|
een column
van Bert den Boer meer (schaak)nieuws op www.tomsschaakboeken.nl
|
|
mei, 2008 dag
lezer(e)s(sen), Mijn
bijgevoegde column beschrijft iets anders maar misschien gaat het in de
kern over hetzelfde: het paradoxale gegeven dat het op de vraag of
het goed met je gaat zowel ja als nee geantwoord kan worden. Kortom: niet
verwonderlijk dat ik deze verstuur op een zondag. En zoals altijd: reacties
zijn welkom. Hartelijke
groet, Bert |
|
Laatst vroeg
iemand me een toelichting op mijn motto: het is goed als het net even anders
gaat. Wat ik ermee bedoel is dat ik vanuit goede voorbereiding aan de slag
ga, wetend dat het in de praktijk altijd net even anders gaat. Helemaal niet
erg. Je bereidt voor om los te laten en onderweg te kijken wat echt nodig is.
Als de koers helder is kun je met het concept werk in uitvoering, waarbij
werkendeweg afstemming plaatsvindt op grond van voortschrijdend inzicht, goed
uit de voeten. Soms roei je zelfs met de riemen die je niet hebt. Het lijkt
me hèt uitgangspunt bij cursussen planmatig werken:
weet dat je een plan maakt om ervan af te (kunnen)wijken. Denk ook aan
de volgende relativerende definitie van projectmatig werken: een project is
een op onduidelijke of veranderende doelstellingen gebaseerde, voortdurend
uitdijende hoeveelheid werk, waarvoor tenminste tweemaal zoveel tijd en
tweemaal zoveel geld nodig is als oorspronkelijk werd begroot om uiteindelijk
slechts de helft van het beoogde resultaat te behalen. Het is goed
als het net even anders gaat. Het doet me denken aan een oud Chinees verhaal
over een boer die in een arm dorpje woont en een prachtig paard heeft met
golvende lichtbruine manen. Op een dag loopt het paard weg. De boer zoekt
dagenlang de omgeving af, maar het paard is spoorloos verdwenen. De
dorpelingen vinden het een ramp voor hem: ´Vind je het niet vreselijk dat je
nu je paard kwijt bent?´vragen ze. Maar de boer, die bekend staat als een wijs man, kijkt onverstoorbaar voor zich uit en zegt
alleen maar: ´Misschien.´ Een week later komt het paard plotseling het dorp
binnendraven. Het is van top tot teen bezweet en het zit onder de schrammen.
Maar het brengt twee wilde paarden mee. En volgens oud Chinees gebruik is de
boer nu eigenaar van beide wilde paarden. De dorpelingen kunnen nauwelijks
bevatten hoe iemand zoveel geluk kan hebben. Nu heeft hij drie paarden! Maar
als ze hem vragen of hij blij is, zegt hij alleen maar: ´Misschien.´ Een paar
dagen later probeert de oudste zoon van de boer één van de wilde paarden te
temmen. Het begint woest te steigeren en gooit de jongen met een boog van
zijn rug. De jongen komt ongelukkig terecht en breekt zijn been. Het hele
dorp leeft met de boer mee, want de oogsttijd nadert en het ziet ernaar uit,
dat de jongen niet zal kunnen helpen. ´Dat is nou pech´, zeggen zijn
dorpsgenoten, ´net nou het zo goed met je ging, breekt je zoon z´n been. Wat
heb je nou aan drie paarden als je rijst staat te rotten?´ Maar de boer
blijft onverstoorbaar en zegt alleen maar: ´Misschien.´ De zoon van de boer
ligt nog met zijn been op bed als de ronselaars van de keizer binnenvallen.
De keizer bereidt een oorlog voor en alle jonge mannen worden meegenomen. De
oogsttijd interesseert de generaals niet. Alle moeders en vaders klagen ach
en wee over hun verloren zonen en verschillende dorpsgenoten zijn jaloers op
de boer. Zijn zoon is nog thuis. Maar als ze hem vertellen wat een
geluksvogel hij is, kijkt hij alleen maar onverstoorbaar voor zich uit en
zegt: ´Misschien.´ Bert den Boer |