|
|
|
|
|
|
|
Foutparkeren De 100e
SIRE-campagne gaat van start. De wijze waarop je wordt bejegend heeft nogal
effect op de interactie die volgt: “Man wat ben
jij a-sociaal“, bijt de oudere heer me zichtbaar geļrriteerd toe, terwijl hij
zijn Mercedes-Benz moeizaam achteruit manoeuvreert. “Ja, dat is niet erg
aardig meneer“, voegt zijn vrouw fijntjes toe. Zij heeft een Beatrixkapsel en
articuleert met een fijngeknepen mond, een en al zelfgenoegzaamheid
uitstralend. Hij draagt een gedistingeerd dasje. Ik schat ze beiden begin 60.
Zij dirigeert hem met grote gebaren uit de benauwde parkeerplek. Ik voel mijn
adrenalinegehalte stijgen. “Wat een stelletje azijnpissers.“ In alle haast
had ik mijn auto enigszins scheef geparkeerd, maar om daarvoor het verwijt
a-sociaal in mijn maag gesplitst te krijgen, gaat me wat ver. “Moet je maar
niet in zo“n grote bak rijden“, reageer ik adrem en voeg fijntjes toe “ Waar
gaat dit in hemelsnaam over, als dit al a-sociaal gedrag is. Wat een grote
woorden.“ “Tut, tut`, hoor ik haar verontwaardigd mompelen en ik moet me
beheersen om haar bij het wegrijden niet gewoon van de sokken te rijden. Twee weken
later betreed ik mijn favoriete houten buitensauna. Twee mensen nemen languit
liggend het bovenste zitgedeelte in beslag. Ik zijg een verdieping lager
neer. “Ja, dan moeten we haar nog bellen. Haar man heet Van Krimpen, of
nee...Van Kempen. Ik zet het op mijn lijstje.“ En zo wisselen ze nog wat
ditjes en datjes uit. Langzaamaan begin ik me te ergeren. Dit is een sauna,
een stilteplaats, een plek om tot rust te komen. Als ik geļrriteerd schuin
omhoog loer, krijg ik uitzicht op twee pronte borsten en daarboven een
Beatrixkapsel. Een déją-vu gevoel bekruipt me. Ben ik weer verkeerd
geparkeerd. Bert den Boer |
|
|
|
|