|
|
|
|
|
|
|
Geen wolkje aan de lucht De ochtend
is op streek. Een lekkere dag om te werken. Buiten is het nog fris, binnen is
het aangenaam. De koffiegeur van mijn espresso is krachtig. In twee slokken
komt de warmte mijn lijf binnen, wat me een prettig gevoel bezorgt. Wat ben
ik een bevoorrecht mens om hier te mogen werken. Deze werkruimte blijft ook
indrukwekkend. Hoog boven de stad verheven kijk je vanaf de 10e
verdieping uit over de skyline. Groots en
meeslepend, dat roept dit uitzicht altijd bij me op. Vanmorgen hing er een
nevel die het zicht enigszins versluierde, maar nu breekt de zon volop door.
De lucht kleurt blauw en ik voel de energie stromen. Voor de grote spiegel
keur ik mezelf: een pezig lijf, wat sportiviteit verraadt, een scherp
getekend gezicht met een karakteristieke zwarte snor en lange bakkebaarden.
Mijn haar strak achterover gekamd. Een op maat gemakt zwart pak waar mijn
rode stropdas goed bij kleurt, ik trek hem iets aan. Tijd voor de volgende patiënt: Johan. Hij is
niet de gemakkelijkste man om te coachen. Van senior medewerker naar hoofd
van de afdeling gepromoveerd bij een salescompany
en zo onzeker over zichzelf als maar zijn kan. Dan is hij bij mij aan het
goede adres. Ik ben goed met onzekere types, niet verwonderlijk natuurlijk
met mijn achtergrond: achterbuurtkind en grootgegroeid
bij de commando´s. Met de hakken over de sloot de coachopleiding gehaald na
mijn militaire carričre, maar dat was me ook een softe
opleiding. ´t Is dat ik een diploma nodig had na dat akkefietje met die eikel
van een majoor. Wie dacht hij wel te zijn om mij een autoritaire klootzak te vinden. Gelukkig ben ik er goed
uitgesprongen, je connecties heb je niet voor niets. Bij dit adviesbureau kom
ik tenminste tot mijn recht. No nonsens, alleen
klanten uit de industriële sector, niks not-for-profit.
Heerlijk, die selfmade directeuren die ondergeschikten hierheen sturen voor
de fijne kneepjes van het leidinggeven. Jammer dat de directeur van deze club
ook zo besluiteloos kan zijn, iemand met mijn staat van dienst toch maar een
tijdelijk contract aanbieden, afijn, ook dat komt wel weer goed. Ik
hoor een korte tik. Dat zal hem zijn. De deur gaat tergend langzaam open. ´Ben
je al zover?´ Om de hoek verschijnt het gezicht van Johan. Een lange
slungelige man in vrijetijdskleding. Ook al komt hij voor de derde keer, hij
blijft afstandelijk. En die kleding. Niet te geloven, doet hij het erom of
zo? ´Johan,
geef me de vijf.´ Krachtig druk ik zijn hand, terwijl ik hem recht in zijn
ogen aankijk. Hij beantwoordt onverschrokken mijn blik, maar wat een slap
handje. Zelden zo´n geboren twijfelaar meegemaakt. Watjes, als ik ergens een
hekel aan heb. Watjes omturnen in mannen die staan voor de zaak. Dat is mijn
missie en ook deze man krijg ik wel klein. ´Van watje naar durfal´, daar zou
de zaak mee moeten adverteren. ´Wacht
even Johan, even een aantekening maken.´ Terwijl ik mijn notitieboekje zoek,
zie ik hoe Johan op de plaats rust houdt. Als ik uitgeschreven ben, maakt hij
aanstalten naar de zithoek te lopen, met een hand op zijn schouder houd ik
hem tegen. ´Kom
eens mee naar het raam.´ Ik voel weerstand en
verhoog de druk op zijn schouder. ´Wat
een uitzicht hč. Vertel me eens Johan. Wat zie je?´ Mooi toch als je iemand
kunt verrassen. Hij weet natuurlijk niet waar dit heengaat. Het blijft stil
en ik dring aan. ´Nee
gewoon, wat zie je.´ Het blijft lang stil. ´Ik
zie een wolkje aan de lucht, als je dat bedoelt´, klinkt het aarzelend. Dat
antwoord had ik van hem verwacht. Mijn mensenkennis laat me ook nu weer niet
in de steek. ´Kijk
Johan, dan zijn we meteen bij de kern aangeland. Wat ik zie is een blauwe
lucht. Wat jij ziet is een wolkje. Dat zegt veel over jouw instelling. Wat
jij te doen hebt, is anders kijken. Stop met die twijfel.´ Heerlijk zo´n
peptalk. Het kan toch niet anders dan dat ik mijn energie nu overbreng op
hem. Dit wordt een goede sessie. ´Johan,
neem plaats.´ Gedwee, ik had niet anders verwacht, gehoorzaamt hij. ´Vandaag
gaan we het hebben over delegeren, ik wil je eens vragen…´ ´Hans,
ik wil je wat zeggen.´ Wat gaan we nou krijgen? Hij onderbreekt mij! Even de
verhoudingen herstellen: ´Ik
heb wel een verhaal en opdracht voorbereid Johan, dus hou het
kort.´ To the point, mijn
stijl. Watjes hebben structuur nodig. Van sturing naar zelfsturing, schiet me
zomaar te binnen. Waar haal ik het vandaan. ´Hans,
ik heb nagedacht over de voortgang van onze gesprekken. Ik stop ermee.´ ´Wacht,
wat zeg je nou. Dat maak jij niet uit Johan, dat gaat zomaar niet.´ Wat
overkomt me nu, hier zal mijn baas niet blij mee zijn. Dit zal toch niet waar
zijn. ´Hans…
kijk eens naar de lucht man, helemaal blauw, weet je nog!´ Moet je die grijns
zien. Wat een misplaatste grap, wat een flauwe opmerking. Voor
ik kan reageren springt Johan - veerkrachtig lijkt het wel - op en geeft me
een hand. ´Het
ga je goed Hans, laat dit bezinken. Mijn directeur belt je nog voor een
evaluatieafspraak, die wij met z´n tweeën met jou en je leidinggevende willen
voeren. Groeten.´ En weg is hij. Ik voel woede opkomen. Rustig Hans, rustig,
spreek ik mezelf toe. Kalm jongen. Watjes zijn meestal geen doorzetters. Nee,
watjes zijn gewoonweg geen doorzetters. Ik merk dat ik mijn ademhaling onder
controle begin te krijgen. Herhalen van een zin geeft rust, merk ik. Waar is
mijn opschrijfboekje? Bert
den Boer
|
|
|
|
|