan had niet alleen met Buddingh' in Dordrecht een
relatie. Zijn in de jaren zestig van de vorige eeuw overleden broer en
AMRO-bank directeur woonde in de stad. Verder had de Dordtse damesschaakster
Cochita Dwars met Constant een goed contact. |
|
SCHAKER BUDDINGH’ IS WEER THUIS |
|
Buurtbewoners
waren woensdagmiddag 7 maart duidelijk over de onthulling van de beeltenis
van Kees Buddingh' aan de gevel van zijn huis aan de Bankastraat 60-62:
,,Onze buurman is weer thuis". De
plaquette was in 1999 al eens onthuld aan de gevel van de politiepost aan het
Vogelplein, maar na de sluiting van de post moest een nieuwe plek worden
gezocht voor de plaquette. De nieuwe bewoners van het Buddingh'-huis stonden
gelijk open voor een mooi, historisch accent aan de gevel van hun huis om het
verleden van de dichter/schaker weer zichtbaar te maken.
De
twee zonen van de dichter/schrijver Wiebe en Sacha waren ook naar het huis
gekomen, waar zij nog een aantal jaren hadden gewoond met Pa Kees en Moeder
Stientje. De biograaf van Buddingh', Wim Huijzer, las voor de onthulling van
de plaquette een aantal gedichten van Buddingh’ voor, die duidelijk
geïnspireerd waren door het uitzicht vanuit zijn werkkamer op de eerste
verdieping. Die
kamer stond vol boeken met in de hoek een tafeltje met daarop een schaakbord.
Vanzelfsprekend ontbrak de asbak niet, zodat de dichter trekkend aan zijn
sigaar ook kon nadenken over zijn verzen. Buddingh'
was enkele meters van Bankastraat 60-62, aan de Riouwstraat, geboren. Hij
maakte natuurlijk in zijn werk opmerkingen over het feit, dat hij dicht bij
zijn geboortegrond was gebleven. Als je Buddingh' door de stad zag lopen, dan
kon je haast ook kennis maken met Dordrecht. De dichter, die in november 1985
overleed, weet nog steeds mensen te inspireren. Zijn schaakverleden is daar
een onderdeel van. In het verleden was er al eens een
Buddingh’’-schaaktoernooi. |
|
BUDDING’ BIOGRAFIE KOMT ER NOG |
|
|
DE GEWONE DORDTENAAR BUDDINGH' |
|
Dat is ook het aardige van de Dordtse schrijver. Wie over
Kees Buddingh' schrijft, schrijft haast vanzelf over schaken. De
dichter/schrijver (1918-1985) had het spelletje meer dan lief. Rond 1943,
toen hij in het sanatorium werd behandeld voor TBC, kwam het schaken in zijn
werk voor. Hij speelde toen met de latere IM Constant Orbaan op het zogeheten
middenvak. Ook kwam Adrie van der Willigen vaak langs om hem te bezoeken en
om een spelletje schaak te spelen. Zover Adrie zich nu nog kan herinneren,
werd hij als vriend van Kees ergens rond 1935 al lid van een schaakclub.
Adrie ontmoette Kees als medeleerling op de gemeentelijke HBS en speelde ook
een rol bij de eerste ontmoeting tussen Kees en zijn latere vrouw Stientje. Dat
was zeer belangrijk voor Kees. De 'gewone' schrijver/ dichter/ vertaler/
schaker/ DFC-fan/ cricketliefhebber beschouwde zich allereerst als een
liefhebbende huisgenoot van zijn vrouw Stientje en zijn zonen Sacha en Wiebe.
Hij was trots op zijn thuisbasis. Zijn dagboeken en zijn werk geven daar vaak
een levend getuigenis van. Zijn goede vriend Roel Leentvaar beschouwt het
opschrift op zijn grafsteen als veelzeggend. ,,Liefde, vriendschap en poëzie.
Dat was zijn drie-eenheid. De liefde stond bewust op de eerste plaats.'' Gewone leven De
Dordtse ereburger, die op zondagmorgen 24 november 1985 overleed, leeft bij
het grote publiek voort in meer dan vijftig boeken en bundels, die hij heeft
nagelaten. Zijn dagboeken laten het gewone leven van een Dordtenaar zien, die
toch tot een unieke, bekende Nederlander was uitgegroeid. Dordrecht en Buddingh' waren daarbij met elkaar verbonden. Die
faam en naam kwam niet vanzelf. Kees had nooit gedacht nog een hoge leeftijd
te halen. ,,Hij heeft altijd met zijn gezondheid gekwakkeld. Hij lag tweemaal
in een sanatorium voor TBC. In 1947 werd een middel gevonden dat zijn leven
verlengde. Kees had het tegen mij vaak over gegeven tijd'', aldus Roel. In
de jaren vijftig begon de ster van Buddingh'
in Nederland te rijzen en ook door medewerking aan TV-programmma's zoals
Poets kreeg vooral zijn karakteristieke stem een grote bekendheid. Kees was
zonder meer de bekendste Dordtenaar van de Lage Landen. ,,Zijn
begintijd als schrijver/ dichter was niet gemakkelijk. Kees moest met
voordrachten en vertalingen zorgen dat er voor zijn gezin brood op de plank
kwam.'' ,,Ik
heb het weleens slavenarbeid genoemd, want het betaalde niet zo goed. Als hij
telkens dezelfde vragen kreeg, kon hij thuis weleens boos worden. Ze vragen
mij steeds weer, waarom ben je dichter? Er wordt toch ook niet telkens aan
een bakker gevraagd waarom hij brood bakt'', aldus Roel over zijn vriend. Handelsmerk Het
alledaagse bleef het handelsmerk van de Dordtenaar, die ook bekend was door
zijn wandelingen van zijn woning aan de Bankastraat naar bijvoorbeeld de
Vogelbuurt. Daarom is aan de gevel van een huis aan het Vogelplein enkele
jaren geleden een Buddingh' beeltenis onthuld. In
de jaren vijftig en zestig had hij zo zijn vaste bestelling ('tartaartjes')
bij slagerij Van der Eijck. Sigarenwinkelier Bogers aan het Vogelplein kende
zijn goede smaak. Kruidenier Wervenbos was een bekend adres op zijn route. En
ook de mensen van de binnenstad zagen hem wandelen en bijvoorbeeld de BRT-tv
vond dat in een Buddingh'-film juist een
prachtig decor. Op
die wijze deed de dichter/ schrijver al aan Dordrecht-promotie, voordat de
gemeente Dordt daar zelf in nota's aan dacht. Dordt was zijn stad, waar hij
volgens Roel 'ook niet buiten kon'. In
de jaren vijftig won hij ook eens een sterke groep tijdens de zogeheten
KNSB-dagen rond het open-kampioenschap van Nederland. Buddingh' speelde mee
in Kunstmin in Dordrecht en was goed voor 9 uit 9. In die tijd was hij ook
gaan uitkomen voor Dordrecht 1, via bemiddeling van Adrie van de Willigen. Verliefd Kees
was daarnaast ook gewoon echt verliefd. Zijn vriend Leentvaar herinnert zich
een prachtig, eenvoudig liefdesgedicht opgedragen aan zijn vrouw Stientje.
,,Kees beschreef dat hij haar nakeek terwijl ze naar de bushalte liep bij het
gemeenteziekenhuis. Daarna wachtte hij in de erker van de woonkamer, totdat
zij in de bus voorbij kwam richting binnenstad. Hij had haar dan tweemaal nog
buiten gezien.'' Kees
was aan meer gewone gebeurtenissen herkenbaar. Roel: ,,Als Joop den Uyl
weleens bij hem langs kwam, dan behandelde hij hem op dezelfde manier als een
schilder, die in zijn huis aan het verven was.'' Schaak Het
gewone werkte ook in vraaggesprekken door. Als je als journalist langs kwam
voor een interview in zijn werkkamer vol boeken op de eerste verdieping van
zijn huis, dan duurde het formele journalistieke deel een uur. Bijna
zonder woorden met de sigaar in de hand wees Kees daarna tussen de stapels
boeken door op een tafeltje in de hoek van de kamer. Daarop stond een
schaakbord gereed met alle stukken netjes in de beginstelling. In een rustig
tempo ging daar de ontmoeting gewoon verder en werd etenstijd even vergeten. Kees
was een kundig amateurschaker zoals hij zich wel kon noemen. Hij kwam
jarenlang uit voor het eerste team van schaakclub Dordrecht in de landelijke
tweede klasse van de schaakbond met erkende mensen zoals Van Donk, Jansen en Hoogendoorn. Een ontmoeting van aanstormend
grootmeester Jan Timman tegen 'crack' Leo Jansen in 1968 inspireerde hem ook
tot een gedicht, waarin hij duidelijk maakte dat zijn clubgenoot hard moest
zwoegen om tegen dat jongetje Jan Timman remise te maken. Bij
zijn teamgenoot Pank Hoogendoorn kwam hij eens
op een zaterdagmorgen langs om te melden dat hij verhinderd was die middag
elders in het land een wedstrijd te spelen. Hoogendoorn:
,,De reden van zijn afzegging was dat zijn poes net was overleden.'' Dit
detail uit het gevoelsleven van de Dordtenaar tekende ook de mens achter de
bekende Dordtenaar en bekende Nederlander. Schaakvriend Hoogendoorn: ,,Kees had het helaas erg druk. Daarom
kon hij niet altijd bij Dordrecht zijn competities afmaken. Maar hij was een
ontzettend enthousiaste schaker, die in zijn periode tot de regionale subtop
behoorde.'' Met
Roel Leentvaar heeft Kees vooral tijdens zijn laatste twaalf levensjaren
wekelijks veel woorden en schaakzetten gewisseld. ,,Kees speelde sterker dan
ik, maar ik won ook weleens. Die partijen beschouwde hij wel als niet
gespeeld.'' Tijdens
het eerste Interpolis-schaaktoernooi in Tilburg (1977) was de Dordtenaar als
bekende Nederlander eregast en zorgde voor een bijzondere toespraak.
,,Meestal ging hij overal met de trein naartoe. Kees reed geen auto. Maar hij
zei dat hij voor het schaken in Tilburg zich toch wel per auto durfde te
laten vervoeren door mij'', aldus Roel. Toen
in 1985 bekend was dat hij zich steeds meer opsloot in zijn eigen huiselijke
kleine wereld, kreeg Kees van alle schaakgrootmeesters en betrokkenen bij het
befaamde wereldtoernooi een kaart met handtekeningen thuis. Roel: ,,Dat
gebaar tekende ook zijn band met de schaaksport.'' Neerslachtig Buddingh'
had voor zijn overlijden ook een lange periode van neerslachtigheid
doorgemaakt. Dat heeft volgens Roel niets te maken gehad met harde kritiek op
zijn werk in het toenmalig tijdschrift Hollands Diep en een vernietigende
recensie van schrijver W.F. Hermans. ,,Kees kon best tegen slechte kritiek,
maar niet tegen gemene. Het stuk van Hermans in NRC/ Handelsblad wordt door
sommigen als een karaktermoord gezien. Dichter Jan Eykelboom heeft dat ook
weleens gezegd. Onzin. Jan zag Kees een paar keer per jaar. Ik zag hem wekelijks.
Ik geloof daar niet in. Uiteraard heb ik met Kees veel over de aanval van
Hermans op zijn werk als dichter en schrijver gesproken. Toch speelde dat
niet op in zijn depressies in zijn laatste levensjaren.'' ,,Hij
had wel van zichzelf angsten en was bang voor de dood. Vooral toen Kees een
boek met foto's kreeg over zijn tijd in het sanatorium was hij erg aangedaan.
Hij zocht het niet in het geloof. Kees kon niet zeggen of God wel of niet
bestond. Hij was een agnost.'' Echte vriend Roel
is hem blijven waarderen als een loyale, betrouwbare vriend. In zijn
studiekamer staan nog de kastjes die Buddingh'
als kunst maakte. Het tekent ook het gewone ongewone aan Kees. Een
deel van deze Buddingh'-kunst gaat binnenkort
naar het letterkundig museum. Tussen de volle boekenkasten valt een fraaie,
huiselijke foto van Kees op. Roel: ,,We spraken als vrienden veel met elkaar.
We hadden over die persoonlijke gesprekken, ook met onze vrouwen Els en
Stientje erbij, duidelijke afspraken gemaakt. Kees wist precies in de gaten
te houden wat wel en niet in zijn dagboeken over mij kon komen. Ook daarin
was hij voor mij een echte vriend. Als hij belde, vroeg hij altijd aan de
kinderen: ,,Is de professor thuis. Dat deed Kees vooral als er telefonisch
een schaakzet voor een partij werd doorgegeven. Mijn naam voor hem was dan P.
Helaas zijn twee telefoonpartijen nooit verder dan de negentiende zet
gekomen.'' Voor Roel
had de gewone Dordtenaar, gezien het leeftijdsverschil, zijn vader kunnen
zijn. ,,Hij heeft mij veel geleerd. In de literatuur, vooral de Engelstalige,
is hij mijn gids geweest. Ook over het schaken heeft hij mij veel
bijgebracht.'' Maar vooral ook dat gewone. ,,Wat zo heerlijk was: Gewoon bij
hem thuis samen naar het voetballen kijken met zijn zonen erbij. Als de bal
naast ging, dan zeiden er drie 'pech gehad'. Maar Kees, als voetballiefhebber
ook een echte DFC-fan, zag het anders: ''Onzin, pech gehad. Er is gewoon niet
goed geschoten.'' |
|
|
|
Schaker/dichter C. Buddingh'
komt weer een beetje thuis. De
plaquette van hem komt weer aan de gevel te hangen van zijn woonhuis aan de
Bankastraat 60/62. |
|
|
|
,,Het
belang van het schaakspel voor de mens is helaas nog niet tot iedere
werkgever doorgedrongen. En ook niet, helaas nog niet tot enige
televisiezendtijdgemachtige (dat moet denk ik vergenoegd een van de langste
woorden in het Nederlands zijn. Maar één lettergreep minder dan
"Lekkerkerkerkerkeraadsvergadering".
|