|
|
|
|
|
|
|
Wacht even ´Ik zet u
even in de wacht´, meldt een montere telefoniste. Een metalen klik, geruis en
even later bevind ik me in een muzikale wachtkamer samen met André Rieu. Het
schijnt zo te zijn dat we een kwart van onze levenstijd wachtend doorbrengen.
Al wachtend
denk ik aan een Nederlands reisgezelschap op excursie in China. Het doel is
een verlaten mijn, de reden van juist dit uitstapje zal liggen in het feit
dat deze mijn ooit in een reisgids is opgenomen als toeristische attractie en
aldus opgenomen in het programma. Wat nou, als er geen reisgidsen bestaan en
toeristen gewoon op weg gaan om te beleven wat er te bekijken valt.
Groepsdynamisch interessant: ´Stoppen we in het volgende dorp voor de lunch
of gaan we nog een uurtje door?´ ´Hier is een markt, stappen we uit?´ De gids
spreekt vloeiend Chinees, wat handig blijkt als de mijn niet op de verwachte
plaats ligt en het de moeite loont om de weg te vragen. De twee Chinese
boertjes schudden niet begrijpend het hoofd op zijn bewegwijzeringvraag. Op de
herhalingsvraag in andere woorden en natuurlijk in zijn beste Chinees krijgt
hij wederom nul op het rekest. Weglopend zegt de ene Chinees tegen de ander:
`Je zou toch zweren dat hij vroeg waar die mijn ligt.´ Er wordt wat
gedrenteld en na een half uurtje wachten op de gids die zelf op onderzoek is
uitgegaan en onverrichterzake terugkeert, stapt ieder wederom in de bus.
Ongetwijfeld in de wetenschap dat wachten onderdeel uitmaakt van onderweg
zijn. Nog steeds
wachtend denk ik na over de onderzoeksconstatering dat we een kwarttijd van
ons leven wachtend doorbrengen. Klopt dat gegeven in dezelfde mate voor zowel
mannen als vrouwen? Is de wachttijd voor toiletbezoek meegerekend? Er zijn
immers van die momenten, dat het fijn is om een man te zijn, zoals bij de
pauze van een goed bezochte bijeenkomst. Als man omzeil je de opstopping bij
de toiletten, die wordt veroorzaakt door een meerderheid van wachtende
vrouwen. Wacht even, zijn er verhoudingsgewijs gewoon niet meer
damestoiletten nodig? Zoals
twijfel de wachtkamer is van inzicht, zo kun je wachten ook beschouwen als
een lofzang op het niets doen. Ik leg de telefoon even terzijde. Het is tijd
voor een herkadering, een uitspraak van Bertolt Brecht schiet me te binnen: ´Ik sta even stil en
dat is een hele vooruitgang.´ Een werknemer die regelmatig even niks doet is
namelijk creatiever en productiever dan de doorbuffelaar. Niets doen lijkt simpel en blijkt
ingewikkeld. Mensen zeggen niet gauw dat ze niks te doen hebben, terwijl uit het niets juist veel ideeën worden
geboren. Kortom: als we wachten gaan beschouwen als rondlummeltijd, is een
kwart van ons leven in ieder geval rijk gevuld. ´Bedankt
voor het wachten, bent u er nog?´, klinkt het opgewekt. ´Jammer, nee
dat is niet persoonlijk bedoeld; ben ik echt al aan de beurt?´ Bert den Boer |
|
|
|
|