|
|
|
|
|
|
|
Het wenselijke en haalbare Het klinkt paradoxaal uit de mond van een
ZZP-er die vooral zijn brood verdient met aan opleiding gerelateerde
activiteiten, toch denk ik niet meteen aan een opleiding als het over
ontwikkeling gaat. Mijn favoriet is even niets doen, staren in het niets. Zwerven
door een stad onderweg nergens heen en verrast worden in een onbekend museum.
Een onverwacht inzichtgevend gesprek met een goeie
vriend of vriendin onder het genot van een glas wijn. En wat te denken van
interviews? Interview een aantal collega´s of beleg een interviewronde met
een aantal goede vrienden. Zo hoor je nog eens wat. Vier jaar geleden stond
ik met schrijfmaatje Wim Huijser op de stoep bij
Hans van Mierlo. Ons interview met hem was een boeiende ervaring. Hij maakte
het ons niet makkelijk (‘Waarom heb ik eigenlijk
ingestemd met dit interview?’), bij de uitwerking bleek weinig redactie
nodig. Zijn redeneertrant en taalgebruik bleken onovertroffen. De huidige
politieke situatie in Nederland vraagt - of je het nu leuk vindt of niet -
volop aandacht. In dat licht zijn een aantal wetenswaardigheden uit ons
interview van destijds met Van Mierlo het herhalen waard: ´In de politiek praat je niet zozeer over
het verlangen, als wel over het wenselijke en het haalbare. Heeft mijn verlangen naar het theater
iets te maken met het feit dat ik uiteindelijk in de politiek ben
terechtgekomen? In ieder geval heeft het te maken met de manier waarop ik
politiek heb bedreven. Door heel erg sterk de redenering als een dramatische
gebeurtenis te beschouwen en me niet te beperken tot de pseudoduidelijkheid
van alleen maar een standpunt. Een standpunt ligt onderaan een afdaling. Er
is mij door mijn vijanden wel eens verweten dat ik wijdlopig ben, maar in de
werkelijkheid is dát wat het interessant maakt. De overdracht van denken
die plaatsvindt als je in een heel strak logische redenering afdaalt. Ik vind
ook dat het in de topdiplomatie in de eerste plaats niet aankomt op
standpunten, maar op het drama van de redenering. Dat is de enige manier om
mensen op andere gedachten te brengen. Met alleen te zeggen dat je over dat
vraagstuk dat standpunt hebt krijg je niemand in beweging. Het wenselijke wordt
in de politiek - althans zo zou het moeten zijn - nagestreefd en vindt op een
gegeven moment zijn limieten in het haalbare. Dat is interessant omdat,
naarmate de dingen moeilijker haalbaar zijn, men geneigd is het wenselijke
minder duidelijk te formuleren. Men maakt het weg.
Vanuit dat wenselijke probeert een politicus zoveel mogelijk te realiseren,
maar hij ontmoet voortdurend de beperkende werking van de
haalbaarheidsfactor. In de laatste tien jaar is het denken vanuit de
wenselijkheden steeds meer taboe verklaard. De minister doet dat steeds
minder en er is in de politiek het idee ontstaan dat ieder doel dat niet op
de stoep zelf bereikbaar is, moet worden afgedaan als dagdromerij, als een
illusie. Dat zijn dan vage dromers en daar wordt honend over gesproken. Ik
merk dat als je in de politieke discussies met een voorstel komt, er niet als
eerste wordt gezegd: ja, dat zou wenselijk zijn, of: ik vind iets anders
wenselijk. Nee, vrijwel het eerste dat wordt gezegd is: dat is niet haalbaar.
Dus de volgorde wordt omgekeerd. Vanuit de
haalbaarheden worden de wenselijkheden gevormd, en dat leidt tot de
zogenaamde realpolitik
waarin eigenlijk niets meer tot stand komt, alleen het behoud van het
bestaande. Het tragische van dit moment is dat überhaupt het idealistisch
denken taboe is verklaard. Dat is voor dromers. En met idealisme bedoel ik
dan een verlangen waarvan de realisatie niet op de stoep zelf, maar een stoep
verderop ligt. Dat is al ongewenst. Dan zie je op een gegeven moment toch dat
bepaalde partijpolitieke belangen sterker zijn dan de idealen die ooit
beleden zijn.´
Bert den Boer |
|
|
|
|