|
|
|
|
Vakantiegevoel ´Wij moeten steeds
de afwas doen´, protesteren broer en zus gezamenlijk. ´Hebben ze
hier ook een kindertelefoon?´ ´Jullie doen
morgen de vaat, ja, ja; dan gaan we zeker uit eten?´ Dit is
vakantie, mijmert hij. Het dorpje
oogt verlaten. Een oude man scharrelt door een straat. Uit een café
afgeschermd met een kralen gordijn klinken verhitte stemmen. Binnen
kijken drie mannen en een vrouw naar een teeveesoap. Zij tapt het bier. Als uit de
openstaande ramen van de buren het stille terras verstoord wordt met luide
muziek, blijkt zij ook in staat tot een fikse scheldkanonnade. Dit is
vakantie, mijmert hij. ´Wat een prachtig landschap.´ ´Bomen staan
overal´, klinkt relativerend vanaf de achterbank. De Portugese
uitdeuker bekijkt de schade, veroorzaakt door een
te kleine poort. Het is te
maken. De auto kan blijven. De gasten
worden uitgenodigd voor een glaasje eigengemaakte wijn. Wat zich na
de reparatie uitgebreid herhaald. Wijn, worst, brood en geitenkaas komen op
tafel; pas later praten we over de prijs. Dit is
vakantie, mijmert hij. We rijden
verkeerd. Ik draai om. ´Wat stom´,
foeter ik. ´Wil je niet
zo chagrijnig doen. Als je uit je humeur bent, hoef je dat niet op ons
afreageren´, reageert mijn 13-jarige dochter zonder van haar tijdschrift op
te kijken. Dit is vakantie,
mijmert hij. ´Waarom ben
je ´t laatste stuk niet via het bospad teruggelopen?´ ´Ik zag geen
witte pijl staan.´ ´Die is niet
te missen´, verklaart de campingbaas stellig. Als iemand
zegt dat iets niet te missen is, gaat het altijd mis, bedenk ik ter plekke;
een inzicht wat ik niet besluit te delen met mijn gesprekspartner. ´Ik heb ´m
niet gezien´ ´Dat kan
niet, die pijl is niet te missen.´ ´Alles goed
en wel. Ik sta hier en ben via de weg gelopen.´ ´Maar dat
kan niet...´ Dit is
vakantie, mijmert hij.
|
|
|
|
|