|
(bron IKON nieuws)
Hij heeft wortels in Hendrik Ido
Ambacht, Zwijndrecht en Dordrecht. De PKN-baas Bas Plaisier, die afzwaait en
voor een half jaar naar China gaat met zijn vrouw, is veel in het nieuws:
Na ruim veertig jaar met veel vergaderwerk was de oprichting een feit van de
Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Dit mede dankzij de inspanningen van de
scriba (secretaris) van deze kerk, Bas Plaisier. Al verloor zelfs deze
rasoptimist bij tijd en wijle wel eens de hoop op een goede afloop, momenten
waarop zijn medewerkers hem toeriepen: "Bas, als jij er al niet meer in
gelooft, wat moeten wij dan nog!" Presentator Annemiek Schrijver praat
in Het Vermoeden met Bas Plaisier over zijn voortrekkersrol en zijn
inspiratiebronnen. Ook is het de vraag wat de samenleving van de PKN mag
verwachten.
Bastiaan Plaisier wordt in 1946 geboren in een zeer orthodox
Nederlands-hervormd milieu te Hendrik-Ido-Ambacht. Zijn familie is lid van de
Gereformeerde Bond. Na de lagere school gaat Bas naar de Mulo in Zwijndrecht,
waar hij besluit onderwijzer te worden. Aan de Christelijke Kweekschool te
Dordrecht haalt hij zijn hoofdakte ‘onderwijzer’. Inmiddels zijn de ambities
veranderd: hij wil predikant worden. Om toegelaten te worden tot de studie
theologie aan de Universiteit van Utrecht volgt hij in Doorn lessen Grieks en
Latijn. Tijdens zijn studie komt hij sterk onder de invloed te staan van de
hervormde theoloog A.A. van Ruler. Diens theocratische theorie stelt dat er
geen scheiding mag bestaan tussen enerzijds het persoonlijke zielenheil en
anderzijds de maatschappij. Beide behoren tot de ene door God beheerste
werkelijkheid.
Na zijn afstuderen treedt Plaisier in dienst van de Gereformeerde
Zendingsbond (GZB) in de Nederlands Hervormde Kerk. Sinds 1901 houdt de GZB
zich bezig met zendingswerk buiten Nederland, te beginnen in het voormalige
Nederlands Oost-Indië op het eiland Celebes (nu Sulawesi) onder het volk van
de Toraja's. In 1977 vertrekt Plaisier naar Sulawesi waar hij als docent
Nieuwe Testament en dogmatiek betrokken is bij de opleiding van
Toraja-predikanten. Ook houdt hij zich bezig met vraagstukken over het
evangelie in relatie tot de Torajacultuur. In mei 2003 vraagt Trouw Plaisier
of de kerk niet haar verontschuldigingen aan de Toraja’s moet aanbieden,
omdat zij hun belangrijke rituelen verbood. Plaisier antwoordt:
"Integendeel. Ik ben juist heel trots op wat we daar hebben gedaan. Hoe
star de Gereformeerde zendingsbond in Nederland ook was, daar waren ze heel
tolerant. Ze zochten naar manieren om de Toraja-cultuur met het christendom
te combineren. (..) Het waren trouwens vooral bekeerde Toraja's die
aandrongen op het verbieden van bepaalde rituelen - om niet in verleiding
gebracht te worden."
In 1984 keert Plaisier terug naar Nederland. Hij verwerkt zijn missionaire
ervaringen en is van plan te promoveren. In 1987 wordt hij predikant in Den
Haag-Moerwijk. Daar doet hij ervaring op in de samenwerking met andere
kerken. Enthousiast werkt hij aan de federatie van twee hervormde en een
gereformeerde gemeente. Over die tijd vertelt hij later: "De eerste keer
dat we vanuit de verschillende windstreken in één ruimte samenkwamen voor een
dienst was een hoogtepunt in mijn leven. Nooit méér dan op die momenten heb
ik iets van de aanwezigheid van de Heer ervaren" (Trouw,20/02/02). In
Moerwijk past hij zijn overtuiging dat Jezus Christus verkondigd moet worden
aan hen die Hem nog niet kennen toe op het kinderwerk. Het pastorale werk
onder kinderen is volgens Plaisier een missionaire activiteit. Het kinderwerk
wordt een succes; na verloop van tijd komen er meer jongeren in de kerk.
In 1993 promoveert dominee Plaisier aan de Universiteit Utrecht. Zijn
promotor is prof. dr. Jan Jongeneel. De titel van zijn proefschrift luidt:
Over bruggen en grenzen. De communicatie van het evangelie in het
Torajagebied (1913 - 1942).
Voorjaar 1997 wordt hij gekozen tot scriba van de Nederlandse Hervormde Kerk
(ruim 1.900.000 leden). De verwachtingen zijn hooggespannen. Plaisier moet de
NH-Kerk weer smoel geven. Ook wordt van hem verwacht dat hij alle
protestantse kerken weet te inspireren om zich te verenigen. "Als het
hem niet lukt, lukt het niemand", zeggen zijn bewonderaars. Plaisier
waarschuwt: "Ik ben geen protestantse paus."
Op 14 oktober 1997 van dat jaar geeft hij aan Trouw een interview dat veel
stof doet opwaaien. Plaisier zegt dat christenen de opdracht hebben aan niet-
en andersgelovigen te vertellen "wie Christus voor ons is, maar bovenal
wie hij voor hen wil zijn." Niet iedereen in de HVK deelt die mening.
Vrijzinnig-hervormd predikant H. Buning bijvoorbeeld vindt Plaisiers oproep
tot missie misplaatst. "In plaats van te gaan roepen dat de kerk weer
missionair moet zijn, zou hij zich moeten afvragen met wat voor een wereld we
te maken hebben. Nederland aan het einde van de 20ste eeuw is niet hetzelfde
als de wereld van de Toraja, die Plaisier als zendeling kent. In plaats van
de wereld te vertellen wat wij geloven, moeten we de wereld beter leren
kennen", aldus Buning (Trouw, 17 oktober 1997). Josien Folbert,
staffunctionaris van de NH-Kerk voor de relatie moslims-christenen heeft het
"wat moeilijk" met Plaisier zendingsoproep. "Als het ter sprake
komt, vertel ik wel wat Christus voor mij betekent. Maar ik voel mij niet
geroepen een moslim duidelijk te maken wat Christus voor hem zou kunnen zijn.
Op zo’n manier wil ik toch ook niet door een moslim aangesproken worden"
(Trouw, 17/11/97)
Plaisier, een man van het midden, wordt in 1999 door de SoW-kerken gekozen
tot hun scriba. Zijn opdracht is helder maar zwaar: de voltooiing van het
fusieproces. "We mogen niet terug. Dat is de spiritualiteit van
Samen-op-weg. Het is een roeping van het evangelie. We moeten die weg van de
gehoorzaamheid gaan", zegt Plaisier (Trouw, 20/02/02). In 1986 besloten
de hervormde en gereformeerde synodes ‘in staat van hereniging’ te zijn. Zij
lieten weten echt te streven naar een nieuwe eenheidskerk. In 1990 sloten de
Nederlandse lutheranen zich bij het proces aan. Gedrieën zijn zij ‘samen op
weg’ naar één protestantse kerk.
Het fusieproces gaat niet over rozen. Herhaaldelijk melden verontruste
gelovigen en gemeenten zich en verklaren dat ze de kerkversmelting verfoeien.
Maar Plaisier blijft met de tegenstanders in gesprek. Daarbij wil hij tot het
uiterste gaan. Achteraf zegt hij in een ANP-interview: "Ik denk dat we
niet meer hebben kunnen doen dan we hebben gedaan. De meeste vergaderingen
van bezwaarden hebben we bezocht. Ik werd er wel eens triest en wanhopig van.
Wat we ook zeiden, we kwamen niet veel verder." Het gesteggel hoort
volgens Plaisier bij het kerk-zijn. Toch wil hij het niet te negatief duiden.
Liever spreekt hij van ‘polderen’. "Het poldermodel is in de protestantse
kerken uitgevonden. Al sinds de 16e eeuw proberen we door voortdurend overleg
de kerk bij elkaar te houden."
Plaisier is niet bang voor de theologische geschillen die ongetwijfeld binnen
de PKN zullen opkomen. Hij houdt er zelfs rekening mee dat de fusie
scheuringen zal veroorzaken. Maar dat hoort bij het protestantisme:
"Verenigen zijn wij protestanten niet gewend, het omgekeerde wel"
(ANP, 2/12/02). Het gaat in de kerk niet om theologie of om allerlei dogma’s
en belijdenisgeschriften, vindt hij. "Als theologiestudent corrigeerde
iemand me eens door te zeggen: Onze Lieve Heer heeft geen advocaten nodig,
maar getuigen. Het gaat om een levende relatie met God waar je iets aan
beleeft en die je inspireert tot een bepaalde manier van leven: zorgzaam, eerlijk,
behulpzaam en betrouwbaar te zijn. Daar gaat het om, niet om de theologie en
de dogmatiek, o nee" (VolZin, 3/12/03).
|