|
Wel zijn
De belastinginspecteur drinkt
zijn koffie liever niet zwart. Hoe zit dat met zijn Griekse collega, ben je
dezer dagen geneigd te denken. Op Europees niveau zijn de kernwoorden crisis,
eurocrisis, schuldencrisis, besparingen, kredietplafond, bezuinigen. In het
binnenland rekenen we met koopkrachtplaatjes, waarbij het gemiddelde gezin of
de doorsnee alleenstaande er ongeveer zoveel % op achteruitgaat. Omdat
situaties kunnen wijzigen - geboorte van een kind, hoofdprijs in de lotto,
een baan krijgen of verliezen; bedenk het maar - zeggen die voorspellingen in
individuele gevallen niet zoveel. Alle nieuws lijkt momenteel economisch
nieuws. Economen bieden niet altijd uitkomst. Vraag een econoom
nooit om te voorspellen hoe laat het over een uur zal zijn, want dat haalt
hij niet in die tijd. Laat staan als de vraag over Griekenland gaat. Van een college filosofie heb ik de oorspronkelijke betekenis van het
Griekse ikonomia onthouden: de weg naar het geluk. De economische wetenschap gaat immers over de wensen van mensen en
hoe ze proberen die wensen te vervullen. Als we geluk omschrijven als lekker bezig
zijn, waar komen dan alle huidige problemen vandaan? Snapt u het nog? Of
duizelt het u soms? Laten we in ieder geval wel zijn. Daarbij denk ik vaak aan
het verhaal van de visser. Het bestaat in verschillende
versies. De Mexicaanse versie bevalt mij het meest:
Een Amerikaans zakenman stond op de pier van een dorpje aan de kust van
Mexico, toen een kleine boot met maar één visser aanmeerde. In de boot lagen
verscheidene grote geelvin-tonijnen. De Amerikaan complimenteerde de Mexicaan
met de kwaliteit van zijn vis en vroeg hoeveel tijd het vangen had gekost. De
Mexicaan antwoordde: maar even. Daarop vroeg de Amerikaan waarom hij niet
langer op zee bleef om meer vis te vangen? De Mexicaan zei dat hij genoeg had
om te voorzien in de eerste behoeftes van zijn gezin. De Amerikaan vroeg
daarop: ‘Maar wat doe je met de rest van je tijd?’ De Mexicaanse visser zei:
‘Ik slaap uit, vis wat, speel met mijn kinderen, neem een siësta met mijn
vrouw Maria, wandel elke avond naar het dorp, waar ik een wijntje drink en
gitaar speel met mijn amigo’s. Ik heb een vol en druk leven, señor.’ De
Amerikaan sprak spottend: ‘Ik heb een Harvard MBA-graad en zou je kunnen
helpen. Je moet meer tijd aan het vissen besteden en met de opbrengst een
grotere boot kopen, met de opbrengst van de grotere boot kun je meerdere
boten kopen, en uiteindelijk zul je een vloot vissersboten hebben.
In plaats van je vangst aan een handelaar te verkopen, verkoop je
rechtstreeks aan de visverwerkers en uiteindelijk open je je eigen
conservenfabriek. Je zorgt voor het product, de bewerking en de distributie.
Je zult dit vissersdorpje aan de kust moeten verlaten en naar Mexico City
verhuizen, en vervolgens Los Angeles en uiteindelijk New York City waar je je
groeiende onderneming zult runnen.’ De Mexicaanse visser vroeg: ‘Maar señor,
hoe lang gaat dat allemaal duren?’ Waarop de Amerikaan antwoordde: ’15 - 20
jaar’. ‘Maar daarna dan, señor?’ De Amerikaan lachte en zei: ‘Dat is het
mooiste. Als de tijd rijp is, kondig je een openbare veiling aan, verkoop je
je aandelen en word je heel rijk, je zult miljoenen verdienen.’ ‘Miljoenen,
señor? Maar daarna?’ De Amerikaan zei: ‘Dan ga je met pensioen. Je verhuist
naar een vissersplaatsje aan de kust, waar je uitslaapt, een beetje vist, met
je kinderen speelt, siësta neemt met je vrouw, ‘s avonds naar het dorp
wandelt, waar je een wijntje drinkt en gitaar speelt met je amigo’s…’
Bert
den Boer
|