|
|
|
|
|
|
|
Koers
bepalen Onlangs
waande ik me in het pre Tom Tom tijdperk, een mooi
woord voor het Groot Dictee (aan elkaar of niet en hoe dan?). In dat
routezoekende tijdperk was ik blij als ik tijdig mijn locatie vond, dat gaf
me zoveel rust dat inhoudelijke zenuwen ver naar de achtergrond verdwenen.
´Wat ben jij toch relaxt?´, geen wonder na een zenuwslopende rit, waarbij ik
na een file te hebben doorstaan een verkeerde afslag nam en omkerend opnieuw
in een andere file belandde, om uiteindelijk ontspannen hijgend binnen te
komen. Zo zat ik dus op mijn gemak in de trein richting Amersfoort. Alle
tijd. Echter, de trein vertrok niet, op naar een ander perron, spoorslags
terug vanwege een hoopvolle dienstmededeling; waarna een conductrice haar
excuses maakte en aangaf dat deze trein toch echt niet ging rijden. Via een
omweg bereik ik 10 minuten voordat het debat begint wat ik mag leiden de zaal
waar een en ander plaatsvindt. Zelden zo relaxt een debat geleid. De
aanleiding destijds voor aanschaf van een Tom Tom
routeplanner was, dat ik op allerlei plaatsen aankwam waar ik niet wilde
wezen: een doodlopende dijk op weg naar een theater in Schiedam, een
opgespoten weiland waar in mijn beleving een gebouw moest staan. In mijn
naïviteit was mijn eerste gedachte: gesloopt? De paradox was in dit geval dat
ik op weg was om een workshop te begeleiden over verlangen en leiderschap,
terwijl ik niet in staat was leiding
te geven aan mijn praktische verlangen van dat moment (dank je wel stratenmaker).
Voor mij betekent een routeplanner, dat ik me kan concentreren op wat ik heb
te doen. De relativering zit in mijn motto: je bereidt voor om los te laten.
Het gaat toch altijd anders, en dat is maar goed ook. Dat houdt je scherp en
dan blijf je in contact met dat wat nodig is. Koersen
vanuit een achterliggende visie is in mijn beleving essentieel. Dat geldt
zowel voor een bedrijf als voor jezelf. Een visie bepaalt de route. In een
organisatie zonder missie, visie en bundeling is elke vraag, elk dagelijks
probleem, elke situatie een confrontatie met het feit dat er geen
gemeenschappelijkheid ervaren wordt. De een noemt het visie, Covey noemt het voor een individu een persoonlijk
statuut, ik ken iemand die het tot
vervelens toe over verlangen heeft… Femke
Halsema haalde in haar afscheidsspeech de wetenschapper Karl Popper aan: Er
is een plicht tot optimisme. In deze roerige tijden wens ik dat ieder vooral
toe. Bert den Boer |
|
|
|
|