|
Belbus
Je bent goed in anderen dat te leren,
wat je zelf het meest te leren hebt. Een van mijn kinderen verzuchtte eens: ‘Dat
jij iets met communicatie doet.’ Natuurlijk, dat begrijpt u, werd die
opmerking lang geleden gemaakt. Hoewel… in al mijn onbevangenheid belde ik
onlangs voor een belbus. Het busvervoer is op het platteland op een slimme
manier geregeld. Buiten reguliere tijden om kun je een zogenaamde belbus
oproepen. De extra inspanning van vijf kilometer vanaf het centrum naar ons
logeeradres was de avond ervoor, na een dag wandelen, in het licht van een
prachtige ondergaande zon geen punt. Je moet echter niet overdrijven, de
beoogde belbus zou ons naar het centrum brengen, alwaar wij onze tocht wilden
vervolgen. Mijn twee reisgenoten volgen vanaf de ontbijttafel geïnteresseerd
mijn gesprek. Voordat ik daar verslag van doe: het is goed om te weten dat ik
voor een paar zinsneden vrij allergisch ben. Als iemand zegt, dat iets niet
kan volgens het systeem, wordt een gevoelige snaar geraakt. Grappig genoeg
volg ik momenteel een opleiding Systemisch werken. Is het niet de kunst van
het leven de tegenstelling in de paradox op te heffen?
‘Goedemorgen.’
‘Goedemorgen, met het taxibedrijf.’
‘Ik bel u voor de belbus. Ben ik dan aan het goede adres?
‘Jawel, wij zijn onderaannemer van de busmaatschappij. Zegt u het maar.’
‘Wij logeren op de Oude Dijk, kunt u ons daar oppikken?’
‘Dat is geen halteplaats meneer. Wat is de naam van de halte?’
‘Die is hier een kwartier lopen vandaan. Oude Dijk neem ik aan.’
‘Die kan ik niet vinden meneer. Als u dat niet weet, kan ik niets voor u
doen.’
‘Tja, ik heb dit nummer genoteerd bij de halte, verder niets.’
‘Belt u anders 9292, de OV-lijn meneer.’
‘Kunt u dat voor me doen meneer?’
‘Ik ben een vrouw.’
‘Oh dat spijt me, aan uw stem te horen dacht ik…’
‘Wij zijn een onderaannemer meneer, ik moet echt een halteplaats weten.’
‘Ik begrijp het, ik bel u straks terug.’
‘Goedemorgen, ik had u net ook aan de lijn mevrouw.’
‘Dat klopt.’
‘De vrouw des huizes van ons logeeradres vertelde dat de halteplaats de
Veenweg is.’
‘Mooi, hè wat nu, het systeem gooit mij eruit.’
‘Ja, dit is toch echt de naam van de halte.’
‘Ja meneer, maar als het systeem die naam niet pakt, dan kan ik niets
regelen.’
‘Meneer, pardon mevrouw, ik wil slechts een bus naar het centrum. ‘
Tuut tuut tuut…
‘U wilt naar de Veenweg?’
‘Klopt. Ik had zonet uw collega aan de lijn.’
‘Dat begrijp ik. Vreemd, het systeem pakt die halte niet. Geeft u me uw
telefoonnummer voor het geval dat. Ik regel het. Over een uur komt uw bus.’
En inderdaad, een taxi met een vrolijke chauffeuse komt stipt op tijd langs.
‘Betalen? ’Ja, ik heb niks van een stempel bij me. Laat maar zitten hoor.’
Het gesprek ontspoorde - voor de goede orde, beltreinen bestaan niet - toen
ik meende een man aan de lijn te hebben. De systeemopmerking deed de rest.
Gelukkig kreeg ik opbeurende feedback van de ontbijttafel. Koude thee is
overigens ook best te drinken.
Bert
den Boer
|